Rampenbestrijding in Nederland en België
Op iedere calamiteit voorbereid
Of het nu gaat om een brand, een explosie of een lek, ExxonMobil heeft tot in detail vastgelegd hoe in een noodsituatie moet worden gehandeld. Het veiligstellen van mensen staat daarbij altijd voorop, gevolgd door het beperken van milieu- en materiële schade. En last but not least, de reputatie van het bedrijf. In Nederland en België is een aantal medewerkers hiervoor speciaal opgeleid. Daarnaast vinden er geregeld oefeningen plaats, zodat iedereen weet hoe hij moet handelen bij een calamiteit. Direct betrokkenen vertellen hoe het er aan beide kanten van de grens aan toegaat.
TEKST: ROB VISSERS | FOTO'S: STEFAN DEWICKERE

'Alles staat of valt met de alertheid van onze eigen mensen', weet Luc Smets, Safety Coordinator op de raffinaderij in Antwerpen. Hij wijst op het belang van de te volgen procedure. 'Zodra zich een incident voordoet, zoals een brand of het vrijkomen van gevaarlijke stoffen, treedt het Site Emergency Response Plan in werking. In dat geval treft de bedrijfsbrandweer onmiddellijk de eerste reddingsmaatregelen. Ook wordt de stadsbrandweer verwittigd, die snel ter plaatse is voor een eerste evaluatie van het incident en de interventie. In zeer uitzonderlijke situaties krijgen ze daarbij de hulp van onze buren van de Total-raffinaderij en Fina Antwerp Olefins, met wie we een samenwerkingsovereenkomst hebben.'
Hulporganisatie | Niet ver van het incident verrijst de commandopost, van waaruit de directe bestrijding van de noodsituatie plaatsvindt. Gelijktijdig worden op een veilige afstand enkele centra ingericht, die moeten zorgen dat alles in goede banen wordt geleid. Om te beginnen is er het noodcentrum, van waaruit de algemene coördinatie plaatsvindt onder leiding van een directielid. Verder is er het hulpcentrum, dat logistieke steun verleent en onder meer hulp- en zoekacties coördineert. Voor de informatiestroom naar pers en autoriteiten zorgt het Public Affairs-coördinatiecentrum. Bij omvangrijke noodtoestanden richten zij een perscentrum in voor de centrale opvang van journalisten. De afdeling personeelszaken is verantwoordelijk voor de communicatie met de verwanten van de ExxonMobil medewerkers. Ten slotte is er het medisch centrum, dat de geneeskundige hulpverlening ter hand neemt.

Willy van den Steen (Civiele Bescherming)
<Wij beschikken over een zogenaamd superbluskanon, dat met gemak branden tot wel 120 meter hoogte kan blussen en tanks met een diameter van zestig meter.>
Samenwerking | In Nederland is bij de incidentbestrijding een belangrijke rol weggelegd voor de bedrijfshulpverleners (BHV'ers). Zij verrichten de eerste reddingsacties en evacueren mensen uit het risicogebied. Indien de situatie erom vraagt, roept de shift supervisor – net als in België – versterking in van de regionale brandweer. Dat kan met één druk op de alarmknop. 'Bij ExxonMobil in Rotterdam zijn we binnen twee minuten ter plaatse, omdat één van onze zeven kazernes zich op slechts honderd meter van de poort van het bedrijf bevindt', vertelt Ben Janssen, directeur van de Gezamenlijke Brandweer, die het Rijnmondgebied bestrijkt. 'In de regel arriveren we met een eenheid van zes man, die direct gaat samenwerken met de bedrijfsbrandweer. Tijdens oefeningen en incidenten is gebleken dat de onderlinge samenwerking goed verloopt.'

Alarmfases | De samenwerking tussen ExxonMobil en de brandweer is erop gericht de gevolgen van het incident te beperken en te voorkomen dat de grenzen van het bedrijfsterrein niet worden overschreden. In professionele termen blijft het dan bij alarmfase 1. Zodra echter een kans bestaat dat het incident zich uitbreidt, worden de hogere autoriteiten erbij betrokken en gaat alarmfase 2 in. Politie en ambulances verschijnen ten tonele (voorzover die nog niet aanwezig waren), de burgemeester wordt ingelicht en neemt de leiding over. Wanneer zwaarder interventiematerieel nodig is, roept de brandweer in België de hulp in van de Civiele Bescherming. 'U komt ons tegen bij zware verkeersongevallen, overstromingen, chemische ongelukken en dergelijke. Daarvoor zijn wij speciaal uitgerust', legt luitenant Willy van den Steen uit. 'Voor ExxonMobil in België is van belang dat wij de beschikking hebben over een zogenaamd superbluskanon, dat met gemak branden tot wel 120 meter hoogte kan blussen en tanks met een diameter van zestig meter.
Sinds januari 2005 is dit operationeel.' Zowel in Nederland als in België is sprake van vier alarmfases, die samenhangen met de schaal waarop de ramp plaatsheeft: binnen het bedrijf, gemeentelijk, provinciaal of landelijk.
De leiding is in handen van respectievelijk de burgemeester, de Commissaris van de Koningin in Nederland of de provinciegouverneur in België en ten slotte de minister van Binnenlandse Zaken.

Interne opschaling | Als de noodsituatie in omvang toeneemt, is ook binnen ExxonMobil sprake van opschaling. 'In de praktijk betekent dat dat we de Emergency Support Group (ESG) in het leven roepen. Deze richt zich op strategische zaken zoals technische en logistieke ondersteuning en advies, financiële en verzekeringsaspecten, het waarborgen van de bedrijfscontinuïteit en persvoorlichting en communicatie, zodat men op de plaats van het incident de handen vrij heeft voor de bestrijding ervan.' Aldus Ton Jeen, die de afgelopen maanden het overkoepelend incidentenplan voor de Benelux bij de tijd gebracht heeft. In dit plan staan de interne procedures en taken voor de medewerkers van de ExxonMobil eenheden die deel uitmaken van de ESG. 'Een van de voornaamste taken is het onderhouden van de contacten met de direct betrokkenen, overheden, media en andere belanghebbenden', vertelt Jeen. 'Een belangrijke rol is daarom weggelegd voor Public Affairs.
Zij verzamelen alle informatie en verzorgen de voorlichting op basis van een communicatieplan. De andere betrokken afdelingen zijn technische ondersteuning, personeelszaken, beveiliging, juridische zaken, financiële diensten en de afdeling veiligheid, gezondheid en milieu. Als de gevolgen groeien, wordt een hoger echelon in de organisatie erbij betrokken.

Rampenoefening | In principe probeert ExxonMobil incidenten af te handelen op een zo laag mogelijk operationeel niveau. Dat betekent wel dat iedereen zijn rol moet kennen en weten wat van hem of haar verwacht wordt. Oefenen is daarom onontbeerlijk en dat gebeurt dus ook geregeld. 'Het inoefenen van het noodplan gebeurt in Antwerpen minimaal vijf keer per jaar', zegt Luc Bisschops, Fire Marshall op de raffinaderij in Antwerpen. 'Daarvoor nodigen we ook altijd de stedelijke brandweer uit. Bij één van deze oefeningen betrekken we de afdeling Public Affairs.' 'Dat doen we dit jaar ook Benelux-breed', aldus Ton Jeen, 'tijdens een grootscheepse oefening waarbij verschillende business units en het kantoor in Brussel betrokken zullen zijn. We maken daarbij zelfs gebruik van acteurs, die de rol van journalist spelen. Alles om een mogelijke situatie zo reëel mogelijk na te bootsen.
Al moet je je iedere keer bedenken dat het in het echt nooit is zoals je het bedacht hebt. Iedere situatie is anders. Maar één ding is zeker: aan de voorbereiding zal het niet liggen.'
|