Aromatenfabriek Rotterdam bestaat veertig jaar: Aanpassen en aanpakken
Op 20 oktober 1964 vertrok een speciale trein van Rotterdam CS naar het fabrieksterrein van Esso Nederland in de Botlek. Ruim 400 genodigden zagen daar hoe de toenmalige minister van Economische Zaken, Koos Andriessen, met een druk op de knop de openingshandeling verrichtte van een nieuwe chemische installatie.
De officiële start van de aromatenfabriek was een feit. Trots meldde Esso Nederland in een advertentie 'Deze fabriek zal chemische industrieën in geheel Europa voorzien van grondstoffen die van vitaal belang zijn voor onze moderne maatschappij.' In de afgelopen veertig jaar is er veel veranderd in de fabriek. Wat gebleven is, is de vooraanstaande rol én de mentaliteit van de medewerkers, die zich met één zinsnede laat samenvatten: 'met zijn allen de schouders eronder'.
TEKST: TJEBBE WILL | FOTO'S: ESSO HISTORISCH ARCHIEF, KEES STUIP

De Rotterdam Aromatics Plant (RAP) werd vanaf 1963 gebouwd op het terrein van de Esso-raffinaderij in de Rotterdamse haven. Gevraagd naar de reden waarom gekozen was voor Rotterdam, antwoordde H.W. Fisher, Vice President van de voorganger van ExxonMobil, Standard Oil, bij de opening: 'Het is duidelijk dat iedereen die deze vraag stelde nog nooit hier is geweest, anders zou de vrager weten hoe goed dit gebied is om er zijn geld in te steken, er te wonen en te werken.'

Bij de oprichting bedroeg de productiecapaciteit 250.000 tot 300.000 ton aromaten. Hiermee werd Esso marktleider in Europa. De door de RAP geproduceerde aromaten (benzeen, tolueen en xyleen) worden gebruikt in allerlei producten, zoals verpakkings- en isolatiemateriaal, elektrische keukenapparatuur, auto-onderdelen en sportschoenen.

Snelle uitbreidingen | Al vrij snel volgde een aantal uitbreidingen en verdubbelde de capaciteit van de fabriek. Als eerste kwam in 1968 de nieuwe cyclohexaan-unit gereed. Hierdoor produceerde de RAP voortaan niet alleen aromatische koolwaterstoffen, maar ook cyclische verzadigde koolwaterstoffen. Cyclohexaan wordt uiteindelijk verwerkt tot nylon, synthetische vezels en harsen.
In de jaren zeventig en tachtig bleef de vraag naar chemische producten gestaag stijgen, door de toenemende welvaart en de ontwikkeling van allerlei nieuwe producten. Door investeringen in betere productiemethoden, aanpassingen in het productieproces en uitbreidingen van de fabriek, steeg de productie en verbeterde de efficiency van de Aromatenfabriek.

Minister Koos Andriessen opende de fabriek in 1964.
De grootste uitbreiding onderging de RAP aan het eind van de jaren negentig. In 1996 werd gestart met de bouw van een tweede paraxyleenfabriek naast de aromatenfabriek. Hier wordt paraxyleen gemaakt, dat dient als grondstof voor Polyethyleen Tereftalaat (PET), bekend van onder andere de frisdrankflessen. Door alle investeringen is de productiecapaciteit verveelvoudigd. Nu, in 2004 is de RAP met een productie van 1.800.000 ton aromaten per jaar nog steeds een van de grootste aromatenfabrieken ter wereld.

De aromatenfabriek werd naast de Esso-raffinaderij gebouwd.

Uit de kinderschoenen | Voor wat betreft de producten is in de afgelopen veertig jaar weinig veranderd. 'Wil je een goed beeld krijgen van de ontwikkeling van de RAP, dan moet je kijken naar de revolutie die heeft plaatsgevonden op het gebied van automatisering van de besturing en naar de verbetering van de werkwijzen,' verklaart Plant Manager Maarten ten Doesschate. 'Dit alles uiteraard zonder het oog van de belangrijkste bal te halen, namelijk de aandacht voor veiligheid.'

In de jaren zestig stond de proces- en computerbesturing nog volledig in de kinderschoenen. Door continu te investeren slaagde de RAP erin de ene na de andere verbetering door te voeren en de productie systematisch te verhogen. Eén van de mijlpalen was de ingebruikname van de nieuwe controlekamer in 1984. De oude controlekamer lag onveilig, midden in de fabriek. In de nieuwe, explosiebestendige controlekamer kon de procesbesturing efficiënter plaatsvinden dankzij nieuwe instrumentatie en het gebruik van beeldschermen. Nu, twintig jaar later, wordt de aromatenfabriek nog steeds aangestuurd vanuit deze bunker.

De snelle ontwikkeling van de chemische industrie maakte het mogelijk om verschillende aromaten te produceren en in de loop der jaren verschenen steeds nieuwe consumentenproducten op de markt.
Ook in het administratieve traject en op het gebied van planning is er een enorm verschil met 40 jaar geleden. 'Dankzij de automatisering beschikken wij nu over enorm veel informatie en kunnen we systemen en procedures beter bewaken', vervolgt de Plant Manager. 'Vroeger ging dat vaak uit het hoofd en naar eigen inzicht. Nu zijn er vastomlijnde procedures. Toch hebben wij steeds gezocht naar wegen om efficiënter te werken. Al in 1968 hadden we een computerprogramma voor het berekenen van een optimale productie en winst. Voor 150 gulden kon de computer in twee minuten een basisprogramma met vijf varianten verwerken. Het uitdraaien van de resultaten kostte vijf minuten en het papier was 30 meter lang.'

Met de bouw van de nieuwe cyclohexaanunit produceerde de RAP vanaf 1968 niet alleen aromatische koolwaterstoffen, maar ook cyclische verzadigde koolwaterstoffen.
Rotterdamse mentaliteit | Ondanks alle veranderingen, zowel in de techniek als in het proces is de mentaliteit van de medewerkers hetzelfde gebleven. 'Nog steeds heerst hier een "wij doen dat wel" mentaliteit. De mensen willen aanpakken en betere prestaties neerzetten.
Sommige medewerkers werken hier al meer dan 30 jaar en vinden het werk nog steeds leuk en uitdagend. Die mentaliteit zie ik ook terug in de productiecijfers. We begonnen in 1964 met een kleine 300.000 ton in 1990 produceerden we 900.000 ton en nu dan 1.800.000 ton aromaten. En dit zelfs met iets minder medewerkers dan in 1990. Iedereen toont betrokkenheid en voelt zich verantwoordelijk. Voor het productieproces én voor de veiligheid. Met name dit laatste aspect vraagt permanent om aandacht van het management, de leidinggevenden en van iedere medewerker. Veiligheid is iets dat tussen de oren moet zitten en waaraan je iedere dag moet werken. Voor de eigen medewerkers staat de teller op 31 jaar zonder verzuimongeval. Voor het aannemerpersoneel kunnen we helaas nog niet zulke mooie resultaten laten zien, maar hier werken we samen hard aan.'

Plant Manager Maarten ten Doesschate
<Nog steeds heerst hier een "wij doen dat wel" mentaliteit.>
Vertrouwen | De markt voor producten uit de basischemie groeit constant. 'Als iedere Chinees voor de Olympische Spelen in Peking een nieuw polyester-shirt wil,' zegt Ten Doesschate met een glimlach, 'dan hebben we zelfs een probleem. Natuurlijk is de vraag conjunctuurgevoelig, maar er zijn nog veel groeimarkten. We zien de toekomst daarom met vertrouwen tegemoet.'

Dat geldt ook op het gebied van milieu. De aromatenfabriek investeert hard in het verbeteren van de energieefficiency en het verminderen van emissies (gas, geluid en lekkages). Zo beschikt de RAP als eerste in de Botlek over een zogenaamde doelvergunning. Dit is een "éénpagina-vergunning" waarin je aangeeft wat je doelstellingen zijn en waarover je verantwoording aflegt tegenover belanghebbenden. 'Vanaf het begin hebben wij onze directe omgeving duidelijk gemaakt dat wij geen stinkende, gevaarlijke chemische fabriek zijn. Wij hebben steeds gestreefd naar een goede omgang met onze buren en onze toezichthouders, zoals de DCMR, de brandweer en bijvoorbeeld de Arbeidsinspectie.'

De grootste uitbreiding onderging de RAP in 1996 met de bouw van een tweede paraxyleenfabriek, waar de grondstof voor PET (bekend van de flessen) wordt gemaakt.

De balans blijkt positief. Door de motivatie van de medewerkers, de gunstige marktontwikkelingen, het streven om het productieproces steeds verder te verbeteren en het positieve effect van alle milieumaatregelen, heeft de aromatenfabriek in de afgelopen 40 jaar een enorme groei doorgemaakt. 'Een trend die wij ook in de komende 40 jaar willen vasthouden,' besluit de Maarten ten Doesschate vastberaden.
|