Investeren in luchtkwaliteitExxonMobil bouwt in Rotterdam nieuwe ontzwavelingseenheden In Rotterdam bouwt ExxonMobil nieuwe installaties op zijn raffinaderij om in de toekomst aan de milieu-eisen van de overheid en de dynamiek van de markt te kunnen blijven voldoen. Het gaat om een forse investering: er zijn circa 350.000 manuren met de constructie gemoeid. TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: KEES STUIP
De komende jaren moet de raffinagesector in Europa zich aanpassen aan een reeks nieuwe EU-milieuregels. Zo worden de ontzwavelingseisen steeds strenger. Dit heeft ook consequenties voor diesel en huisbrandolie, qua samenstelling twee sterk verwante producten. Sinds 1 januari 2005 moeten de lidstaten ervoor zorgen dat diesel met niet meer dan 10 ppm (deeltjes per miljoen) zwavel in voldoende mate en met een redelijke geografische spreiding verkrijgbaar is. Vanaf 2009 geldt een verbod voor diesel met een zwavelgehalte van meer dan 10 ppm. Voor huisbrandolie is vanaf 1 januari 2008 een limiet van kracht van 1000 ppm (nu is het nog 2000 ppm).
De achtergrond van deze maatregelen – nu en vroeger – is de doelstelling van de Europese Unie de luchtkwaliteit in de lidstaten te verbeteren. Door verbranding van zwavel ontstaat namelijk zwaveldioxide, een gas dat bijdraagt aan de verzuring van de atmosfeer. De toekomstige strenge dieselnorm heeft weliswaar wegens de wet van de afnemende meeropbrengst een te verwaarlozen effect op de zwaveldioxide-emissies uit de motoruitlaat, maar helpt indirect wel bij het oplossen van een ander milieuprobleem: roetemissies. Op dieselauto's zou in alle landen van de Europese Unie een roetfilter moeten worden gemonteerd om de uitstoot van roetdeeltjes dusdanig te beperken dat aan de komende Europese emissienormen voor fijn stof kan worden voldaan (zie ook Nieuwe motorolie helpt milieu). Als diesel te veel zwavel bevat, loopt de effectiviteit van dit filter terug, terwijl het brandstofverbruik (en de bijbehorende CO2-uitstoot) toeneemt. Vandaar dat de zwavelnorm verder is aangescherpt.
Ontzwavelen | Om het ontzwavelingsproces goed te kunnen begrijpen moeten we beginnen bij wat voor een raffinaderij 'de bron van alles' is: de primaire atmosferische distillatie van (hoogzwavelige) ruwe aardolie. Uit de destillatiekolom komen een aantal (nog steeds hoogzwavelige) samengestelde vloeistofstromen, zijstromen genoemd. Voor de productie van diesel en huisbrandolie maakt de raffinaderij onder meer gebruik van drie van deze zijstromen, die prozaïsch de eerste, tweede en derde zijstroom worden genoemd. Deze worden ontzwaveld in zogenoemde hydrofiners; dit zijn installaties die zwavel uit koolwaterstoffen zoals benzine en diesel halen door in een reactor met behulp van katalysator waterstof met zwavel te laten reageren. De zwavelwaterstof die zo ontstaat, wordt verderop in het proces gescheiden. Hoe groter de reactor (dus hoe meer katalysator) en hoe hoger de druk, hoe 'dieper' de ontzwaveling en groter het volume dat ontzwaveld kan worden. De zuivere zwavel wordt verkocht, de waterstof kan na enkele bewerkingen weer worden gebruikt in de hydrofiners. Projectonderdelen | Het eerste nieuwe onderdeel van het upgradingproject is bestemd voor de tweede zijstroom en behelst de bouw van een nieuwe lagedrukreactor plus vijf warmtewiselaars. De kleine bestaande reactor die de raffinaderij nu nog voor deze zijstroom gebruikt, zal daardoor kunnen worden ingezet voor het ontzwavelen van de eerste zijstroom.Voor de derde zijstroom wordt ten slotte – achter een al bestaande ontzwavelingsinstallatie – een compleet nieuwe hydrofiner met een hoge ontzwavelingscapaciteit gebouwd. Er moet ook een fornuis worden geplaatst en daarnaast komt er een eenheid die het reactormengsel verder onder handen neemt om de waterstofmolekulen van de zwavelwaterstof te scheiden. De compressoren van de bestaande waterstoffabriek worden aangepast. En om zo efficiënt mogelijk met de benodigde energie om te gaan is de bouw van warmtewisselaars voorzien.
Henk Barten (Hoofd projectleider)
Ten slotte moet het een en ander in het netwerk van pijpleidingen, het tankpark en de afleversystemen worden veranderd om de diesel- en huisbrandoliestromen met hun verschillende specificaties gescheiden te houden. Organisatie | Het upgradingproject is zoals elk investeringsproject van ExxonMobil overzichtelijk georganiseerd. Er is enerzijds een geïntegreerd projectteam dat bestaat uit ongeveer 80 medewerkers van de hoofdaannemer en zeven van ExxonMobil en anderzijds een startup-team waarin ongeveer 25 raffinaderijmensen zitten die in meerdere of mindere mate bij het project betrokken zijn. Hoofd van dit laatste team is Henk Barten. 'Het projectteam kun je beschouwen als de aannemer, het start-up-team als de klant', legt hij uit. 'In feite vertegenwoordigen wij de "eigenaar", de raffinaderij. Wij moeten het in gebruik nemen van de nieuwe installaties voorbereiden. Daarom praten we nu al voortdurend met het projectteam om er samen voor te zorgen dat alles volgens plan en verwachting verloopt en we straks niet voor verrassingen komen te staan. Zelf overleg ik veel met de leider van het projectteam, de Amerikaan Jim Quinn. Hij stuurt namens ExxonMobil de engineering en constructie aan en controleert de hoofdaannemer.'
Nobody gets hurt | Gevraagd naar de eisen waaraan het upgradingproject moet voldoen, aarzelt Henk Barten geen moment. 'Het moet eerst en vooral veilig gebeuren en verder volgens afgesproken kwaliteitsnormen, op tijd en binnen budget. Voor alles wat we binnen ExxonMobil doen, geldt dat niemand bij een ongeval, hoe klein ook, betrokken mag raken. Nobody gets hurt, zeggen wij hier.'
<Voor alles wat we binnen ExxonMobil doen, geldt dat niemand bij een ongeval, hoe klein ook, betrokken mag raken.>
Niet voor niets in Rotterdam | Het upgradingproject in Rotterdam is de eerste grote investering sinds in 1993 de HydroCracker werd gebouwd. Er zijn circa 350.000 manuren mee gemoeid, dus het belang voor de lokale gemeenschap mag niet onderschat worden. Het project betekent werk en inkomen voor de bedrijven die erbij worden betrokken en de mensen die er werken. |