INHOUDSOPGAVE | TERUG

Energie in beweging

De wereldeconomie groeit. Dat is goed nieuws, want het leeuwendeel van de expansie vindt plaats in gebieden die voorheen vooral opvielen door hun economische problemen, achterstand en bijbehorende armoede. Dat landen als China en India bezig zijn een enorme inhaalslag te maken, is echter niet alleen een zegen. Economische groei brengt vanzelf milieurisico's met zich mee. De toename van broeikasgasemissies is daarvan niet het enige, maar momenteel wel het belangrijkste voorbeeld. Hoe pakken we de nadelen aan zonder de voordelen te offeren?

TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: EXXONMOBIL EN GETTY IMAGES

Onlangs, in Montreal, hebben de lid staten van de VN de eerste voorzichtige stappen gezet naar een nieuw wereldomspannend klimaatverdrag. In 2012 zou een nieuwe overeenkomst in werking moeten treden om het Kyoto- Protocol (1997) op te volgen. Maar de hindernissen die de betrokken regeringen moeten overwinnen, zijn reusachtig.

Elk onderdeel van het klimaatbeleid is een moeilijke evenwichts - oefening: tussen de belangen van ontwikkelde en ontwikkelingslanden, tussen sociaal-economische en ecologische doel stellingen en tussen verschillende maatschappelijke visies.

De belangrijkste feiten staan niet ter discussie. Eén: de komende decennia zal de wereldwijde vraag naar energie en dus naar fossiele brandstoffen fors toenemen. Twee: sinds de negentiende eeuw is de concentratie CO2 in de atmosfeer met ongeveer dertig procent gestegen, onder meer door menselijke activiteiten zoals het verbranden van fossiele brandstoffen, ontbossing en landbouw. Drie: de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt.

Het maatschappelijke en politieke debat concentreert zich op de manier waarop we met deze feitelijke ontwikkelingen om moeten gaan. De wetenschap blijft zich ondertussen inspannen om meer inzicht te krijgen in het verband tussen CO2- en andere broeikasgasemissies en klimaatverandering.

Enorme groei | De energie-uitdagingen waarvoor de wereld staat, zijn werkelijk formidabel. Enkele cijfers: de mondiale economie zal volgens de huidige ramingen de komende vijfentwintig jaar in omvang verdubbelen. De wereldbevolking zal doorgroeien tot een omvang van bijna acht miljard mensen (nu zeseneenhalf). Hoewel nog altijd 2,4 miljard aardbewoners volledig op pre-industriële energiedragers zoals brandhout zijn aangewezen en 1,6 miljard mensen geen elektriciteit hebben, consumeren we op dit moment samen het energie-equivalent van ruim vijfendertig miljard liter olie per dag. Deze gigantische hoeveelheid energie zal tot 2030 met de helft toenemen. Het grootste deel van deze groei zal plaatsvinden in ontwikkelingslanden zoals China en India. Als gevolg daarvan zal bijna vijfentachtig procent van de CO2-emissiestijging in die landen plaatsvinden.

Daarbij moeten we bedenken dat geraamde energiebesparingen als gevolg van technologische innovaties en een zuiniger gebruik van energie al in deze cijfers zijn verwerkt. Zo verwacht ExxonMobil dat auto's in de komende vijfentwintig jaar vijfentwintig procent zuiniger zullen gaan rijden. In steden zouden hybride wagens zelfs een efficiency-verbetering van vijftig procent kunnen halen.

Broeikasgasemissies | Het Kyoto- Protocol heeft betrekking op de periode 2008-2012. Van de partijen die dit verdrag hebben geratificeerd, heeft de Europese Unie zich het actiefst ingezet om de doelstellingen te verwezenlijken. Sinds januari 2005 bestaat een emissiehandelssysteem (ETS), dat een beperkte hoeveelheid CO2-emissierechten toekent aan energie-intensieve industrieën zoals de chemie-, metaal en staalverwerkende industrie, elektriciteitproductiebedrijven en raffinaderijen.



Andere landen die zich in het kader van Kyoto tot emissiereducties hebben verplicht, zoals Japan en Canada, zijn nog niet zover en denken na over mogelijk beleid. Hoe nu verder? Want de reducties die voortvloeien uit de Kyoto-doelstellingen zijn goedbeschouwd een druppel op de gloeiende plaat. Om de emissies wereldwijd werkelijk terug te dringen zijn drastische, veel ingrijpender maatregelen nodig. Vast staat dat de hele wereld actief zal moeten bijdragen, in het bijzonder natuurlijk de ontwikkelingslanden die volgens het Kyoto-Protocol geen verplichtingen of beperkingen kennen en op basis van de huidige ramingen tot 2030 niet minder dan vijfentachtig procent van de emissiestijging voor hun rekening zullen nemen.

Technologische innovatie | De opvatting dat het toekomstig emissiebeleid alleen succesvol kan zijn als nieuwe schone technologie wordt ontwikkeld, krijgt steeds meer aanhang. Het recent gelanceerde Asia Pacific Partnership for Clean Development and Climate, een samenwerkingsverband tussen de Verenigde Staten, Australië en verschillende Oost-Aziatische landen, heeft tot doel de toepassing van schone, efficiënte technologie te bevorderen. Ook de leden van de G8, de overlegclub van de acht belangrijkste geïndustrialiseerde landen, en het EUChina Climate Partnership onderstrepen het belang van technologische innovatie. Welke technologieën hebben we uiteindelijk nodig? In beginsel zijn er geen beperkingen. Gezien de onmiddellijke economische en ecologische voordelen doen we er goed aan te beginnen bij het wereldwijd verbeteren van de energieefficiëntie, maar dat betekent niet dat andere mogelijke oplossingen geen aandacht verdienen: de ontwikkeling van milieuvriendelijke alternatieven zoals hernieuwbare energiebronnen en 'schoon fossiel'.

Zon, wind en bio | De bekendste hernieuwbare energiedragers zijn wind, zon en biobrandstoffen. De recente en geraamde procentuele groei in deze sectoren is indrukwekkend, maar doordat het huidige markaandeel heel klein is, zou het nog decennia duren eer ze een substantiële bijdrage aan de energiehuishouding zouden kunnen leveren. Als ergens geldt dat technologische doorbraken en niet simpelweg schaalvergroting de mogelijkheden van nieuwe energietechnologieën bepalen, dan is het hier. Zonneenergie is zeer duur door de kostbaarheid van de benodigde fotovoltaïsche materialen. De markt voor windenergie ziet er iets gezonder uit. In sommige gevallen kan het concurreren met aardgas, maar het is over het algemeen afhankelijk van overheidssubsidies.

Een extra kostenverhogende complicatie is dat de plaatsen waar windenergie het best tot zijn recht komt, veelal ver van de bewoonde wereld liggen. Ten slotte geldt voor zowel zonne- als windenergie dat er geen leveringszekerheid is. Het kan te hard of te zacht waaien en ook de zon laat het zoals bekend geregeld afweten. Om dit op te lossen moeten nieuwe kosteneffectieve energieopslagsystemen worden ontwikkeld. Het gebruik van CO2-neutrale biobrandstoffen – ethanol en biodiesel – in de transportsector staat op dit moment volop in de belangstelling. Helaas kunnen ook deze energiedragers het (nog) niet zonder subsidies stellen. Bovendien zijn enorme landbouw arealen nodig om biobrandstoffen te produceren. Nader onderzoek is nodig om de milieubalans op te kunnen maken, met name naar de gevolgen van het overvloedige gebruik van kunstmest en water. Dit laatste is van groot belang, doordat rond 2015 ongeveer de helft van de wereldbevolking in regio's zal wonen waar de watervoorziening een punt van zorg is.



< Gezien de onmiddellijke economische en ecologische voordelen doen we er goed aan te beginnen bij het wereldwijd ver beteren van de energie-efficiëntie.>


De schoonste brandstof? |
Een alternatief dat het hart van menigeen sneller doet kloppen is waterstof. Want er is toch niets schoner dan een brandstof die bij verbranding in waterdamp verandert. Helaas komt waterstof niet vrij in de natuur voor. Het moet dus in grote hoeveelheden gemaakt en getransporteerd worden, iets wat veel energie kost. En aangezien fossiele brandstoffen – in het bijzonder aardgas – momenteel de enige energiedragers zijn die voor het grootschalig en commercieel produceren van waterstof in aanmerking komen, worden per saldo noch de economie, noch het milieu er veel wijzer van. En dan zwijgen we nog over de technische en economische problemen die moeten worden overwonnen voordat auto's concurrerend en veilig op waterstof kunnen rijden. Gestudeerd wordt op waterstoftechnologie die op lange termijn wel kansrijk kan zijn. Exxon- Mobil heeft veel ervaring met de productie van waterstof op raffinaderijen en fabrieken en gebruikt zijn kennis om concurrerende toepassingen te helpen ontwikkelen, variërend van grootschalige gecentraliseerde productiefaciliteiten via kleinere productieeenheden op tankstations tot een compact apparaat onder de motorkap dat uit benzine waterstof kan halen.

Afvangen, opslaan en splitsen | De laatste tijd is er veel aandacht voor het afvangen en opslaan van kooldioxide (Carbon Capture and Storage, CCS). Momenteel wordt deze technologie – schoon fossiel – op beperkte industriële schaal al commercieel toegepast. Een van de bekendste succesvolle CCS-projecten, waarvan ExxonMobil medeaandeelhouder is, bevindt zich dicht bij huis, in het Sleipner-Veld in de Noordzee. CCS kan een enorme impact hebben, doordat het toepasbaar is voor de grotere CO2-emissiebronnen, die naar schatting zestig procent van de totale uitstoot voor hun rekening nemen. Maar er moeten eerst enkele grote hindernissen genomen worden, onder andere op operationeel en veiligheidsgebied.

Los daarvan zijn op dit moment de kosten van CCS in elektriciteitcentrales en andere grote verbrandingsinstallaties dermate hoog dat geen commercieel bedrijf er zich aan zal wagen. Kernenergie lijkt na lange tijd uit de gratie te zijn geweest een comeback te maken. Verschillende invloedrijke opinieleiders en – in hun kielzog – beleidsmakers zijn tot de conclusie gekomen dat toekomstige CO2-reductiedoelstellingen bij voorbaat onhaalbaar zijn zonder uitbreiding van het aantal kerncentrales. Ze hebben een punt, al zijn niet alle vraagstukken opgelost die de bouw van nieuwe centrales in de meeste Europese landen politiek tot zo'n hachelijke onderneming hebben gemaakt. De nieuwe generatie kernreactoren is ontegenzeggelijk veiliger dan haar voorgangers. Dat deze moderne systemen met dezelfde problemen te maken krijgen als de verouderde reactoren in Tsjernobyl en Three Miles Island, is uitermate onwaarschijnlijk. Bovendien is kernenergie economisch concurrerend voor de energieproductie op lange termijn. Om het vraagstuk van de opslag van radioactief afval op te lossen is echter een constructieve dialoog nodig tussen de betrokken overheden, samenlevingen en bedrijven.

Eerlijk en kritisch | Zoveel mitsen en maren. Waarom zouden we ons eigenlijk nog druk maken over het klimaatbeleid als vrijwel alle veelbelovend lijkende oplossingen veel te duur zijn of te weinig milieuvoordelen opleveren? De reden is dat we alleen door eerlijk en kritisch te zijn de hoogreikende ambities op energie- en milieugebied kunnen waarmaken. ExxonMobil's visie op het energievraagstuk is in de afgelopen jaren niet fundamenteel veranderd. Ondanks de explosieve groei van de vraag naar energie en de onzekerheden die het proces van klimaatverandering omgeven, moet de wereld zich blijven inspannen om de broeikasgasemissies terug te dringen. Maar het is daarbij van het grootste belang dat we het kind niet met het badwater weggooien. Anders gezegd: milieubeleid mag niet ten koste gaan van het oplossen van andere cruciale vraagstukken, waarvan het veiligstellen van de energievoorziening en – in samenhang daarmee – het dichten van de welvaartskloof tussen geïndustrialiseerde en ontwikkelingslanden de belangrijkste zijn.

Beide aspiraties zijn niet onverzoenbaar. Op dit moment staan ons allerlei middelen ter beschikking waarmee we de emissies met vele miljoenen tonnen omlaag kunnen brengen, zonder dat dit negatieve consequenties voor de economie heeft. Integendeel: in veel gevallen vallen heeft emissiebeperking tegelijkertijd economische voordelen.

Dat is alvast een positief begin.

Zie verder:

ExxonMobil's vijfpuntenplan voor het klimaat

 Print