De Intrige van James Ensor
Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSKA) in Antwerpen herbergt een rijke collectie topwerken. Het is een hele opgave om die ook in goede conditie te houden. Met de steun van ExxonMobil neemt het museum de restauratie van het beroemde doek van James Ensor, De Intrige, onder handen. Het resultaat mag zeker gezien worden.
TEKST: JAN H. VERBANCK | FOTO'S: STEFAN DEWICKERE
'De Intrige was globaal genomen in redelijk goede staat,' legt Marie Postec uit, die de restauratie van het schilderij voor haar rekening heeft genomen, 'maar er zat een dikke onregelmatige laag vernis op, die helemaal vergeeld was. Dat verstoorde de kleuren en de hele aanblik van het werk dus hebben we de vernislaag eraf gehaald.'

Esthetische keuze | Aangezien het werk niet beschadigd was, gaat het bij deze restauratie dus om een keuze vanuit esthetisch en optisch oogpunt. 'De vernis die erop zat is niet oorspronkelijk, dat weten we wel zeker, al weten we niet wie hem er wanneer op aangebracht heeft', verduidelijkt Lizet Klaassen, hoofd van het restauratieatelier. '
Het doek stamt uit een periode waarin Ensor zelf zijn doeken niet verniste; in een eerdere periode deed hij dat wel.' Het verschil tussen voor en na de restauratie is opmerkelijk. Als je alleen 'voor' beschouwt, zie je niet echt iets verkeerds, maar 'na' oogt het schilderij toch heel anders. Door de vergeling van de vernislaag trad immers een verkleuring op, waardoor De Intrige haar oorspronkelijk karakter verloor. 'Je weet natuurlijk nooit heel precies hoe een schilderij eruitzag toen de schilder het maakte, maar we weten intussen wel wat een vernislaag met een verflaag doet en waarschijnlijk was dat niet de bedoeling van Ensor', aldus Lizet Klaassen nog. So far, so good, maar De Intrige zou haar naam niet voluit waarmaken als er niet nog meer aan de hand was...
Grijze laag | Onder de vernis zit namelijk nog een grijze laag over het hele oppervlak van het schilderij. Een klein stukje is weggenomen en daar is de verflaag lichter van kleur. Probleem is echter dat het onderzoek nog volop bezig is naar wat die grijze laag precies zou kunnen zijn. 'Vuil is het niet,' zegt Lizet Klaassen formeel, 'maar of het oorspronkelijk is of niet, is veel minder duidelijk dan bij de vernis. De keuze om het laagje er al of niet af te halen heeft evenwel dermate grote gevolgen, dat we niet over één nacht ijs mogen gaan.'
Daarbij komt de onderzoeksfunctie van een instelling als het KMSKA om de hoek kijken. De laag bevat lood, waarvan onduidelijk is of die misschien uit de verflaag eronder afkomstig is. 'Mocht het inderdaad om gemigreerd lood uit de onderliggende verflaag gaan, dan neem je met de grijze laag dus ook bestanddelen uit de originele verf weg en is nieuwe migratie niet ondenkbaar,' vreest restauratrice Marie Postec.

Lizet Klaassen
<Anders dan bij een gebruiksvoorwerp moet je bij een schilderij altijd respect hebben voor de oorspronkelijke staat en de bedoelingen van de kunstenaar.>
De tand des tijds | Daarbij rijst de meer algemene vraag of je wel zo diep op een schilderij mag ingrijpen. Lizet Klaassen heeft daar een duidelijke mening over: 'Anders dan bij een gebruiksvoorwerp, dat mode- en tijdsgebonden is, moet je bij een schilderij altijd respect hebben voor de oorspronkelijke staat en de bedoelingen van de kunstenaar. Dat belet niet dat je eventuele latere ingrepen kunt tegengaan. In het restauratieatelier van het KMSKA werken momenteel vier museummedewerkers, allen zelfstandige privé-restaurateurs, zoals Marie Postec, die bepaalde projecten van A tot Z helpen begeleiden, en stagiair(e)s die in buitenlandse uitwisselingen ervaring komen opdoen.
Per persoon werken zij aan één schilderij. Verf veroudert en craqueleert sowieso, maar daar doen we niets aan, want dat is inherent aan het materiaal. De werking van de tand des tijds moet je gewoon accepteren. Voor wat niet tot het oorspronkelijke concept behoort, zoals toegevoegde vernislagen, kan het legitiem zijn dat je ze weghaalt of behandelt, zodat het werk weer dichter bij zijn oorspronkelijke staat komt, in de mate dat je weet hoe dat was natuurlijk.'
Verplegend personeel | Lizet Klaassen maakt wel een onderscheid tussen restauratie en conservatie. 'Conservatie is gericht op het behoud van het schilderij en dus niet op optische verbetering, zoals in het geval van De Intrige. Vaak is conservatie gekoppeld aan interne of externe tentoonstellingen, wat het nodig maakt het schilderij te behandelen, wanneer het uit het depot komt, vooraleer het in een tentoonstelling wordt opgenomen of gaat reizen.'
Gaat elk schilderij in het museum dan om de zoveel tijd door de handen van restaurateurs? 'Zo structureel werkt het niet, daarvoor zijn er gewoon teveel schilderijen. Schilderijen die vaker in bruikleen gaan worden meer gecontroleerd, terwijl andere het depot nauwelijks verlaten. Soms, zoals bij De Intrige, is er een specifieke reden tot actie, in dit geval vanwege de storende vervuiling', legt Lizet Klaassen verder uit. 'De ene patiënt is nu eenmaal zieker dan de andere...'
Het restauratiewerk is fysiek veel zwaarder dan het op het eerste gezicht lijkt, want met een borsteltje voor een doek op een stoeltje zitten, is het echt niet. 'Vooral de vereiste langdurige concentratie wordt wel eens onderschat, maar ook het lang in eenzelfde houding zitten of door de microscoop turen, is niet vanzelfsprekend. Begrijp me niet verkeerd: het is een fantastisch beroep, want het eindresultaat dat tevoorschijn komt, maakt het allemaal de moeite waard', glundert Lizet Klaassen. 'Elke vierkante centimeter van nabij leren kennen is een cadeau.'

Paul Huvenne
<Graag wil ik als conservator het accent leggen op het behoud en beheer van de fantastische collectie die we hebben, en van het museum als gebouw en als instelling.>
Behoud en beheer | De zaal waarin de restaurateurs achter een glazen wand aan het werk zijn, is geïntegreerd in het parcours van de museumbezoekers en de rondleidingen. Daaruit blijkt dat het KMSKA de activiteit allerminst wegstopt, maar veeleer integendeel in het vaandel voert. Conservator Paul Huvenne bevestigt dat: 'Behoud en beheer is een sleutelafdeling in de hervorming van het museum voor de komende decennia.' Hij omschrijft het KMSKA als onderdeel van 'het collectieve geheugen van het beelddenken van de voorbije vijfhonderd jaar'. Met zijn ruime collectie topwerken van topkunstenaars, gemaakt op de top van hun kunnen en hun genie, is het als een barometer voor de kunst- en cultuurgeschiedenis. 'Van de weinige werken van Jan Van Eyck die wereldwijd bewaard zijn, dragen er slechts zestien een originele signatuur van de meester; twee daarvan hangen in het museum van Antwerpen', zegt Paul Huvenne niet zonder trots.
Hij werpt een blik op de reproductie van een van beide die in zijn bureau op een ezel staat en fietst vlot door de geschiedenis van het museum, die parallel loopt met de maatschappelijke ontwikkelingen in de voorbije eeuwen, om bij Ensor uit te komen: 'We hebben de grootste Ensor-collectie in de wereld, na Brussel'. De kwaliteit van wat het KMSKA herbergt, is dus zeker niet wat de conservator kopbrekens bezorgt, maar wel hoe het verder moet.

'Ik zal en moet helemaal de geschiedenis niet ingaan als de bevlogen collectioneur die de collectie in omvang heeft verrijkt, want daarvoor ontbreekt het aankoopbudget. Graag wil ik als conservator het accent leggen op het behoud en het beheer van de fantastische collectie die we hebben en van het museum als gebouw en als instelling, waarvoor volop een masterplan in ontwikkeling is. Centrale doelstelling daarbij is voor mij: de kloof tussen de instelling die het museum is en de burger dichten door een groei in maatschappelijke verbondenheid en door onze collectie goed te bewaren en te beheren, niet door ze weg te stoppen'.
Zie verder:
Mysterieuze James
Waar is De Intrige?
De Vrienden van het "kleine Prado"
|