INHOUDSOPGAVE | TERUG

Redactioneel

Hollen of stilstaan

Hoeveel weten we eigenlijk? Veel meer dan onze voorouders, zou je denken. Zij moesten het immers zonder internet, nieuwsradio, 35 televisiekanalen en andere zegeningen van de moderne maatschappij stellen. Op geen enkel moment in de geschiedenis heeft de mens zoveel informatie over zich heen gekregen als in onze tijd. Sinds de uitvinding van de telegraaf en telefoon in de negentiende eeuw en de brede verspreiding van massamedia in de twintigste is de hoeveelheid nieuws, achtergronden en beelden waarmee we worden geconfronteerd in hoog tempo toegenomen. Al zappend nemen we 24 uur per dag, 365 dagen per jaar de wereld in ons op; niets van belang kan ons meer ontgaan. Maar weten we écht zoveel meer dan de mensen die een leven lang hun woonplaats amper uit kwamen en voor hun informatievoorziening afhankelijk waren van de dorpspomp? Dat staat te bezien.

Door de waterval van tekst, spraak en beeld die we voortdurend over ons heen krijgen, zijn de meesten het spoor volledig bijster geraakt. Dat geldt zelfs voor professionele informatieconsumenten zoals wetenschappers, journalisten en analisten. Mensen die voor de uitoefening van hun beroep aangewezen zijn op de almaar aanzwellende informatiestroom, zijn genoodzaakt een strenge selectie te maken tussen hoofd- en bijzaken. Deze selectie is uiteraard subjectief. Slechts weinigen kunnen weerstand bieden aan de neiging voor hun meningsvorming achter de kudde aan te hollen in plaats van stil te staan bij feiten die in tegenspraak lijken met wat 'men' vindt. Maar zelfs wie daar wél toe in staat is, heeft de grootste moeite een algemene trend of waarheid te ontdekken. Ook de slimste analist mist het filter van de tijd, dat achteraf in staat is het kaf van het koren te scheiden.

Dit blad zoekt zijn voorbeelden gewoonlijk in de energie-industrie. En voor dit onderwerp hoeven we niet ver te zoeken. Wat weten we bijvoorbeeld over het belangrijkste levenssap van de wereldeconomie: olie? Genoeg, zo lijkt het. De voorraden zijn hoog en er is voldoende wetenschappelijk bewijs om te kunnen voorspellen dat ze toereikend zijn tot het einde van de eeuw, ondanks de almaar toenemende energiebehoefte van de wereld. Volgens de economische wet van vraag en aanbod zou dit gegeven de al te hevige schommeling van olieprijzen moeten tegengaan, maar de olieprijs begint steeds meer trekken van een beursaandeel te krijgen. Gebeurtenissen in het Midden-Oosten, geruchten, of uitspraken van invloedrijke personen kunnen de prijs in een mum van tijd omhoog jagen of juist in laten zakken. Dit is slecht nieuws voor de economie, die juist gebaat is bij stabiliteit. De belangrijkste oorzaak hiervan is het thema van deze tekst: een informatieoverschot. Het beneemt de markt het zicht op de werkelijke verhouding tussen vraag en aanbod.

Soms zou je terugverlangen naar de dorpspomp.

Anton Buys

 Print