INHOUDSOPGAVE | TERUG

Smeeroliemengfabriek Pernis

200 recepten, 2000 producten

De smeermiddelenfabriek van ExxonMobil in het Rotterdamse havengebied levert 2000 verschillende producten aan wereldwijd opererende klanten, bestemd voor het smeren van machines en motoren in scheepvaart, industrie, auto's en luchtvaart.

Qua omvang is de Nederlandse Lube Oil Blending Plant (LOBP), zoals de fabriek officieel heet, de op één na grootste smeeroliemengfabriek van ExxonMobil in Europa en de zevende op wereldschaal.

In de afgelopen jaren is de Rotterdamse fabriek ingrijpend vernieuwd.

TEKST: ELLEN EGGINK | FOTO'S: KEES STUIP

De eerste indruk is bedrieglijk. De opslagtanks van de smeermiddelenfabriek zijn bescheiden in omvang in vergelijking met die van de ernaast gelegen raffinaderij van Shell. De eerste indruk verdwijnt echter snel tijdens een toer over de fabriek onder leiding van plantmanager Jan Legerstee. 'Onze grootste tank heeft een opslagcapaciteit van 4,5 miljoen liter,' zegt hij. Probeer je daar maar eens een voorstelling van te maken. Negentig tot de nok toe gevulde Rotterdamse Kuipstadions waarin elke bezoeker een literpak melk vasthoudt?

Expeditieknooppunt | De rondleiding begint in het magazijn, waar drums tot bijna het plafond zijn opgestapeld tot ze worden afgehaald. Ze staan er nooit lang, want de productie van de fabriek wordt nauw afgestemd op de vraag. 'Dat is mogelijk omdat smeerolieklanten niet grillig in hun gedrag zijn', aldus Legerstee. 'Ze sluiten contracten af met ExxonMobil, wat de productieplanning vereenvoudigt.' Salespromoties die maken dat de productie omhoog moet, komen evenmin uit de lucht vallen.


Plantmanager Jan Legerstee
Minder makkelijk te voorspellen is bijvoorbeeld de vraag naar antivries en ruitenvloeistof die af en toe in het magazijn worden opgeslagen. Niets is immers veranderlijker dan het weer? 'Die artikelen maken we weliswaar niet zelf. Dat gebeurt in een Engelse fabriek die gespecialiseerd is in autoproducten. De synthetische producten die we opslaan, maken we evenmin zelf. Die komen van onze zusterfabriek in Port Jérôme', vertelt Legerstee. 'Wij fungeren onder andere voor deze artikelen als expeditieknooppunt voor onze Benelux-klanten. We moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat die producten er zijn als de klant ze wil hebben.'

Belangrijkste klant | Achter de fabriek ligt een steiger waar schepen kunnen afmeren om basisolie te lossen en smeermiddelen af te halen.



De basisolie komt van ExxonMobil-raffinaderijen en is nodig voor de productie van de smeermiddelen. De steiger is recent verbouwd om grotere schepen (tot 30.000 ton) de gelegenheid te geven langszij te komen. De scheepvaart is sinds de start van de fabriek in 1955 altijd de belangrijkste klant geweest van de LOBP.

'Van hieruit gaan onze producten naar afnemers in dit havengebied, maar ook naar de havens van Antwerpen, Amsterdam en Hamburg. 55% van onze producten is bestemd voor internationale marineklanten.' Het laden van smeerolie gebeurt in barges, varende tankstations die het product afleveren bij zeeschepen in de Rotterdamse haven. Dit gebeurt meestal binnen 24 uur. Schepen willen immers vanwege de hoge liggelden zo kort mogelijk in havens verblijven. In principe is de smeermiddelenfabriek in het weekend gesloten, maar voor scheepvaartklanten wordt een uitzondering gemaakt.

Stirred, not shaken | Terwijl we over het fabriekterrein lopen legt Legerstee uit hoe het productieproces eruit ziet. Hij wijst op een tank. 'Daar gaat de basisolie in, samen met de additieven. In de tank zit een blender, die ervoor zorgt dat de stoffen worden gemengd. Vergelijk die productiemethode maar met de manier waarop een barkeeper een cocktail maakt. De andere methode noemen we "in line". De grondstoffen komen allemaal in een pijpleiding samen en aan het einde van die leiding heb je het product dat je hebben wilt.' Al naar gelang het product wordt het op de fabriek verpakt in drums, bussen of gaat het via een leiding de barges of tankauto's in.

De smeermiddelenfabriek beschikt over een kookboek met 200 verschillende formules. De receptuur is afkomstig van het Amerikaanse ExxonMobil-laboratorium in Paulsborough. 'Wij hebben daar geen enkele invloed op,' aldus Legerstee. Iedere maand krijgt de Rotterdamse fabriek minstens vier nieuwe recepten uit Amerika die de LOBP precies namaakt. Op die manier kan ExxonMobil zijn klanten wereldwijd verzekeren dat ze altijd en overal hetzelfde product krijgen.

Kwaliteit = veiligheid | 'Er gaat hier niets de deur uit zonder uitgebreide kwaliteitscontrole', zegt Legerstee, terwijl hij de deur opentrekt van het vernieuwde labgebouw. 'Voldoet een product niet aan de gestelde kwaliteitseisen, dan houden we de levering tegen,' beaamt Eduard Reitsema, hoofd van het laboratorium. Zulke situaties zijn gelukkig zeldzaam. Jaarlijks voeren de laboratoriummedewerkers duizenden testen uit: op de aangeleverde grondstoffen en op de producten uit de eigen fabriek. Er worden zelfs monsters van het product genomen bij aflevering.

'Waarom? Omdat het jaren duurt om een goede reputatie op te bouwen, terwijl die zo is afgebroken,' aldus Reitsema. Als oud-scheepswerktuigkundige weet Legerstee wat het betekent als een scheepsmotor midden op de oceaan vastloopt. 'En ik moet er helemaal niet aan denken dat zoiets met een vliegtuigmotor gebeurt. Kwaliteit en veiligheid liggen bij onze producten heel dicht bij elkaar.'

In een ander deel van het laboratorium worden smeermiddelenmonsters getest die rederijen voor een betaalde analyse vanuit de hele wereld toesturen. Zo'n analyse levert een schat aan informatie op over de prestatie van de scheepsmachines. Metaaldeeltjes in het monster kan bijvoorbeeld duiden op slijtage die met het blote oog nog niet te zien is. Rederijen zijn gebaat bij zulke informatie om verdere schade aan de machines te voorkomen. Reitsema: 'Dit jaar testen we 165.000 monsters in opdracht van onze marineklanten. We zijn het enige laboratorium in de wereld dat dit doet.'



De fabriek in Pernis produceert zowel Esso- als Mobilsmeermiddelen.


< Een containerschip met een motor van 80.000 pk heeft zo'n 200.000 liter smeerolie nodig.>



Snufje |
We lopen nog een keer door het magazijn. Legerstee wijst en passant op een stelling met balen poeder. 'We gebruiken veel vloeibare basisstoffen, maar voor sommige producten is een bepaalde hoeveelheid poeder nodig. Net als in de keuken heb je soms maar een beetje op een grote hoeveelheid nodig.' Wat je in culinaire termen een snufje zou noemen.

Plotseling is daar de onmiskenbare lucht, die tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw dikwijls in het Rijnmondgebied te ruiken was. Het is de geur van olie, voor het eerst tijdens de rondgang over het fabriekterrein. Legerstee wijst op een openstaande tank waarin een lichtgekleurde vloeistof ronddraait. 'Daar komt die lucht vandaan. Het is goed dat je die niet op een grotere afstand kon ruiken, want we doen erg ons best aan de strenge milieueisen te voldoen.'


In de controlekamer bewaakt een procesoperator het productieproces via monitoren. Er wordt in twee shifts gewerkt, iedere shift maakt gemiddeld 12 verschillende producten. Variërend in omvang van 6000 liter tot 900.000 liter. Even verderop vult een aantal medewerkers drums af die via een lopende band worden aan- en afgevoerd. Snel optellend zijn we tijdens de rondleiding hooguit 20 mensen tegengekomen. Kun je daarmee de twee na grootste smeermiddelenfabriek van Europa draaiende houden? Nee, we hebben 85 eigen medewerkers en 35 man aannemerpersoneel. Behalve in het eigenlijke productieproces werken er ook mensen op kantoor in ondersteunende functies,' zegt Legerstee. Samen zijn ze verantwoordelijk voor een fabriek met een productiecapaciteit van 200 miljoen liter smeerolie per jaar.

Dat is hoeveel stadions bij elkaar…? Daar is niet eens een voorstelling van te maken.

 Print