INHOUDSOPGAVE | TERUG

Innovatie als topsport

Kun je technologische innovatie afdwingen met wettelijke maatregelen? En kun je het onderzoek versnellen door grote geldprijzen uit te loven voor de onderzoekers of uitvinders die het Ei van Columbus hebben ontdekt? De eerste Nederlandse astronaut Wubbo Ockels, tegenwoordig werkzaam als hoogleraar in Delft, is ervan overtuigd dat deze methodes werken.

TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: WILLEM BLAUW

De energievoorziening van de toekomst kan alleen verantwoord veilig worden gesteld met nieuwe, baanbrekende technologie, daar zijn deskundigen en beleidsmakers het wel over eens.
Alleen ... welke technologie? Zetten we onze kaarten op verbetering van conventionele technologie of moeten we met alle macht proberen baanbrekende oplossingen te vinden die alle voorspellingen over de manier waarop we in de toekomst aan onze energiebehoefte zullen voldoen, kunnen doorkruisen?
Trouwens, het gaat niet alleen om het voldoen aan de snel stijgende energieën mobiliteitsbehoefte, maar ook om het beheersen van ecologische risico's die met het massale energieverbruik samenhangen. Hoe kunnen we die twee met elkaar verzoenen, wetende dat we het de komende decennia niet af kunnen zonder fossiele brandstoffen?

Spectaculair en mediageniek | Prof.dr. Wubbo Ockels pleit voor radicale oplossingen. Hij is vooral bekend als de eerste Nederlandse astronaut; in 1985 maakte hij een ruimtevlucht met een Amerikaanse spaceshuttle. Tegenwoordig is hij alleen nog zijdelings met de ruimtevaart bezig. Als hoogleraar Aerospace Sustainable Engineering and Technology (ASSET) aan de Universiteit van Delft, Faculteit Luchtvaart- en Ruimtetechniek, maakt hij veelvuldig gebruik van voor de ruimtevaart ontwikkelde technologie om het energievraagstuk te helpen oplossen.
Kenmerkend voor de innovaties en uitvindingen waar hij zijn energie in stopt, is dat ze alle onorthodox zijn, spectaculair zelfs en – dus – mediageniek.
Op de dag dat we hem bezoeken in zijn werkkamer in Delft gebeurt er iets dat het mogelijk nut van een van zijn projecten onderstreept: hij is een half uur te laat. Niet omdat hij te laat de voordeur van zijn huis in Groningen achter zich heeft dichtgetrokken, maar omdat de Nederlandse Spoorwegen last hebben van bevroren bovenleidingen. Zeven uur vertrokken, half twaalf in Delft. De verbinding tussen het noorden van het land en de Randstad laat kennelijk veel te wensen over.



Dat is trouwens niet primair de reden dat Wubbo Ockels en zijn medewerkers het concept hebben ontwikkeld van de zuinige superbus, als alternatief voor een grootschalig en door steeds meer mensen megalomaan genoemd zweeftreinproject tussen Amsterdam, Groningen en het Noord-Duitse achterland. De superbus is vooral een energie-efficiënte vorm van transport die ook nog eens relatief weinig beslag legt op de in Nederland toch al zo schaarse ruimte. De bus, die door een elektromotor moet worden aangedreven en gebruik zou maken van een speciaal aangelegde betonbaan, past namelijk ook op gewone wegen en straten, zodat je er bij wijze van spreken mee van deur tot deur kunt rijden.

Als het om innovatieve technologie gaat, jongleert de ex-astronaut bij voorkeur met veel ballen. Bekend is bijvoorbeeld ook de laddermolen. Simpel gezegd is dit een ellipsvormige kabel waaraan een hoop vliegers zijn gemonteerd, die tot in de hogere atmosfeer lagen reikt. Door de continue luchtstroom op die hoogte gaat de kabel draaien. De bewegingsenergie die zo ontstaat, kan worden omgezet in elektrische energie. Het laatste tekentafelmodel zou een vermogen van 100 MW kunnen leveren. En we mogen natuurlijk de zonnenwagen niet vergeten. Al tweemaal wist een team van de Delftse Universiteit met een geheel zelf ontworpen en gebouwd voertuig een internationale wedstrijd door de woestijn in Australië te winnen.

De tips van Piet Tulp | Achter de brede belangstelling van Wubbo Ockels steekt een bewuste filosofie: 'Ik heb hier in Delft onlangs een presentatie gegeven in het kader van het Innovatieplatform van de overheid, in aanwezigheid van onder anderen premier Balkenende en minister Brinkhorst van Economische Zaken. Om mijn verhaal over het voetlicht te brengen vroeg ik medewerking van een van de succesvolste rozenkwekers van Nederland, die – prachtig niet? – Piet Tulp heet. Hij stuurde me drie zinnen. Eén: innovatie moet nodig zijn. In zijn geval is dat heel simpel, want de man wordt continu gebeld door klanten die nieuwe rozensoorten willen hebben. Twee: je moet heel veel verschillende initiatieven – zaadjes – tegelijkertijd een kans geven. Allemaal water geven dus. Ten slotte: durf te kiezen. Het hele proces is uiteindelijk Darwinistisch: de survival of the fittest.' '
Ik merk dat het bij stap twee vaak al mis gaat. Ze willen eerst weten wat eruit komt. Dat kun je op dat moment gewoon nog niet zeggen. Ik zit met mijn projecten nog maar in de tweede fase.'



<Ik vind het een dwingende eis dat we in 2050 70 procent van onze energie duurzaam opwekken. Daarvoor hebben we revolutionaire technologie nodig.>

Korte of lange termijn? | Tussen al zijn ideeën zit geen verbeterde conventionele technologie. Is dat wel zo verstandig? Ter illustratie leggen we een grafiek met ExxonMobil's energievooruitzichten op tafel. Over 25 jaar wordt meer dan 80 procent van de energievraag door fossiele brandstoffen gedekt. Moeten we daarom niet juist naar technologie zoeken die de emissies op korte termijn kan beperken in plaats van alternatieven te ontwikkelen waarvoor de markt absoluut nog niet rijp is? En moeten we niet meer energie stoppen in energiebesparing? Wat je niet verbruikt, geeft sowieso geen overlast en kost bovendien niets.
Met de noodzaak van energiebesparing kan Wubbo Ockels volmondig instemmen – zijn superbus is immers een van de manieren om efficiënter met energie om te gaan – maar de sombere vooruitzichten voor hernieuwbare energiebronnen zijn voor hem een reden veel meer werk te maken van het technologisch onderzoek. 'We mogen dit niet laten gebeuren. Ik vind het een dwingende eis dat we in 2050 70 procent van onze energie duurzaam opwekken. Daarvoor hebben we revolutionaire technologie nodig. Ik ben een optimist en geloof dat doorbraken mogelijk zijn, mits we het goed aanpakken. Ik ben een groot voorstander van het houden van innovatiewedstrijden waarmee hoge prijzen zijn te verdienen. Voorbeeld: verwarming. Waarom pompen we de warmte niet vanuit de bodem de huizen in? Of waarom bouwen we geen warmtekrachtcentrales? Tien miljoen euro voor degenen die in Nederland een bedrijf oprichten waar die dingen kosteneffectief kunnen worden geproduceerd. En als je merkt dat het te langzaam gaat: 50 miljoen! Het is net topsport: alleen de winnaar telt.'


<Leg strenge wettelijke normen op en laat de industrie en wetenschap het vervolgens maar uitzoeken.>


Elektrisch rijden | Ook zonder wedstrijden wordt veel onderzoek gedaan op het gebied van energieopwekking en efficiënte mobiliteit. En er zijn de nodige doorbraken gerealiseerd.
De eerste hybride auto's die (bijna) kunnen concurreren met conventionele voertuigen, zijn op de weg verschenen. In feite zijn dit de eerste elektrische auto's die zich qua prestaties kunnen meten met het bestaande wagenpark, ook al is de elektrische motor alleen nog maar een hulpje voor de korte afstand. Het tempo van deze ontwikkelingen gaat visionaire wetenschappers als Wubbo Ockels lang niet snel genoeg, maar hij erkent dat de toekomst aan de elektrische auto is.
'Het maakt niet uit of het er een is die op een brandstofcel met waterstof werkt of gebruik maakt van een accu. De vraag die we moeten beantwoorden is hoe we het voor elkaar kunnen krijgen om in de centra van grote steden elektrisch te rijden. Dat is veel goedkoper en veel beter voor het milieu. De mogelijkheden zijn wat dit betreft veel groter dan we denken. We zitten te veel vast aan vastgeroeste concepten. Voor het stadverkeer moeten we heel iets nieuws bedenken, grappige trendy bolletjes waarin het een belevenis is rond te rijden. Als je nu een prijs uitlooft van 10 miljoen voor degene die met het leukste idee komt, dan komen mensen met de gekste dingen. Je zou er versteld van staan.'

Lange adem | Voordat innovatieve technologie zich bewezen heeft verstrijken soms decennia. ExxonMobil steekt de komende tien jaar 100 miljoen dollar in het Global Climate and Energy Project (GCEP) van de Amerikaanse Stanford University, inmiddels met deelname van de Technische Universiteit Delft en het Energieonderzoek Centrum Nederland (zie ook Globaal: TU Delft, ECN en Stanford samen in schone energie).
Het gaat om fundamenteel technologieonderzoek naar commercieel toepasbare mogelijkheden om oude en nieuwe vormen van energieopwekking te combineren met emissiebeperkingen. Het is hoe dan ook een zaak van lange adem. Geen zaak voor visionairen maar voor praktische en nuchtere onderzoekers die de wereld geen knollen voor citroenen wensen te verkopen.
Maar Wubbo Ockels is zoals gezegd een optimist. Hij gelooft in het vermogen van de mens zich aan te passen en de moeilijkste technologische problemen op te lossen, als er maar voldoende druk op de ketel wordt gezet. Daarvoor kijkt hij vooral naar de overheid. 'De wetgever kan een doorslaggevende rol spelen. Het beste voorbeeld hiervan vind ik nog altijd Los Angeles, waar in 1988 voor die tijd zeer strenge emissienormen werden aangekondigd voor het jaar 1998. De industrie kreeg de opdracht er binnen 10 jaar voor te zorgen dat die normen ook gehaald konden worden. Met succes! Zo moeten we het ook hier aanpakken. Nederland zou wat dit betreft voorloper moeten zijn. Leg strenge wettelijke normen op en laat de industrie en wetenschap het vervolgens maar uitzoeken.'

 Print