INHOUDSOPGAVE | TERUG

Interview met Prof.dr. Luc Van Liedekerke: Hebzucht binnen kaders

De beroemde en in sommige kringen beruchte Amerikaanse econoom Milton Friedman wond er geen doekjes om: the business of business is business. Prof.dr. Luc Van Liedekerke, bedrijfsethicus en onder meer hoogleraar te Leuven en Antwerpen, kan wat dit betreft een eind met Friedman meegaan. Dat is in zeker opzicht verrassend, want hij staat juist bekend als een pleitbezorger van corporate citizenship, maatschappelijk verantwoord ondernemen. In dat concept omvat de rol van ondernemingen aanmerkelijk meer dan het plezieren van aandeelhouders. Sluit het een, business, het ander, de onderneming als burger, niet uit? Allerminst, zo meent de professor.

TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: STEFAN DEWICKERE

'Waar Friedman op duidt, is dat bedrijven zich moeten beperken tot datgene waar ze goed in zijn. Maar hij zei er direct bij dat iedere onderneming zich aan de regels van het spel dient te houden, zoals de eis van eerlijke concurrentie. Van Friedmans opvatting loopt dus een rechte lijn naar de noodzaak van gedragsregels.'

'Ondernemingen zijn erop uit om de concurrentie te slim af te zijn. Maar als ze te slim zijn, zouden ze een monopoliepositie kunnen verwerven. Dat is maatschappelijk ongewenst, want alleen als er voldoende concurrentie is kan de invisible hand van Adam Smith zijn werk doen.'

(Adam Smith (1723-1790), Schots wiskundige en auteur van het beroemde boek An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations (1776), waarin hij aantoonde dat het eigenbelang van individuen, de 'onzichtbare hand', de drijvende kracht achter een succesvolle markteconomie is.)

Adam Smith wordt juist vaak aangehaald om te onderstrepen dat we het best zoveel mogelijk aan de markt kunnen overlaten.

Ja, maar als er maar één bakker is, werkt het systeem niet. Daarom hebben we dus gedragsregels nodig. Die zijn overigens niet onveranderlijk. Ze hangen samen met de waarden van de samenleving, die verschuiven immers. Voorbeelden hiervan zijn natuur- en milieubescherming en de gelijkberechtiging van de vrouw. Vroeger waren die niet of nauwelijks van belang, nu wel. Het kan voor ondernemingen soms hard aankomen als ze erachter komen dat de gedragsregels van voorheen ineens niet meer voldoen. Je doet voort als altijd, consulteert iedereen die geconsulteerd moet worden en plotseling krijg je met maatschappelijk protest te maken. Zulke misrekeningen kunnen honderden miljoenen kosten, zoals het geval van de Brent Spar overtuigend aantoonde.' '

De transparantie in de samenleving is veel groter geworden. Iedereen kijkt op je vingers. Daar zul je als bedrijf rekening mee moeten houden als je vooruit wilt.'

ExxonMobil schrijft in zijn Maatschappelijk Jaarverslag dat de manier waarop het bedrijfsresultaat wordt geboekt, even belangrijk is als het resultaat zelf. Vindt u dat geloofwaardig?

Zeker, zolang men maar niet de indruk wil wekken dat er geen tegenstelling bestaat tussen maatschappelijke en economische doelstellingen, want die is er wel degelijk. Ik geloof niet in het harmoniemodel, waarbij ethisch gedrag naadloos samengaat met het maximeren van aandeelhouderswaarde. Ondernemingen blijven dikwijls roofdieren, want de markt is een jungle. Als ze rekening houden met niet-economische doelstellingen is dat omdat ze daartoe gedwongen worden en beseffen dat het negeren van die doelstellingen geld kost. Milieubewustzijn is hiervan een goed voorbeeld. Het begon met een hoop lawaai in kleine delen van de samenleving, pas later werd het gemeengoed en een vanzelfsprekend onderdeel van ondernemingsbeleid.'




Bedrijven kunnen zich er natuurlijk ook toe beperken de wet te gehoorzamen.

Een bedrijfsethiek die alleen maar voorschrijft de wet niet te overtreden, is uitermate zwak. Het gaat om je instelling. Gedragsregels moeten deel uitmaken van het interne waardensysteem. Dat is voor personen niet anders dan voor bedrijven. Er zijn waarden die de meesten van ons vanzelf naleven. Als iemand ons bijvoorbeeld de weg vraagt, proberen we te helpen.'

Wat te denken van hebzucht? Dat zit ook van nature in de mens.

Het was dezelfde Adam Smith die in de achttiende eeuw al zei dat hebzucht ook een positieve kant heeft, doordat het de bestedingen stimuleert en dus de economie. Dat was in die tijd nieuw. Daarmee verdedigde hij overigens niet een laissez faire kapitalisme zonder structuur, want hij besefte dat hebzucht aan kaders gebonden moet zijn, anders loopt het fout.'

Het geloof in het kapitalisme is sindsdien wel zwaar op de proef gesteld.

Absoluut. Denk aan het ontstaan van een proletariaat, kinderarbeid. In de negentiende eeuw verliep alles zeer ongecontroleerd. Het type oligarch dat nu in Rusland actief is, vond je toen in Amerika. Daar is dan ook een reactie opgekomen. In de VS ontstond een spontane tegenbeweging, die tot op de dag van vandaag doorwerkt. Nergens zijn de financiële markten zo streng gereguleerd als daar.'

Kunnen we op dit punt spreken van een groeiende tegenstelling tussen de Verenigde Staten en Europa? Hier is men meer bezorgd over de toekomst van de verzorgingsstaat.

Ik stel vast dat de verschillende handelsblokken – de VS, Europa, Japan, Zuid-Korea – juist wat hun regelgeving betreft naar elkaar toegroeien. Dat heeft ongetwijfeld met de mondialisering te maken. Iedereen heeft en houdt niettemin zijn particulariteit. Bij ons is de arbeidsmarkt vrij streng gereguleerd. In Amerika leeft veel meer de gedachte dat de markten dit zelf wel kunnen regelen.'

'In beginsel ben ik vóór zelfregulering binnen kaders; pas als de markt er niet slaagt maatschappelijk noodzakelijke stappen te zetten, is de staat aan zet. Het verbieden van CFK's om de ozonlaag te beschermen is een goed voorbeeld van zelfregulering zonder direct wettelijk ingrijpen. Vrijwillige afspraken zijn verkieslijk, maar jammer genoeg niet altijd mogelijk. De convenanten tussen overheid en industrie in Nederland werken goed. We proberen dit hier in België nu ook.'

Hebben we wel zoveel vrijheid om in Europa een eigen, 'derde' weg te kiezen? Door de economische ontwikkelingen van de laatste tijd maar ook door de mondialisering lijkt de sociale zekerheid steeds meer onder druk te komen.

Onze basisstructuren staan. Hoe duur de sociale zekerheid ook mag zijn, die gaan we hier echt niet afschaffen. De Amerikanen zullen ook vasthouden aan een aantal basisprincipes: het geloof in de American Dream, het recht en de vrijheid van het individu om zijn gang te gaan en te groeien zonder al te veel bemoeienis van de overheid. De diversiteit blijft, ook nu we moeten omgaan met een open economie en de druk van lagelonenlanden. Ik zou het zelfs zeer vervelend vinden als alles te veel in elkaar schuift.'

U klinkt optimistisch.

We hebben in de afgelopen eeuw in het rijke Noorden grote problemen aangepakt: armoede, misbruik, slechte leef- en arbeidsomstandigheden, het ontbreken van een goede gezondheidszorg voor iedereen. Ik zeg niet dat er geen problemen over zijn, maar er is veel bereikt.'

'Het grootste vraagstuk waar we nu mee te maken hebben, is de Noord-Zuid-problematiek. Westerse bedrijven die investeren in ontwikkelingslanden dragen een grote verantwoordelijkheid om het succes dat zij hier geboekt hebben, ginds te herhalen. Kenmerkend is dat in landen als India de arbeidsomstandigheden vaak belabberd zijn en het risico op lichamelijk letsel voor arbeiders daardoor zeer groot is. In de samenleving van de negentiende en een groot deel van de twintigste eeuw was dat hier ook zo. Dankzij de veiligheidscultuur in onze bedrijven is daar enorm veel verbetering in gekomen. Zij kunnen hun expertise aanwenden om daar verbetering in te brengen. Dat geldt trouwens niet alleen voor veiligheid, maar ook voor het milieu en de maatschappelijke impact die grote investeringsprojecten kunnen hebben op lokale gemeenschappen.'


<Als ondernemingen rekening houden met niet-economische doelstellingen is dat omdat ze daartoe gedwongen worden en beseffen dat het negeren van die doelstellingen geld kost.>


ExxonMobil's oliewinningproject in de Afrikaanse landen Tsjaad en Kameroen bijvoorbeeld?

Inderdaad. Tsjaad is een superarmoedig land. Plotseling ontstaat daar dankzij de investeringen ongekende economische groei. Er wordt een pijpleiding aangelegd door ongerept oerwoud. De grote influx van kapitaal zet de lokale bestuurlijke verhoudingen onder druk, want de benodigde politieke en democratische structuren ontbreken.'

'Vroeger deed men dit zonder erover na te denken. Het werk speelde zich af binnen een omheining. Het interessante van het project in Tsjaad is dat ExxonMobil partners heeft gezocht zoals het Wereld-Natuur-Fonds en de Wereldbank om de negatieve effecten te dempen. Ik zie dit als een uniek experiment.'

Oliemaatschappijen hebben niet alleen met lokale omstandigheden te maken maar ook met mondiale vraagstukken. Het sprekendste voorbeeld is klimaatverandering. Hoe moeten ondernemingen die hiermee te maken hebben zich opstellen?

Klimaatverandering is ongetwijfeld een belangrijk vraagstuk, maar de vraag of energie-intensieve ondernemingen duurzaam produceren, wordt niet alleen bepaald door hun houding ten aanzien van klimaatverandering. Om duurzaamheid als concept zichtbaar te maken teken ik altijd drie cirkels. De eerste cirkel is het intern beleid. Dit omvat bedrijfsethiek, eerlijk zaken doen, veiligheid, de relatie met klanten, aannemers en leveranciers en de kwaliteit van de producten. De tweede cirkel is de impact op de omgeving. In de petroleumindustrie hebben we het dan over de impact op de lokale omgeving bij grote investeringen zoals bijvoorbeeld in Tsjaad en Kameroen.

In de derde cirkel gaat het om de lange-termijn-attitude van ondernemingen. Hier wordt het klimaatdebat gevoerd.'

'Het is niet terecht dat bedrijven bijna uitsluitend worden afgerekend op hun gedrag in deze cirkel; die andere twee zijn minstens even belangrijk. Niettemin is het een zwakte van ons economisch systeem dat ondernemingen niet goed zijn in het plannen op lange termijn, omdat het maximaliseren van de winst per kwartaal of jaar zoveel aandacht opeist. Ondernemingen zullen zich echter voortdurend opnieuw moeten uitvinden. Investeer in research. U kunt – om terug te komen op het klimaat – gerust kritiek hebben op "Kyoto", maar stel er wel iets voor in de plaats. Toon betrokkenheid. Dat moet nu, niet over 20 jaar.'


Luc Van Liedekerke

studeerde economie en filosofie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is mededirecteur van het Centrum voor Economie en Ethiek van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceert zowel in Leuven als Antwerpen bedrijfsethiek.

Tevens is hij voorzitter van de registercommissie van Ethibel, een Belgische organisatie die zich toelegt op het ethisch doorlichten van bedrijven.

Van zijn hand verscheen onder andere Explorations in Financial Ethics (Peeters, Leuven, 2000) en Business en Ethiek: spelregels voor ethisch ondernemen (Lannoo, Tielt, 2002).

 Print