Interview met Mirjam de Rijk, algemeen directeur van Natuur en Milieu
'We kunnen elk jaar zeker drie procent meer energie besparen'
Sinds 1 januari 2005 staat Mirjam de Rijk aan het hoofd van een van de belangrijkste milieu-organisaties in Nederland, Natuur en Milieu. Daarvoor werkte ze als journalist, onder meer voor het dagblad Trouw en het opinieweekblad de Groene Amsterdammer. Van 1999 tot 2003 was ze voorzitter van de politieke partij GroenLinks en tot haar benoeming als algemeen directeur van Natuur en Milieu was ze lid van de Eerste Kamer. Van iemand met deze achtergrond verwacht je uitgesproken opvattingen. Daarin worden we niet teleurgesteld.
TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: STEFAN DEWICKERE

Natuur en Milieu is niet echt een club van actievoerders, hoewel deze organisatie wel geregeld de publiciteit zoekt om milieukwesties op de (politieke) agenda te krijgen, overheidsbeleid te beoordelen of ontwikkelingen en gedragingen aan de kaak te stellen die schadelijk voor het milieu worden geacht. Kenmerkend is het geloof in de 'kracht van overleg' zoals een profielschets op de eigen website het formuleert en van dat overleg wordt niets of niemand uitgesloten. Natuur en Milieu schuift vaak aan tafel bij de overheid, de politiek, andere maatschappelijke organisaties en – niet te vergeten – het bedrijfsleven. ExxonMobil en Natuur en Milieu kennen elkaar niet zo goed. Vreemd eigenlijk, gezien de uitgebreide aanwezigheid van de grootste particuliere oliemaatschappij ter wereld in Nederland. Voor Reflex was dit een goede reden om zelf aan tafel te schuiven bij Natuur en Milieu, in dit geval voor een interview met de algemeen directeur van de organisatie, Mirjam de Rijk (42).
Direct na het begin van het vraaggesprek in haar gerieflijke en ruime kantoor in een monumentaal klassiek gebouw in de Utrechtse binnenstad somt Mirjam de Rijk op wat er volgens haar mis is aan het milieubeleid van ExxonMobil. Vier zaken zitten Natuur en Milieu dwars: 'Allereerst heeft ExxonMobil veel te lang ontkend dat er een klimaatprobleem is. Het heeft zelfs een actieve lobby gevoerd tegen maatregelen die de uitstoot van broeikasgassen moeten terugbrengen, in het bijzonder tegen het Kyoto-Protocol. ExxonMobil weigert bovendien in duurzame energie te investeren en wil in ecologisch kwestbare gebieden, zoals Alaska, naar olie en gas boren.'
ExxonMobil ontkent niet dat er een klimaatvraagstuk is, maar pleit voor verstandige oplossingen die economisch verantwoord zijn, zoals energiebesparing. Sommige CO2-beperkende ingrepen kosten enorm veel geld maar leveren verhoudingsgewijs weinig op. Je kunt een euro maar één keer uitgeven. Is het dan niet beter te kiezen voor maatregelen die het meeste rendement opleveren?

Ik denk niet dat we het ons kunnen veroorloven ook maar één middel ongebruikt te laten. Daarvoor gaat de klimaatverandering veel te hard. De urgentie van het probleem is te groot. Energiebesparing staat voorop, want de schoonste energie is niet-gebruikte energie. We maken ons daarom sterk voor onder meer hybride auto's en energiezuinige lichtbronnen zoals LED's. Maar we moeten ook méér investeren in duurzame energie, zoals wind- en zonne-energie. Het huidige Nederlandse beleid schiet wat dat betreft echt tekort. We kunnen de Kyoto-normen alleen halen als we het probleem op andere landen afschuiven door op grote schaal in het buitenland emissierechten kopen. Dat is niet verantwoord. We zijn het aan onszelf verplicht de broeikasgasemissies fors te verminderen.'
'De economische nadelen van het investeren in milieubehoud worden naar mijn mening nogal eens overdreven. De ontwikkeling van innovatieve milieutechnologie is voor bedrijven juist aantrekkelijk, doordat de vraag hiernaar de komende jaren alleen maar toe zal nemen. Nederlandse waterzuiveringsinstallaties zijn bijvoorbeeld een exporthit, dankzij de strenge Nederlandse normen. In Duitsland hebben tienduizenden mensen een baan in de zon- en windindustrie. Daarnaast worden de kosten van milieuschade stelselmatig onderschat. Naast de investeringskosten voor bedrijven en subsidies van de overheid staan hoge maatschappelijke kosten. Het geld dat we samen besparen door het milieu te verbeteren moet ook in de berekening worden betrokken.'
U legt de nadruk op de bijdrage die Nederland zelf moet leveren. Klimaatverandering is echter een mondiaal vraagstuk. Het is toch verstandiger onze inspanningen te concentreren op landen en gebieden die aan het begin van hun industriële ontwikkeling staan en waar dus met relatief eenvoudige maatregelen veel milieuwinst te halen is?
Dat laatste is zeker nodig maar, zoals al gezegd, om de klimaatverandering binnen de perken te houden, moeten we alle middelen inzetten, zowel hier als in ontwikkelingslanden. Trouwens, waarom zouden ontwikkelingslanden geld besteden aan de oplossing van dit probleem als wij niet het goede voorbeeld geven? Bovendien is hier nog zoveel te doen. We kunnen elk jaar zeker drie procent meer energie besparen zonder in te leveren op onze welvaart.
Zuiniger auto's, zuinige verlichting, laptops in plaats van PC's, stand-by gebruik van elektrische apparaten aanpakken, energiezuinig bouwen, energiebesparing in kantoren en tuinbouwkassen. De overheid kan dit met wetgeving afdwingen en zo bedrijven stimuleren te investeren in energiezuinige technologie.'
<We moeten én in energiebesparing én in duurzame energiebronnen investeren om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.>

In recente publicaties heeft u aangegeven dat de wereld nog decennialang afhankelijk zal blijven van fossiele brandstoffen. Moeten we in dat licht onze aandacht niet verschuiven naar het schoner produceren en gebruiken van deze goedkope energiebron?
Ook op dat gebied zijn zeker mogelijkheden: aardgasverbruik in plaats van aardolie, ondergrondse opslag van CO2 in lege aardgasvelden, de bouw van kolenvergassingscentrales. Maar dat zijn tijdelijke oplossingen en zoals gezegd, het is niet een kwestie van kiezen. We moeten én in energiebesparing én in duurzame energiebronnen investeren om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Op dit moment zijn we nog voor circa 80 procent van onze energievoorziening aan gewezen op olie, kolen en gas. Dat percentage moet naar beneden, liefst snel.'
<De bewijslast ligt bij de producent en als niet onomstotelijk vaststaat dat een activiteit of product geen gevaar vormen voor de volksgezondheid, moeten we ze gewoon niet toelaten.>
Behalve aan emissies van broeikasgassen en de uitstoot van schadelijke stoffen besteedt Natuur en Milieu ook veel aandacht aan productveiligheid. U eist dat producten aantoonbaar onder alle omstandigheden 'onschadelijk' zijn voor de volksgezondheid en anders verboden moeten worden. Waarom eigenlijk? Zuurstof en water zijn ook giftig als je er teveel van binnenkrijgt. Is een richtlijn voor het verantwoord gebruik van producten en stoffen niet voldoende?
Wij vinden dat je als de volksgezondheid in het geding is, niet voorzichtig genoeg kunt zijn. In het verleden is het wat dit betreft herhaaldelijk misgegaan: asbest, DDT, PAKs, dioxine, noemt u maar op. Het moet daarom aan de industrie zijn te bewijzen dat een product absoluut onschadelijk is. Bij twijfel is er maar één antwoord mogelijk: niet doen. Dat vloeit voort uit het voorzorgsprincipe. De bewijslast ligt daarom bij de producent en als niet onomstotelijk vaststaat dat een activiteit of product geen gevaar vormen voor de volksgezondheid, moeten we ze gewoon niet toelaten. Er is op dit terrein nog heel veel werk te doen. Er worden in de chemische industrie ruim 100.000 stoffen gebruikt bij de fabricage van allerlei producten. Daarvan zijn er niet meer dan 5000 goed onderzocht op gevaren voor de gezondheid.'
'Daarom ook ondersteunen we de nieuwe EU-wetgeving voor chemische stoffen, die op het voorzorgsprincipe is gebaseerd. En met de economische kosten valt het reuze mee zoals vorig jaar nog is gebleken uit een onderzoek van het ministerie van Economische Zaken. De bedrijfstak is er juist mee gediend.'

De laatste tijd is Natuur en Milieu geregeld in het nieuws om maatregelen te promoten die de luchtkwaliteit moeten verbeteren. Er is op dit gebied de laatste jaren al veel bereikt: steeds strengere normen voor brandstoffen, maatregelen om de emissies van vluchtige koolwaterstoffen terug te dringen. Wat kan er nog meer gedaan worden?
Er is inderdaad veel bereikt, maar de intensiteit van verkeer en vervoer is zo sterk toegenomen dat met name in stedelijke gebieden juist veel van die winst weer verloren is gegaan, vooral door de toegenomen uitstoot van fijn stof, roetdeeltjes en stikstofoxiden.'
'Dit is een probleem dat Nederland zelf kan op lossen. We kunnen ons niet verschuilen achter het buitenland, want per saldo exporteert Nederland stikstofoxiden en fijn stof naar onze buurlanden. Maatregelen zijn ook minder moeilijk dan het wellicht lijkt. We hebben samen met de 12 provinciale milieufederaties een tienpuntenplan opgesteld dat bij uitvoering de problemen doeltreffend oplost. Het meest effectief zijn roetfilters op alle dieselvoertuigen, oude en nieuwe, een maximumsnelheid op snelwegen in stedelijke gebieden van 80 kilometer per uur en de invoering van een kilometerprijs voor autorijden, gedifferentieerd naar tijd, plaats en milieuprestaties van een voertuig. Deze soortgelijke maatregelen zijn perfect uitvoerbaar. Ik hoop dat de verschillende overheden en de betrokken be drijven dat nu eens onderkennen en snel tot actie overgaan. Er staat veel op het spel: 18.000 mensen die elk jaar weer tien jaar eerder overlijden om nog maar te zwijgen over de miljarden euro's aan kosten door ziekte of voor medicijnen.'
|