Concurreren op de markt van ideeën
IMSA-directeur Wouter van Dieren
Wouter van Dieren (63) is een grote naam in de milieubeweging, zowel in zijn vaderland Nederland als daarbuiten. Hij is lid van de Club van Rome, een denktank van wetenschappers die in de jaren zeventig opzien baarde met haar sombere voorspellingen over grenzen aan de economische groei en de eindigheid van grond- en delfstoffen. Hij is bovendien directeur van het Instituut voor Milieu- en SysteemAnalyse (IMSA) in Amsterdam, consultants op het gebied van milieumanagement, duurzaam produceren en het omgaan met maatschappelijke verantwoordelijkheid.
TEKST ANTON BUYS
FOTO'S MATTHIJS WESSING, PICTURE REPORT
Wouter van Dieren baart geregeld opzien, omdat hij een volstrekt onafhankelijk standpunt inneemt en niets of niemand spaart die naar zijn overtuiging ondeugdelijke meningen verkondigt, inclusief de milieubeweging, waarmee hij zich verbonden voelt. Recentelijk bewees hij dit naar aanleiding van het verschijnen van het advies van de Commissie Meijer over het Waddengas, dat volgens deze commissie maar ook volgens Van Dieren zonder langetermijnschade voor het milieu uit de bodem kan worden gehaald.

We spraken met de IMSA-directeur op diens kantoor in Amsterdam. Het ligt heel toepasselijk vlakbij het Vondelpark, een groene oase in de drukke en lawaaiige hoofdstad.
Het milieudebat wordt in het algemeen vertroebeld doordat wetenschappelijke feiten, cijfers en emoties er een gelijke rol in spelen. Wat kunnen we daar tegen doen?
Niets, want het is onvermijdelijk. Zeker voor het milieubeleid geldt dat facts are facts en perception is reality, een uitspraak van Albert Einstein. De kunst is perceptie als een realiteit en parallelle waarheid te erkennen en er wetenschappelijk mee om te gaan. Grote bedrijven hebben soms heel veel moeite dat te begrijpen. Onze ervaring is dat zij er enorm veel baat bij hebben op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken.'
Goed, maar de werkelijkheid is veelvormig. Er is een ecologische werkelijkheid, maar ook een economische werkelijkheid en een maatschappelijke werkelijkheid. Hoe zoek je het evenwicht, waar moeten we de meeste nadruk op leggen?
Milieumaatregelen zijn alleen nuttig als ze ook efficiënt zijn, en meestal zijn ze dat ook. Voorbeeld: het oplossen van milieuproblemen die het gevolg zijn van foute engineering en verspilling. Ander voorbeeld: energiebesparing. Met name in Amerika wordt nog steeds niet goed begrepen dat energiebesparing een voorraadversterking is, die een geweldig positieve invloed heeft op je economie. De Amerikaanse regering denkt dat maatregelen tegen klimaatverandering ten koste van de economische ontwikkeling gaan. Alle cijfers sinds de jaren zeventig laten echter zien dat energiebesparing juist tot geweldige groei heeft geleid. We doen nu dertig jaar milieumanagement en duurzaamheidmanagement en we hebben ontdekt dat wat in eerste instantie een probleem leek, in tweede instantie niet zelden een opportunity bleek. Goed gebalanceerd milieubeleid levert altijd voordeel op.'
Wat bedoelt u precies met 'goed gebalanceerd'?
Een aantal jaren geleden heeft mijn collega John Elkington (directeur van SustainAbility, een adviesbureau vergelijkbaar met IMSA, red.) het principe People, Planet, Profit uitgevonden om duidelijk te maken dat we tegelijk aan die drie dingen moeten denken. Als je een van die drie p's vergeet, dan loopt het systeem vast. Profit mag je niet vergeten, maar als je als bedrijf People en Planet veronachtzaamt, ben je ook de klos. Dat is de creativiteit die we van iedereen vragen: denk niet alleen aan de winst, want dan krijg je de grootste moeilijkheden met iedereen en redt je het gewoon niet. De wereldbeweging die ervoor zorgt dat bedrijven die dat niet snappen voor de bijl gaan, is ongelooflijk sterk.'
<Profit mag je als bedrijf niet vergeten, maar als je People en Planet veronachtzaamt, ben je ook de klos.>
ExxonMobil, gesteund door onafhankelijke instellingen zoals het Internationaal Energie Agentschap, benadrukt dat de wereld de komende decennia afhankelijk zal blijven van fossiele brandstoffen en dat het gebruik ervan zelfs aanmerkelijk zal toenemen. Kunnen we ons daar maar beter niet op instellen en tegelijkertijd naar oplossingen zoeken voor de toename van de CO2-uitstoot?
Ik ken dit scenario en betwist ook niet dat fossiele brandstoffen voorlopig onmisbaar zijn, in het bijzonder aardgas. Ik heb daar heel veel mee te stellen gehad in die Waddenzeediscussie. Dat gas was helemaal niet nodig, vond men, we gaan gewoon over op windenergie, enzovoort. Nou, we hebben een rekensommetje gemaakt. We zouden daarvoor 17.000 windmolens nodig hebben, die twintig jaar draaien. Slaat nergens op. Dat waddengas is daarom vele malen belangrijker dan het zogenaamde alternatief.'
'Maar ik ben er daarnaast van overtuigd dat zeer nieuwe energiebronnen – die jullie niet kennen en ik wel – een belangrijke rol zullen spelen in het niet-fossiele segment. Ik weet dat, omdat ik aan allerlei innovatieprojecten meewerk. Ik ken daardoor technologische innovaties die revoluties zullen veroorzaken. Alternatieve energiebronnen gaan daarom veel belangrijker worden. De eerste producten zullen de komende jaren op de markt komen. Dat beïnvloedt het toekomstscenario niet wezenlijk, niet op korte termijn in elk geval. De vraag is wanneer het grote kapitaal erin stapt. Dan gaan deze toekomstschema's wel veranderen.'
'Oliemaatschappijen hanteren een langere tijdshorizon dan andere ondernemingen – kan ook niet anders – maar het blijkt toch héél moeilijk managementsystemen te ontwikkelen die op heel lange termijn werken en zich richten op het ongebruikelijke. Daar heb je in de meeste organisaties geen ruimte voor. Het gaat altijd weer om het volgende kwartaal of anders het volgend jaar. De CEO zit er vijf jaar, iedereen wisselt elke twee jaar van positie. Dat is een schitterende manier om een intern netwerk te ontwikkelen en je management te diversifiëren, maar waardeloos voor de continuïteit van het denken en verschrikkelijk voor het leerproces.
Stel dat u gelijk heeft en ons baanbrekende innovaties op energiegebied staan te wachten, over welke hoeveelheden hebben we het dan? Twee keer de huidige energieproductie uit andere bronnen dan fossiele brandstoffen, drie keer? Dan blijven olie, gas en kolen nog steeds onbedreigd een hoofdrol spelen. Wat moeten we doen met al die extra CO2 die toch vrijkomt?
We hebben veel meer sinks nodig. (Sinks nemen CO2 op. Naast natuurlijke sinks bestaan technische methoden om kooldioxide op te slaan - red.). De milieubeweging is daar tegen, maar dat vind ik onzinnig. Op enorme schaal bossen en ander groen aanplanten, dát is de oplossing.'
Hoe dringend is dit probleem eigenlijk? Milieugroepen doen altijd net of het vijf voor twaalf is voor alle milieukwesties. Is dat wel terecht? Moeten we ons gewoon niet de tijd gunnen om een evenwichtige oplossing voor het klimaatprobleem te vinden?
Iedere deskundige weet dat klimaatverandering zodanige vertragingstijden heeft dat, als je nu zou kunnen stoppen met alle menselijke CO2-emissies, er voor het klimaat weinig tot niets zou veranderen. De effecten strekken zich uit tot honderd, tweehonderd jaar, dus die zeespiegelstijging komt er gewoon, ongeacht de scenario's die we volgen.'
'De klimaatopwarming gaat dus nog eindeloos door. Weet de milieubeweging dat dan niet? Jawel, maar voor een deel negeren ze dat. Waarom? Omdat het hun waarschuwingsfunctie ondermijnt. Het is een bewuste marketingstrategie.'
Marketingstrategie?
Natuurlijk. Wat grote oliemaatschappijen niet begrijpen, is dat zij niet alleen concurreren op de markt van producten, energie en investeringen, maar ook op de markt van ideeën. Milieugroepen zijn dus concurrenten, net als andere bedrijven, maar op een ander soort markt. Als je als bedrijf hun impact op de ideeënmarkt onderschat, dan verlies je het. Sta je daar met je zogenaamde rationaliteit.'
< Ik ben ervan overtuigd dat zeer nieuwe energiebronnen een belangrijke rol zullen spelen in het niet-fossiele segment. Ik ken technologische innovaties die revoluties zullen veroorzaken.>

'De waarschuwingsfunctie van de milieubeweging is nuttig en noodzakelijk. Als de milieubeweging er niet was geweest, was een belangrijk deel van het huidige, nu onomstreden milieubeleid nooit van de grond gekomen. Snelheid is dus even belangrijk als begrip voor tijd en vertraging. Het is niet óf óf.'
We worden geconfronteerd met Europees milieubeleid dat weinig oplevert maar wel veel kost. Denk aan de afspraken over CO2-emissiebeperking in het kader van het Kyoto-Protocol. Europa is geen eiland. Als wij hier kostbare maatregelen moeten nemen en de rest van de wereld niet, dan richten we hier grote economische schade aan.
Kyoto heeft een nuttige functie. Het is een eerste stap en moet misschien worden bijgesteld. Maar implementatie van het Kyoto-Protocol in combinatie met de handel in emissierechten heeft als voordeel dat het leidt tot inkomensoverdracht van gebieden waar enorm veel CO2 wordt uitgestoten zoals Amerika naar gebieden met minimaal energieverbruik zoals Afrika. Dat vind ik een heel goed en rechtvaardig herverdelingsmechanisme om de ellende van het klimaatprobleem te helpen oplossen en de inkomensongelijkheid te verminderen.'
Als je het uitrekent, gaat het trouwens om fracties van de profits. Uitvoering is niet moeilijk: we verlangen van de olieconcerns een morele verantwoordelijkheid op zich te nemen die zij gemakkelijk aankunnen. Dat is ook essentieel voor hun overleven op lange termijn. Ik hou het voor mogelijk dat als klimaatverandering méér schade aanricht dan we nu verwachten, er op een dag stemmen op zullen gaan om oliemaatschappijen die niets hebben ondernomen tegen de uitstoot van broeikasgassen aansprakelijk te stellen. Want ze hadden het kunnen weten.'
< De natuur is niet uitsluitend een mooie plek. Een stuk ervan is gewoon gevaarlijk. >
In de milieubeweging neemt u een tussenpositie in. Dat wordt u niet altijd in dank afgenomen. U verwees al naar de discussie over het Waddengas, maar u neemt ook een afwijkend standpunt in over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw.

Ik zei al dat milieubeleid goed gebalanceerd moet zijn. Bestrijdingsmiddelen zijn niet milieuvriendelijk, maar we hebben ze wel nodig om misoogsten en dus voedseltekorten te helpen bestrijden. Wat veel mensen onderschatten, is dat er een "onderwereld" bestaat in de natuur van bacteriën en insecten. De natuur is niet uitsluitend een mooie plek. Een stuk ervan is gewoon gevaarlijk. Als je daar geen beschermingsconstructies tegen organiseert, dan heb je geen oogst, dan heb je het niet warm, dan ga je dood.'
'Daarnaast is de natuur al duizenden jaren een icoon van het paradijs. Deze natuur, met haar ideologische, ethische en esoterische projectie, past bij de psychologische behoefte van de mens. Beide aspecten, de gevaarlijke natuur waarvoor de mens bang is en de iconografische natuur horen bij zijn rationaliteit.'
'Wat voor bestrijdingsmiddelen geldt, is van toepassing op alle maatregelen die het milieu beogen te beschermen. Zowel de iconografische als de gevaarlijke kant van de natuur moeten worden gecompenseerd, aan de ene kant door symbolische en rituele processen en aan de andere kant door wetenschappelijke en technische oplossingen. Dat combineren is voor velen heel moeilijk, niet alleen voor natuurliefhebbers maar ook voor bedrijven. Het is belangrijk dat ze dat beter in de vingers krijgen.'
|