Witter dan wit hoeft niet
Kort voor zijn pensionering spraken we met Pieter Thomassen, de man die lange tijd een van de belangrijkste 'milieugezichten' van ExxonMobil in de Benelux was, met name in de regio waar hij het grootste deel van zijn loopbaan doorbracht: het Rijnmondgebied. In die periode maakte hij kennis met alle aspecten van de milieuproblematiek, zowel op lokaal, regionaal als mondiaal niveau. Hij zag de houding van de samenleving veranderen en gaf mede vorm aan de ontwikkelingen op dit vlak binnen zijn onderneming.
TEKST ANTON BUYS | FOTO'S KEES STUIP
|

|
In mei nam Pieter Thomassen (60) afscheid van ExxonMobil, op dezelfde locatie waar hij in 1969 als jonge engineer was begonnen: de Essoraffinaderij in Rotterdam. Hij sloot zijn loopbaan af als Milieumanager Benelux. De laatste tien jaar was hij actief op dit werkterrein. Tussentijds, van 1995 tot 1999, was hij vice-voorzitter van de Olie-Contact-Commissie, de voorloper van de VNPI, de Nederlandse brancheorganisatie van de olie-industrie. Pieter Thomassen is zoals zoveel ingenieurs bij ExxonMobil van huis uit chemisch technoloog.
Vóór het begin van het interview, dat plaatsvindt in zijn bijna ontruimde werkkamer op de raffinaderij, tovert Pieter Thomassen een krantenknipsel tevoorschijn. Het is een ranglijstje op basis van geciteerde wetenschappelijke kwaliteitsartikelen, gerangschikt naar de universiteit waarmee de auteur verbonden is.
|
Bovenaan staan de beroemde Britse universiteiten van Oxford en Cambridge. Direct daaronder prijkt een Nederlandse instelling: de TU Eindhoven, niet toevallig de universiteit waar hij in 1968 is afgestudeerd. Trots: 'Goed hè? Men denkt hier altijd het eerst aan Delft als het over technische universiteiten gaat.' En hij wijst op de lijst waarop Eindhoven inderdaad op eerbiedige afstand wordt gevolgd door Delft.
De onderlinge wedijver tussen universiteiten is vandaag echter geen gespreksonderwerp, wel het thema waarin Thomassen zich in de loop der jaren heeft gespecialiseerd: milieu. Hij heeft de ontwikkelingen op dit gebied sinds het begin van zijn loopbaan kunnen volgen, dus vragen we hem hoe milieu zo hoog op de plaatselijke agenda is gekomen. 'De onhoudbare situatie in de Rijnmond in de jaren zeventig', zo reageert hij zonder aarzelen. 'De woonomgeving rond de bedrijven en fabrieken dreigde hier volkomen onleefbaar te worden. Het stonk, ozon-alarmfases waren aan de orde van de dag, de bodem raakte steeds verder vervuild, het oppervlaktewater was in feite dood en dan hadden we ook nog eens te kampen met de verzuring van de bodem door vooral de uitstoot van stikstofoxiden en zwaveldioxide. Kortom, er moest iets gebeuren. De omwonenden pikten het eenvoudigweg niet meer. Daardoor kwam de politiek in actie. De Rijnmond werd saneringsgebied.'
'De keerzijde hiervan was trouwens dat de petrochemie zich in de Rijnmond onvoldoende heeft kunnen ontwikkelen; er was geen milieuruimte meer, sterker nog: er moest eerst ruimte gemaakt worden. Andere plaatsen hebben daarvan extra geprofiteerd: Limburg, Moerdijk, Terneuzen en de Antwerpse Haven.'
De vele milieumaatregelen die sindsdien zijn genomen, hebben hun uitwerking overigens niet gemist. De luchtkwaliteit is er aanmerkelijk op vooruitgegaan, door technische ingrepen maar ook doordat bedrijven veel zorgvuldiger met hun verantwoordelijkheid voor het milieu omgaan. De bodem is grotendeels gesaneerd, het oppervlaktewater is een stuk schoner geworden dankzij de bouw van zuiveringsinstallaties. Politiek en bedrijfsleven hebben elkaar daarbij gevonden door vrijwillige overeenkomsten, convenanten, af te sluiten over de uitstoot van zwaveldioxide en vluchtige koolwaterstoffen, over geluidsoverlast, over bodemsanering, enzovoort. Veel van die convenanten zijn later in wetgeving en vergunningen opgenomen.
'In feite is het milieu hier in de Rijnmond maar ook in Nederland daardoor vrijwel van de politieke agenda afgevoerd', stelt Pieter Thomassen vast. 'Het is nu vooral een ambtelijke kwestie, discussies over vergunningen en regels. Je kunt in eigen land immers niet meer zo veel uitrichten voor het plaatselijk milieu, wel voor Europa of de wereld. Bijgevolg is het beleid van hier naar "Brussel" en de rest van de wereld verplaatst. De afspraken over de uitstoot van broeikasgassen zijn hiervan het beste voorbeeld. Als we hier ten behoeve van het milieu een stukje welvaart opgeven, moeten we dat wel in verhouding zien ten opzichte van de welvaartsgroei in landen als China en India. Met andere woorden: we moeten bereid zijn om milieuruimte te maken voor onszelf maar ook voor de rest van de wereld, die eenzelfde welvaart nastreeft. Dat vraagt om een drastische verandering in de wijze van produceren en consumeren. En er hangt een fors prijskaartje aan. Milieu is een schaars goed en begint zoals in de opkomende emissiehandelsystemen voor broeikasgassen, waaronder CO2, en NOx dus een rol te spelen in economische beslissingen; lucht, water en bodem zijn niet meer gratis.'

De raffinaderij en chemische fabrieken van ExxonMobil hebben in de loop der jaren veel in milieubescherming geïnvesteerd. Allereerst in het kader van de grote modernisering van de Esso-raffinaderij in de jaren tachtig. Dankzij een reeks van maatregelen werd zij de modernste en milieuvriendelijkste van Nederland, een positie die tot op de dag van vandaag is behouden. Door over te schakelen naar zelf geproduceerd zwavelarm laagcalorisch stookgas voor de fornuizen liep de uitstoot van zwaveldioxide, stikstofoxiden en fijn stof drastisch terug. De ontsnapping van koolwaterstoffen werd aan banden gelegd door zorgvuldig onderhoud aan de installaties, toepassing van drijvende daken en dampterugwinning bij de belading van schepen en tankwagens. Een drietrapszuiveringsinstallatie met bioloog zorgde voor grondige zuivering van het afvalwater, terwijl veel werk werd gemaakt van het scheiden en beheren van afvalstromen. Door middel van bodemsaneringsprojecten kon een hoop vervuilde grond uit het verleden worden opgeruimd dan wel schoongemaakt. Ook de aromatenfabriek en weekmakersfabriek staken veel moeite en geld in het verbeteren van hun milieuprestaties.
Iedereen dus tevreden? Pieter Thomassen schudt zijn hoofd. 'Men is doorgeschoten. Er zijn twee hoofdstromingen in het milieubeleid. Aan de ene kant heb je de principiëlen, de "milieufundis", die voor alles de beste beschikbare technologie willen gebruiken. Als iets beter kan, dan moet het geld op de tweede plaats komen, vinden zij.
< Milieu is een schaars goed en begint een rol te spelen in economische beslissingen. >
Sommige milieuambtenaren denken helaas zo, net als de radicalere milieugroepen. Zij kijken niet naar de luchtkwaliteit en de verzuring, maar blijven streven naar de nulemissie. Jammer: op een gegeven moment is de was gedaan. Witter dan wit hoeft niet.'
'De tweede stroming, de rational approach, wint gelukkig aan kracht. Die houdt in dat je eerst naar milieukwaliteit en de plaats van de activiteiten kijkt en daar vervolgens je normen en grenswaarden op afstemt. De Europese Unie hanteert deze aanpak momenteel voor haar systeem van luchtkwaliteits- en verzuringsnormen. Ook de Nederlandse overheid is tegenwoordig heel actief met het promoten van deze stroming. Binnen de EU streeft zij naar het implementeren van rationele normen voor emissies van onder andere zwaveldioxide en stikstofoxiden.'
Waar staat de milieubeweging eigenlijk in deze discussie? Zijn alle groepen even principieel? 'Je hebt drie soorten milieugroepen: ten eerste de actieclubs, die de discussie met bedrijven niet wensen aan te gaan, omdat ze geen millimeter van hun opvattingen, hun geloof zou ik zeggen, wensen af te wijken, ten tweede de groepen die wel bereid zijn de discussie aan te gaan op basis van feiten, zoals de Zuid- Hollandse Milieufederatie en ten slotte de organisaties die wetenschappelijk te werk gaan, zoals Natuur & Milieu. Daar werken goede academici.'
<Wij moeten verder vooruit leren denken>

Het politiek debat over milieukwesties is volop in beweging. Vindt Pieter Thomassen dat de standpunten van ExxonMobil, in het verlengde hiervan, in de loop der jaren zijn gewijzigd? 'Er is zeker ook binnen onze onderneming een ontwikkeling gaande. Dat kan ook moeilijk anders. Als je zoals ExxonMobil meer dan honderd jaar bestaat, moet je het bedrijfsbeleid meermaals hebben bijgestuurd. Wat is gebleven, is de gehechtheid aan sound science. We zijn en blijven ingenieurs. Maar wetenschap is meer dan technologie. Er is ook zoiets als political science. Dat betekent dat je de publieke opinie in je overwegingen moet betrekken. Daarmee bedoel ik niet dat je de discussie uit de weg moet gaan en alles wat "men" vindt voor zoete koek moet slikken. Mensen zijn nu eenmaal niet rationeel; het verstand moet het gevoel geregeld corrigeren, anders krijg je nooit duurzaamheid. Aan de andere kant moeten wij verder vooruit leren denken. Bij onze chemiebedrijven bestaat die cultuur al vanaf de begin jaren negentig. Voor milieuzaken stellen zij al geruime tijd meerjarenplannen op. Onze raffinaderijen zijn van nature wat conservatiever ingesteld: te snel zeggen ze dat "alles eerst bewezen" en "economisch haalbaar" moet zijn. Maar de laatste jaren werkt men ook daar met meerjarenplannen.'
Tijdens zijn afscheidsspeech in het statige Kasteel van Rhoon verwees Pieter Thomassen naar een beroemde uitspraak van Mahatma Ghandi: 'Earth provides enough to satisfy every man's need, but not every man's greed.' Opmerkelijk wellicht dat een vertegenwoordiger van het bedrijfsleven zo'n citaat kiest, maar de vertrekkende milieumanager haalde Ghandi niet voor niets aan. Het laat een andere kant zien van het milieudebat: de noodzaak om economische groei te combineren met duurzame ontwikkeling. 'Waarom zijn er eigenlijk milieuproblemen? Dat heeft te maken met de behoefte aan economische groei. Door het langdurige succes van onze economieën veroorzaken we in dit deel van de wereld met verhoudingsgewijs weinig mensen een enorme milieubelasting. We kampen dus niet alleen met een milieuproblematiek maar ook met een verdelingsvraagstuk. Ik weet wel dat het door de mondiale concurrentiestrijd niet gemakkelijk is om hier een oplossing voor te vinden, maar we mogen er onze ogen niet voor sluiten.'
|