INHOUDSOPGAVE | TERUG

Rijdend museum bewijst eer aan bevrijders

Keep Them Rolling

Ter herinnering aan de bevrijding van West-Brabant reed op 23 oktober een colonne van 224 klassieke legervoertuigen over de route die de Amerikaanse soldaten zestig jaar geleden aflegden.

Eén dag duurde de tocht die in 1944 bijna drie weken in beslag nam. Aan het stuur zaten de leden van Keep Them Rolling (KTR), een rijdend museum van oude Yankee-voertuigen die de herinnering aan de oorlogsjaren levend houden. ExxonMobil maakte de dag mede mogelijk door 13.000 liter brandstof beschikbaar te stellen.

TEKST: ROB VISSERS | FOTO'S: INTERNETBODE

Bijna vijf kilometer meet het lint aan legervoertuigen, dat varieert van tanks, amfibiewagens en ambulances tot trucks, high speed tractors en rupsauto's. Langs de kant van de weg staan honderden toeschouwers te zwaaien naar zo'n 450 chauffeurs en bijrijders met in hun midden 21 veteranen van de 104e Infanterie Divisie, beter bekend onder de bijnaam Timberwolves (boswolven). Zij waren degenen die dit deel van Nederland weer tot vrij gebied maakten. De divisie bestond uit 15.000 merendeels jonge en onervaren soldaten, waarvan er 1500 omkwamen, 4500 gewond raakten en bijna 100 werden vermist. 'Deze herdenking is in de eerste plaats bedoeld als eerbetoon aan de jonge jongens die hun leven gaven voor de vrijheid', zegt initiator en medeorganisator Rob van 't Oost, bestuurslid van KTR, 'en om de huidige jeugd te tonen dat vrijheid niet zomaar aan komt waaien.' De Amerikaanse oud-militairen, in leeftijd variërend van 80 tot 91 jaar, zijn dan ook de hoofdgenodigden. Samen met hun familie rijden zij mee in een luxe touringcar – voor de meesten is een rit op een van de oude legervoertuigen fysiek te zwaar.

Colonne | Net als in 1944, toen zij hun opmars door Nederland begonnen, valt er geregeld een buitje op de colonne. Vanuit België trokken de Timberwolves het West-Brabantse landschap in, terwijl op andere plaatsen in de provincie Canadezen, Britten en Polen strijd leverden met de Duitsers. Zuid-Nederland, Luxemburg en België waren toen al in handen van de geallieerden. De troepen werden bevoorraad vanuit Normandië door een constante stroom vrachtwagens, die iedere dag tienduizenden tonnen aan goederen vervoerde.

De haven van Antwerpen zou een geschikter plek zijn om de goederen naar te verschepen, maar de Duitsers beheersten de toegangswateren. Daarom was het primaire doel van de militaire operatie het vrijmaken van de monding van de Schelde, zodat Antwerpen als doorvoerhaven gebruikt kon worden. Daarnaast wilde veldmaarschalk Montgomery het terugtrekkende Duitse leger de pas afsnijden. Op deze veldtocht was Zundert de eerste plaats die door de Timberwolves werd bevrijd. Zestig jaar na dato is het de plek waar een korte ceremonie plaatsvindt bij het 'Monument ter nagedachtenis aan de bevrijding door de 104e Infanterie Divisie'.

Fanfare | De Amerikanen stootten door, de Duitsers voor zich uit jagend. Drie dagen na de bevrijding van Zundert kwam Rijsbergen in geallieerde handen, waar een plaquette nog aan herinnert. Inmiddels hadden de Timberwolves zich ook verzekerd van de controle over de weg tussen Breda en Roosendaal. De volgende stops op de route waren Etten en Leur, anno 2004 een van de activiteitenclusters tijdens de herdenkingsrit.

De voormalige dorpen, inmiddels aaneengegroeid tot Etten-Leur, zijn aangekleed met Nederlandse en Amerikaanse vlaggen zoals in de dagen van de bevrijding. De legerfanfare "Band of Liberation", gekleed in tenue uit de Tweede Wereldoorlog, loopt voor de stoet uit en leidt de weg naar vier grote legertenten, waar alle deelnemers samenkomen om een hapje te eten. In het centrum van de plaats vinden optredens plaats van onder andere vaandelzwaaiers, regionale bands en het Jeep Construction Team van KTR – zij laten zien hoe je in vijf minuten een volledig gedemonteerde jeep in elkaar zet.

<Het is belangrijk dat we straks, als de bevrijders er zelf niet meer zijn, ons dit herinneren.>

Daarna is er een korte plechtigheid, waarbij burgemeester Van Agt zestig witte duiven loslaat op het dorpsplein, elke vogel één jaar bevrijding symboliserend. Een van de veteranen spreekt de aanwezigen toe en vertelt over de strijd die hier geleverd is.

Klassieke vliegtuigen | Die strijd werd ook uitgevochten in de lucht. Vandaar dat een zestal klassieke vliegtuigen deel uitmaakt van het herdenkingsevenement: twee verkenningsvliegtuigen, een jager, een lesvliegtuig en een grote Mitchell B25 bommenwerper. Geregeld komen de kisten grommend over de menigte in Etten-Leur gevlogen. In 1944 kregen de zwaar beproefde grondtroepen overigens minder luchtsteun dan gewenst, omdat het vaak zeer slechte weer dat niet toeliet.

's Middags begeeft de colonne zich via Sprundel en Sint Willebrord naar het vliegveld Seppe bij Bosschenhoofd, waar de deelnemers een blik kunnen werpen op de vliegtuigen. Speciaal voor deze dag heeft de Rijksluchtvaartdienst eenmalige landingsrechten gegeven aan de B25, maar net als zestig jaar geleden gooit het natte weer roet in het eten. De andere vliegtuigen komen wel aan de grond en vormen samen met piloten in authentieke kleding en tien aan de vliegerij gelieerde voertuigen (zoals luchtafweergeschut en bomtruckjes) een tableau vivant. Een voor één stijgen de kisten op, als hommage aan alle piloten die in Europa zijn verongelukt.

Canvasvouwboten | Na op 30 oktober het dorp Oudenbosch te hebben bevrijd trokken de Amerikanen richting de rivier De Mark, waar de Duitsers zich hadden verschanst. De bezetters hadden de brug bij Standdaarbuiten opgeblazen en verdedigden zich met hand en tand om voldoende tijd te winnen voor de terugtrekking van hun troepen. Een bataljon van de Timberwolves waagde hier de oversteek in wankele canvasvouwboten, waarbij de geweerkolf als peddel dienst deed.

Velen lieten het leven onder het zware mitrailleurvuur van de Duitsers. Desondanks wisten de Amerikanen een stelling te bemachtigen, maar de Duitsers verdreven hen weer. Een groep van ongeveer 650 Amerikaanse soldaten raakte daar geïsoleerd en hield zich staande in smalle schuttersputjes, die door de aanhoudende regen volstroomden met water. Aanval na aanval sloegen zij af, tot hun kameraden drie dagen later weer een offensief lanceerden. De Amerikanen hadden inmiddels meer manschappen en zwaar geschut tot hun beschikking en konden gebruikmaken van Britse aanvalsboten. Terwijl de Duitsers hen bleven bestoken met mortieren en artillerievuur, bouwden de Timberwolves een Baileybrug op de resten van de oude brug. De Duitsers verwoestten het bouwwerk echter, waarna de Amerikanen een zwaardere brug bouwden, die het wel hield zodat er eindelijk versterkingen mogelijk waren.

Zes decennia later leggen enkele veteranen een krans in de rivier ter herdenking aan de soldaten die op deze plek sneuvelden. Vier DUKW's (karakteristieke amfibievoertuigen met een ruime laadbak) en vijf GPA's (een soort varende jeeps) gaan hiervoor te water onder de trompetklanken van het militaire eerbetoon "The Last Post" en de volksliederen van de VS en Nederland.

Bevrijd | Na de zware gevechten rond de Mark kregen de Timberwolves de opdracht naar Moerdijk te trekken om te proberen de spoor- en verkeersbrug te redden. Op de dijken stuitten ze op wegversperringen van bomen, die de Duitsers tijdens hun terugtocht opbliezen. Op weg naar Moerdijk bevrijdden de Amerikanen op 5 november Zevenbergen, dat zwaar had geleden onder de talrijke beschietingen. Een week lang had het dorp midden in de frontlinie gelegen, waardoor bijna alle woningen waren beschadigd en 85 inwonenden om het leven waren gekomen. De Amerikanen en hun Britse en Poolse collega's kwamen uiteindelijk te laat om de Moerdijkbrug te sparen. De Duitsers hadden genoeg tijd gewonnen om explosieven aan te brengen onder de strategisch zo kostbare brug. Enkele dagen later kozen de Duitsers het hazenpad, zodat West-Brabant op 9 november weer tot de vrije wereld behoorde.

In Moerdijk eindigt de herdenkingsrit van 2004, maar voor de Timberwolves was het destijds nog niet gedaan. Zij vertrokken per vrachtwagen via Brussel naar Aken, waar zij 36 uur later alweer aan het front stonden. Na een zwaar bevochten zegetocht kwamen ze uit in het plaatsje Torgau aan de Elbe, waar ze begin mei als eersten de Russen de hand schudden.

'Een ongelofelijk verhaal', zegt Rob van 't Oost. 'Helemaal als je de persoonlijke ervaringen van de veteranen hoort. Dan besef je pas hoe jong en idealistisch die soldaten waren, die voor ons hun leven waagden. Het is belangrijk dat we straks, als de bevrijders er zelf niet meer zijn, ons dit herinneren. De voertuigen vormen een tastbaar bewijs van die tijd. Dat is de voornaamste reden om Keep Them Rolling als rijdend museum in stand te houden. Het is prachtig dat we dit hebben kunnen organiseren, wat ons overigens zonder de hulp van ExxonMobil niet was gelukt. Veel deelnemers komen van ver en rijden zo 500 kilometer heen en terug. Tel daarbij de route van zo'n 150 kilometer van de dag zelf op en je bent als particulier rond de 800 euro kwijt. Door de brandstofsponsoring deden er meer dan 200 voertuigen mee, wat anders slechts een handvol zou zijn geweest. Mede daardoor is het een memorabele dag geworden.'

 Print