INHOUDSOPGAVE | TERUG

Stijgen en dalen

De onvoorspelbaarheid van de oliemarkt

De afgelopen maanden schoten de kosten van ruwe olie omhoog onder invloed van verschillende externe factoren zoals de voort durende onzekerheid in het Midden Oosten en de orkanen Katrina en Rita. De prijs verhogingen aan de pomp lieten niet lang op zich wachten, evenals het gemor van degenen die de rekening kregen gepresenteerd. Wat zit hier achter?

TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: EXXONMOBIL



In augustus en september ontstond veel beroering, doordat de prijzen aan de pomp in vrij korte tijd snel stegen. In België en Luxemburg zagen consumenten ook de kosten van huisbrandolie omhoog gaan. Gebruikers van aardgas zullen later dit jaar nog merken dat ze meer moeten neertellen voor de warmte in huis; de prijs van een kubieke meter aardgas is immers gekoppeld aan de ruwe-olieprijs. En ook de elektriciteitsmarkt is in belangrijke mate afhankelijk van wat er voor olie en gas moet worden betaald. Kortom, de totale rekening voor energie en mobiliteit van bedrijven en burgers ziet er dit jaar een stuk minder gunstig uit dan vorig jaar.

De invloed van belastingen | Energie- en mobiliteitskosten worden door veel meer bepaald dan de 'kale' prijs die commerciële partijen in rekening brengen. De overheid eist zoals bekend een fors deel van de koek op door belasting te heffen op energieverbruik en brandstoffen. Automobilisten in Nederland en België weten dat het belastingpercentage – accijnzen, BTW en andere heffingen – bijzonder hoog kan liggen. Afhankelijk van de hoogte van de kale prijs kan het oplopen tot boven de 70 procent.

Net als bij vorige gelegenheden leidde de plotselinge prijsdruk tot verhitte debatten over de gevolgen voor de koopkracht, met name voor huishoudens met lage inkomens. In België besloot de regering onder meer tot terugbetaling van een deel van BTW en accijnzen op huisbrandolie en de brandstofhandel wettelijk te verplichten renteloze gespreide betaling van de factuur toe te staan. In Nederland herinnerde iedereen zich weer dat ooit halverwege de jaren negentig een 'tijdelijke' verhoging van de benzine-accijnzen was doorgevoerd, het befaamde 'Kwartje van Kok'. Verschillende groeperingen en politici lieten weten dat dit een uitgelezen moment was om het terug te geven aan de automobilist. Zonder resultaat overigens. De regering beperkte zich tot het niet doorvoeren van een geplande accijnsverhoging per 1 januari 2006. Later dit jaar wordt bekeken in hoeverre de stijging van de energieprijzen verder gerepareerd kan worden om de kritische kiezer gerust te stellen.

De markt voor ruwe olie | Al deze discussies leiden intussen gemakkelijk af van de werkelijke oorzaken van de prijsbewegingen. Die liggen grotendeels buiten het kleine grondgebied van de Beneluxlanden. Om er inzicht in te krijgen moeten we vooral goed naar de werking van de wereldoliemarkt kijken. De brandstofprijzen volgen namelijk met enige vertraging de prijzen van ruwe olie.


Natuurrampen kunnen de brandstofprijzen sterk beïnvloeden. Door de orkaan
Katrina verdween tijdelijk een belangrijk deel van de productiecapaciteit, zowel
aan de bron in de Golf van Mexico, als in de raffinaderijen. De prijs van benzine
schoot onmiddellijk daarna met vele centen per liter omhoog.


Is er genoeg olie? Het antwoord daarop is ja, zowel op de korte als de langere termijn. Het Internationaal Energie-Agentschap becijferde onlangs dat de vraag in de afgelopen drie jaar liefst twee maal zo snel is gegroeid als gemiddeld in de afgelopen 15 jaar. De grootste groeier is natuurlijk China, maar ook de Verenigde Staten deden een forse duit in het zakje. In 2004 nam de gezamenlijke vraag van beide landen met meer dan anderhalf miljoen vaten toe, meer dan in de rest van de wereld, inclusief Europa. Dat leidde echter niet tot tekorten. De reservecapaciteit nam weliswaar af, maar verdween niet. De grote 'swing producer' Saoedie-Arabië voerde de productie de afgelopen drie jaar op met drie miljoen vaten per dag maar ook op andere plaatsen werd meer olie gewonnen. Op de middellange en lange termijn is er evenmin reden tot grote zorg. De komende jaren zal een aantal grote winningsprojecten in bedrijf komen in Afrika, het Midden Oosten en een reeks landen die vroeger deel uitmaakten van de Sovjet-Unie, zoals Rusland, Kazachstan en Azerbeidjan. Op basis van het huidige verbruik zijn de nu beschikbare en commercieel exploiteerbare reserves toereikend voor een periode van ongeveer 40 jaar. Daar komt nog bij dat duizenden miljarden vaten gelokaliseerd zijn in olievelden, teerzanden en leisteenformaties, waarvan wordt verwacht dat ze op enig moment in de toekomst commercieel winbaar zullen zijn (zie over dit onderwerp ook Reflex 16, december 2004: Raakt de olie op?).

Volgens de economische wet van vraag en aanbod zou dit moeten betekenen dat de prijzen zich redelijk stabiel ontwikkelen. Helaas is dit allerminst het geval. De oliemarkt werkt ongeveer zoals de effectenbeurs. Een groot deel van de productie wordt verhandeld via termijncontracten, waarin de prijzen voornamelijk een weerslag zijn van verwachtingen en percepties van marktpartijen. Daarvan is een belangrijk deel niet in de olie-industrie actief. Zorgen over de aanvoer van ruwe olie als gevolg van politieke gebeurtenissen of, zoals recentelijk natuurrampen, kunnen de prijzen zeer sterk beïnvloeden. Dat een groot deel van 's werelds olievoorraden in politiek instabiele gebieden ligt, maakt de heftigheid waarmee de markt reageert op incidenten alleen maar groter. Psychologische factoren en geruchten spelen in het algemeen minstens zo'n grote rol als reële verifieerbare feiten. Dat achteraf gewoonlijk moet worden geconstateerd dat het 'weer zo'n vaart niet is gelopen' heeft kennelijk geen louterende werking. Het blijft mensenwerk.


Een booreiland, losgerukt toen orkaan Katrina tegen de kust van Alabama sloeg,
dreef de rivier af tot het onder de Cochrane Bridge in Mobile bleef steken.


De markt voor brandstoffen | Gemiddeld, over een langere periode gedraagt de markt van brandstoffen zich ongeveer hetzelfde als die van ruwe olie. Dat is ook logisch, want voor de raffinaderijen is ruwe olie de belangrijkste grondstof en kostenpost. Toen de orkaan Katrina over Louisiana raasde, schoot de prijsnotering van benzine onmiddellijk met vele centen per liter omhoog om daarna weer even hard te dalen. De paniek – want dat was het – viel in dit geval wel te begrijpen. Door de verwoestende werking van de orkaan verdween tijdelijk een belangrijk deel van de productiecapaciteit, zowel aan de bron in de Golf van Mexico als stroomafwaarts in de raffinaderijen. Een significant deel van de ruwe-olieproductie kwam stil te liggen (anderhalf miljoen vaten per dag oftewel 25 procent van de Amerikaanse vraag). Negen raffinaderijen moesten worden gesloten, andere waren gedwongen het productievolume te verminderen.


<De recente snelle prijsverhogingen aan de pomp kwamen voort uit dezelfde mechanismen die de kosten van ruwe olie omhoog joegen.>


Dit was weliswaar een tijdelijk verschijnsel, maar het bracht een discussie op gang over de raffinagecapaciteit. Die zou tekort schieten doordat oliemaatschappijen de afgelopen jaren structureel te weinig in nieuwe productiecapaciteit zouden hebben geïnvesteerd. De feiten en cijfers spreken een andere taal. Of de raffinagecapaciteit voldoende is, kunnen we eenvoudig te weten komen door de totale raffinagecapaciteit te vergelijken met de vraag naar lichte producten zoals benzine en diesel. Die is op wereldschaal toereikend; de vraag blijft juist achter bij de capaciteit. Regionaal zijn er wel verschillen (zie grafiek). In Noord-Amerika is de raffinagecapaciteit maar net voldoende, in alle andere delen van de wereld is er een overschot. De wereld reageert hier rationeel op met handelsstromen. De Amerikanen kopen lichte producten in onder meer Europa en dekken zo mogelijke plaatselijke tekorten af. De raffinagecapaciteit wordt overigens wel degelijk uitgebreid. In de geïndustrialiseerde landen niet door 'grassroots' nieuwe fabrieken te bouwen – dat gebeurt tegenwoordig vooral in groeigebieden zoals het Verre Oosten – maar door bestaande installaties steeds beter te benutten. Op deze manier is ExxonMobil er het afgelopen decennium in geslaagd elke drie jaar 'virtueel' een nieuwe middelgrote raffinaderij te bouwen. De recente snelle prijsverhogingen aan de pomp kwamen dus voort uit dezelfde mechanismen als die de kosten van ruwe olie omhoog joegen. Oliemaatschappijen hebben daar geen directe invloed op. Als een raffinaderij ruwe olie nodig heeft, moet zij die gewoon kopen voor de prijs die iedere andere marktpartij ook moet betalen, ook als de olie afkomstig is van het eigen concern. Voor benzinestations geldt hetzelfde. Een Esso-station koopt zijn benzine, diesel en LPG tegen marktprijzen in, ook als de producten afkomstig zijn van een Esso-raffinaderij.

De impact van verstandig energiebeleid | Veel mensen ergeren zich aan de schokken die tegenwoordig de internationale oliemarkten lijken te beheersen. Te hoge energiekosten hebben immers een negatieve invloed op de economische groei en zowel direct als indirect op de welvaart van individuele burgers. Toch is enige nuchterheid op haar plaats. Op de langere termijn heeft de markt altijd gelijk. Uiteindelijk kunnen incidenten de basis van elke prijsvorming – de verhouding tussen vraag en aanbod – niet wezenlijk beïnvloeden. Grafieken die bijvoorbeeld de ontwikkeling van de olieprijs over een periode van tientallen jaren laten zien, tonen dit aan. Op een hype volgt uiteindelijk altijd weer een correctie. En zelfs van kortstondige uitschieters hoeven we ons niet al te veel aan te trekken als een verstandig energiebeleid wordt gevoerd. Aan de wetmatigheden van de markt, inclusief het nerveuze gedrag van handelaren, kunnen we niets veranderen, maar door bijvoorbeeld veel spaarzamer met energie om te springen kunnen we de gevoeligheid van onze economieën voor plotselinge prijsbewegingen flink verminderen.

Zie verder:

Wereldwijde raffinagecapaciteit

 Print