ExxonMobil's Energy Outlook 2004Veel meer van hetzelfde Raakt de olie op? En zijn er alternatieve energiebronnen beschikbaar die op redelijk korte termijn de centrale rol van fossiele brandstoffen in de energievoorziening kunnen overnemen? ExxonMobil publiceert jaarlijks een vooruitblik die op deze en aanverwante vragen een nuchter antwoord geeft, op basis van voor iedereen toegankelijke feiten, cijfers en statistieken. In oktober verscheen een nieuwe editie van deze Energy Outlook. De belangrijkste conclusie is dat de wereld voor een enorme opgave staat om in zijn energiebehoeften te kunnen blijven voorzien. TEKST: ANTON BUYS | ILLUSTRATIES: B-GRAPHIC Het is al een tijdje onrustig op de oliemarkt. Afgelopen maanden stegen de prijzen van ruwe olie tot ongekende hoogte. In hedendaagse dollars, moeten we er eerlijkheidhalve bijzeggen, want gecorrigeerd voor inflatie was het prijsniveau tijdens de laatste echte oliecrisis, begin jaren tachtig, nog een stuk hoger. De reactie op dergelijke marktontwikkelingen is voorspelbaar. Er ontstaat een zenuwachtig maatschappelijk debat over de negatieve economische gevolgen van de hoge energieprijzen, de veronderstelde eindigheid van de olievoorraden, de politieke instabiliteit in de regio waar de meeste olievoorraden zich bevinden en – in het kielzog van dit alles – de noodzaak om onze afhankelijkheid van olie te verminderen. Voor een belangrijk deel wordt dit debat bepaald door de waan van de dag. De energiemarkt is de afgelopen jaren niet wezenlijk veranderd. In de nieuwste Energy Outlook, die tien jaar verder vooruitkijkt dan de vorige editie (namelijk tot 2030), staan geen statistieken die fundamenteel afwijken van de grafieken en tabellen in de vorige vooruitblik. Wel is de boodschap aangescherpt: de wereld staat de komende decennia voor een enorme opgave om in zijn energiebehoeften te kunnen blijven voorzien. De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen zal daardoor niet af- maar toenemen. Olie & gas blijven belangrijkste energiedragers
Hoeveel olie is er nog? | Laten we beginnen met een veelgestelde vraag: raakt de olie op? Het antwoord is even eenvoudig als de vraag zelf: niet voor het einde van deze eeuw. Als we ooit geen olie meer zullen gebruiken, zal dat hoogstwaarschijnlijk niet zijn doordat de voorraad is verbruikt. Lastiger is het om precies aan te geven hoeveel olie er nog is. Sinds de eerste boortorens halverwege de negentiende eeuw verrezen in de Verenigde Staten zijn 1000 miljard vaten geproduceerd. (één vat is 159 liter). ExxonMobil schat dat er zich nog tussen de 5000 en 7000 miljard vaten conventionele olie in de aardbodem bevinden. Daarvan zouden volgens huidige inzichten zo'n 2000 miljard vaten economisch gewonnen kunnen worden. Buiten de conventionele bronnen kan ook (zeer zware) olie worden geproduceerd uit teerzanden. De grootste voorraden hiervan bevinden zich in een beperkt aantal regio's: Canada, Venezuela en Rusland. Bij elkaar gaat het om meer dan 4000 miljard vaten. Ten slotte kan ook olie worden gewonnen uit leisteenformaties. De grootste reserves zijn aangetroffen in de VS en Brazilië. Wereldwijd omvatten de reserves 3000 miljard vaten, waarvan ExxonMobil verwacht dat grootschalige winning mogelijk zal blijken dankzij technologische innovaties. Hoe dan ook, zelfs als we ons tot de conventionele reserves beperken, hebben we genoeg olie om het nog tientallen jaren uit te zingen.
Toenemende afhankelijkheid van OPEC | Voorlopig zal het merendeel van het aanbod aan vloeibare koolwaterstoffen (voornamelijk olie en daarnaast synthetische vloeistoffen, ethanol en condensaat) nog afkomstig zijn uit landen die niet tot het OPEC blok behoren. Het belang van de OPEC-staten zal echter na 2010 door de fors stijgende vraag groeien. De toenemende afhankelijkheid van OPEC heeft veel commentatoren er de laatste tijd toe verleid de noodklok te luiden. De politieke instabiliteit in het Midden-Oosten en het ontbreken van een gunstig en vrij investeringsklimaat in de meeste betrokken landen zijn volgens hen de voornaamste verstorende factoren. Het zal niet eenvoudig zijn deze zorgen weg te nemen. Het Internationaal Energie-Agentschap, een denktank van de geïndustrialiseerde landen die verenigd zijn in de OESO, maakte bij de recente publicatie van zijn World Energy Outlook bekend dat het zich eveneens grote zorgen maakt over het investeringsklimaat in regio's als Rusland, het Midden-Oosten en West-Afrika. De instabiliteit in deze regio's zou ertoe kunnen leiden dat de investeringen achterblijven bij wat noodzakelijk is om aan de toekomstige vraag naar olie te kunnen voldoen. ExxonMobil is minder pessimistisch. Er zullen naar verwachting voldoende kapitaalverschaffers op de verwachte hoge rendementen afkomen. Olie en aardgas blijven tot 2030 en vermoedelijk in de decennia daarna de belangrijkste energiedragers. Maar ook voor steenkool en overige bronnen zoals kernenergie, biomassa, huishoudelijk afval en waterkracht blijft een belangrijke rol weggelegd. De groei van hernieuwbare bronnen zoals wind en zon is spectaculair, maar door het blijvend geringe aandeel in de totale energievoorziening hebben deze alternatieven alleen een toekomst in bepaalde nichemarkten. Opmerkelijk is de groei van het aardgasverbruik. In 2030 zal een kwart van de energieproductie voor rekening komen van gas, dat dankzij de opkomst van vloeibaar gemaakt aardgas (LNG) nu ook vanuit verafgelegen gebieden naar de belangrijkste markten kan worden getransporteerd (zie hiervoor ook het artikel Vloeibaar de aarde rond). <De toenemende afhankelijkheid van OPEC heeft veel commentatoren er de laatste tijd toe verleid de noodklok te luiden.>
Misplaatst optimisme? | Het opvallendste van ExxonMobil's Energy Outlook is dat er in de toekomst in beginsel zo weinig verandert. Meer van hetzelfde, zo zou je de prognoses in een paar woorden kunnen samenvatten. Dat staat haaks op optimistische verwachtingen die in brede lagen van de samenleving leven. Het zou nog maar een kwestie van jaren zijn voordat alle auto's op waterstof rijden; een belangrijk deel van onze elektriciteit zou binnen afzienbare tijd opgewekt worden uit hernieuwbare of CO2-neutrale bronnen en voor de verwarming van onze huizen zouden we gebruik kunnen maken van zonnepanelen en nieuwe, innovatieve oplossingen. Echter, geen enkel wetenschappelijk scenario ondersteunt deze toekomstvisie. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk ontwikkelingen waarneembaar zijn die van grote invloed kunnen zijn op de energiemarkten van de toekomst. De eerste in serie geproduceerde superzuinige hybride auto's, die zowel over een elektromotor als een conventionele verbrandingmotor beschikken, zijn op de weg verschenen. Autofabrikanten en oliemaatschappijen, waaronder ExxonMobil, experimenteren volop met de brandstofcel, die waterstof en zuurstof gebruikt om elektriciteit te produceren waarmee dan weer een elektromotor kan worden aangedreven. Ook op andere terreinen winnen technologieën terrein die energiebesparing bevorderen en de ecologische nadelen van het verbranden van fossiele brandstoffen verminderen. Maar laten we ons niet te snel rijk rekenen. Hoewel we de komende decennia gelukkig aanmerkelijk zuiniger met energie kunnen omspringen, zal de vraaggroei de besparing ver overstijgen. Bovendien moeten we ons realiseren dat waterstof, dat bij verbranding in water verandert, wel eerst gemaakt moet worden. Daarvoor hebben we nog altijd fossiele brandstoffen zoals aardgas nodig. Vandaar dat een auto met een brandstofcel het op het ogenblik slechter doet qua CO2-uitstoot dan de hybride voertuigen die nu op de markt zijn, zoals de Toyota Prius.
Raming productie vloeibare koolwaterstoffen
Technologie is het antwoord | ExxonMobil's Energy Outlook concludeert op basis van de hierboven beschreven ontwikkelingen dat de emissies van CO2 de komende decennia wereldwijd fors zullen toenemen, in het bijzonder in Zuidoost-Azië, waar zich de belangrijkste groei-economieën bevinden. Het lijkt een treurige boodschap voor milieubewuste mensen. Maar opgepast, de soep wordt meestal niet zo heet geheten als hij wordt opgediend. Een van de kernboodschappen in ExxonMobil's Energy Outlook is juist dat we nieuwe technologie nodig hebben om de vraagstukken te lijf te gaan die samenhangen met het almaar toenemende energieverbruik. Afhankelijk van het succes van het technologisch en wetenschappelijk onderzoek kan de wereld wellicht doorbraken creëren die de economische aspiraties van de wereld, vooral de ontwikkelingslanden, bevorderen en tegelijkertijd het milieu ontzien. Wat dat betreft is er nog een wereld te winnen. |