De voordelen van participatief milieubeleidKris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur Deze zomer gaf de Vlaamse regering goedkeuring aan het Vlaams Klimaatbeleidsplan voor de periode 2006-2012. Het kwam tot stand na een uitgebreide consultatieronde, de Vlaamse Klimaatconferentie, waarbij diverse maatschappelijke groeperingen betrokken waren. We spraken met de verantwoordelijke minister, Kris Peeters, over het klimaatbeleid en zijn visie op de verhouding tussen economie en ecologie. 'Wie idealen heeft, moet die ook proberen te realiseren' TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: STEFAN DEWICKERE De christen-democraat Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, is in minstens één opzicht een atypische politicus. Hij is namelijk niet op de gebruikelijke manier in de regering gekomen, door zich eerst verkiesbaar te stellen voor het parlement en vervolgens door te stromen naar het landsbestuur. Als relatieve buitenstaander is hij gevraagd. Wie de functies bekijkt die hij tot het beginjaar van de huidige legislatuur, 2004, bekleedde, begrijpt overigens wel waarom. Vanaf 1999 was hij gedelegeerd bestuurder van UNIZO, de Vlaamse Unie van Zelfstandige Ondernemers. Daarnaast had hij nog een aantal andere met het bedrijfsleven verbonden functies.
Zijn maatschappelijke ervaring, zo vond zijn partij CD&V, maakte hem de geknipte figuur om een aantal lastige dossiers op te pakken. Daaronder het energiebeleid van Vlaanderen, dat in verband met de verplichtingen van België en Vlaanderen krachtens het Kyoto-Protocol veel inventiviteit vergt, én de door Europa vereiste verbetering van de luchtkwaliteit in met name dichtbevolkte regio's. Wij ontmoetten minister Peeters op zijn ministerie, dat is gevestigd in een van de nieuwe gebouwen die de Brusselse Albert II-laan een moderne allure verschaffen. U bent van huis uit jurist en filosoof. Het milieu- en energiebeleid is behalve een politieke en bestuurlijke zaak vooral een technische en economische aangelegenheid. Was de overgang naar de politiek geen cultuurschok? Ik zal niet ontkennen dat ik na mijn aantreden een kloof moest overbruggen; ik heb in die periode dus veel gelezen en gestudeerd. Bovendien zijn de drie beleidsterreinen Openbare Werken, Leefmilieu en Energie voor het eerst in de Vlaamse geschiedenis samengevoegd in één kabinet. Dat brengt uitdagingen maar ook veel mogelijkheden met zich mee. Op natuur- en milieugebied staat ons nog veel te wachten. Denk aan Kyoto, het zoeken naar alternatieven voor fossiele brandstoffen, het bevorderen van rationeel energiegebruik, de problematiek rond de noodzaak van duurzamere mobiliteit. Dat zijn allemaal belangrijke, ingrijpende dossiers waar ook een filosofische kant aan zit. Het gaat tenslotte om vraagstukken die de essentie van het leven zelf raken. En wat de technologie betreft: ik hoef de technische discussies niet geheel te doorgronden; mijn kabinet zit vol met competente mensen die mij kunnen informeren en namens ons kunnen overleggen en onderhandelen met hun vakgenoten.' Toch blijft het een wereld van harde feiten en cijfers, die niet zelden botst met idealen. Die combinatie is juist heel verfrissend en verrijkend. Wie idealen heeft, moet die ook proberen te realiseren. Het beste voorbeeld hiervan is natuurlijk de noodzakelijke balans tussen ecologie en economie. Ik ben christen-democraat en de christen-democratie heeft zoals u weet een duidelijke visie op het rentmeesterschap oftewel de verhouding tussen mens en natuur. Daarnaast ben ik afkomstig uit het bedrijfsleven, dat vooral met praktisch-economische zaken bezig is. Dat de keuze op mij is gevallen om deze functie te bemannen, was dus misschien verrassend, maar moet u ook in dat perspectief zien.'
Over de praktijk gesproken, onlangs heeft u het klimaatbeleidsplan gelanceerd. Daarin staat dat u niet minder dan 80 procent van de in het kader van Kyoto vereiste emissiereductiedoelstelling met binnenlandse maatregelen wilt halen. Vlaanderen moet de emissies met 5,2 procent ten opzichte van 1990 terugbrengen, terwijl ze sinds dat jaar alleen maar gestegen zijn. Hoe gaat u dit klaarspelen? Om te beginnen hebben we geen keus. Flexibele mechanismen zoals het aankopen van emissierechten in het buitenland mogen alleen aanvullend zijn. Dat het ambitieus is, zal ik niet ontkennen. Ik vertel u niets nieuws als ik u zeg dat België destijds bij de onderhandelingen over het protocol ongelukkig heeft onderhandeld. Dat geldt zowel voor het ijkjaar, 1990, als voor het percentage waartoe ons land zich verplicht heeft. Nu kan ik natuurlijk als minister proberen er onderuit te geraken en zeggen, ja goed dat is allemaal niet realistisch, maar dat is niet mijn houding. Mijn uitgangspunt is: het is een zware opdracht, maar we gaan niet liggen zeuren en integendeel alles doen om die 5,2 te halen.' 'Voor mij is overleg heel belangrijk. Ik heb vanuit mijn eerdere functies jarenlang aan het sociaal overleg meegedaan, zowel op federaal als gewestelijk niveau. Ik heb het overlegmodel ook voor het milieubeleid geïntroduceerd, ik noem dit participatief milieubeleid. Dat is een verandering ten opzichte van het voorgaande beleid. Daarom heb ik een Vlaamse klimaatconferentie bij elkaar geroepen. Ik was zeer verrast dat een goeie 300 experten vanuit de industrie, de landbouw, de natuurverenigingen, de milieubeweging en noemt u maar op zich daarbij hebben bezonnen op wat ons te doen staat. Daar zijn 365 mogelijke maatregelen uitgekomen – één voor elke dag. Mijn administratie heeft die voorstellen gescreend, gegroepeerd en een selectie gemaakt die de Vlaamse regering dan op mijn initiatief heeft bekrachtigd in het Klimaatbeleidsplan. Daarmee moeten we die 80 procent kunnen halen of er in ieder geval heel dichtbij kunnen komen. Daarnaast hebben we nog 37 miljoen euro beschikbaar voor flexibele mechanismen.' U bent ervan overtuigd dat dit voldoende is? Ja, vooral ook omdat de andere betrokkenen een commitment zijn aangegaan. Natuurlijk, het zal nog veel energie vergen, maar dat zovelen zich zo duidelijk hebben geëngageerd geeft mij het vertrouwen dat we er het maximale uit zullen halen.' Klimaatbeleid is ook energiebeleid. We weten dat de vraag naar energie wereldwijd enorm zal toenemen en daarmee ook de hoeveelheid broeikasgasemissies. Vindt u tegen deze achtergrond dat ons klimaatbeleid relevant is?
Zeker. Dit onderwerp zal natuurlijk in het post-Kyoto-debat uitvoerig aan de orde komen. Ik meen net als veel anderen dat het onvermijdelijk is dat landen als China en India maar ook de Verenigde Staten een bijdrage leveren, zodat de problematiek van de opwarming van de aarde effectiever aangepakt kan worden. Tegelijkertijd vind ik dat ook wij verplicht zijn alles in het werk te stellen om de emissies terug te brengen. Dat heeft een ethische grondslag. Als wij iets van de ontwikkelingslanden verlangen, mogen we zelf niet achterblijven. Een andere overweging is dat we onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen moeten verminderen. Ondanks alle doorbraken op technologisch gebied – denk aan het steeds dieper kunnen boren naar olievoorraden – moeten we de eindigheid van deze brandstoffen onder ogen durven zien. We dienen daarom heel verstandig om te springen met de voorraden die we hebben en in het algemeen met energie, los van het klimaatvraagstuk.' 'Burgers spelen daarbij net zo'n belangrijke rol als bedrijven. We proberen te bevorderen dat veel meer mensen zich bewust worden van het belang van energiebesparing. Er zijn nog zoveel mogelijkheden, zuiniger wagens, betere isolatie van woningen.' U weet net als ieder ander die zich hierin heeft verdiept, dat we, wat er ook gebeurt, nog decennia lang op fossiele brandstoffen aangewezen zullen zijn om aan onze energiebehoefte te voldoen. Is het niet nodig om daar in het klimaat- en emissiebeleid meer rekening mee te houden? Een heel interessante maar ook enigszins suggestieve vraag. Inderdaad, fossiele brandstoffen zijn en blijven uitermate waardevol en belangrijk voor onze samenleving, ook als grondstof voor allerlei producten. Maar we moeten ons wel steeds grotere en kostbaardere inspanningen getroosten om ze te kunnen winnen. Als we naar de olieprijzen van vandaag kijken, is het een klein wonder dat de wereldeconomie het zo goed blijft doen.' Dat we zuiniger en rationeler met energie moeten omspringen, staat nergens ter discussie. Het valt wel op dat er zo weinig keuzes worden gemaakt. De ene maatregel levert meer op dan de andere. Moeten we niet leren kiezen op basis van het verwachte rendement? Ik ben daar absoluut voorstander van. Windmolens en zonneenergie hebben een betere uitstraling als bron van schone energie, maar zijn voorlopig nog altijd vreselijk duur. Op termijn wordt een daling van de kostprijs verwacht, waardoor deze energiebronnen competitiever zullen worden. Maar het is een misverstand dat wij onze inspanningen alleen hierop richten. We maken bijvoorbeeld relatief veel werk van warmtekrachtkoppeling, in samenwerking met ondernemingen als de uwe, maar ook in kleinschaliger toepassingen.' De Belgische bestuurstructuur is complex; de beleidsdossiers van de federale en gewestelijke regeringen overlappen elkaar soms. Heeft u als Vlaams minister voldoende instrumenten om uw voornemens waar te maken? We moeten roeien met de riemen die we hebben. De bevoegdheidsverdeling is zoals zij is. We kunnen niet op gewenste bestuurlijke hervormingen gaan wachten voordat we in actie komen. Ik klaag niet over mijn bevoegdheden ten aanzien van het bevorderen van hernieuwbare energie of het bevorderen van rationeel energieverbruik. We hebben al veel bereikt.' <We kunnen niet op gewenste bestuurlijke hervormingen gaan wachten voordat wij in actie komen.> Bijvoorbeeld? We hebben een systeem ingevoerd waarbij certificaten voor investeringen in warmtekrachtkoppeling worden verleend. (Volgens dit systeem ontlopen bedrijven die investeren in warmtekrachtkoppeling bepaalde boetes. Zie over dit onderwerp ook het artikel Minder met meer). Deze certificaten geven het bedrijfsleven zekerheid omtrent hun investeringen. Rechtszekerheid is overigens een essentieel onderdeel van ons beleid. De overheid heeft niet het recht dit soort overeenkomsten eenzijdig op te zeggen, op straffe van het betalen van schadevergoeding. Ik beschouw de betrouwbaarheid van contracten als een onmisbare steunpilaar van ons westers model en onze economie.' Hoe zit het met de concurrentiepositie van bedrijven? Het valt op dat de verschillende lidstaten van de Europese Unie ook verschillend beleid voeren ten aanzien van emissierechten, bescherming van de eigen industrie, en dergelijke. Hoe gaat u daarmee om? We hebben absoluut een Europees level playing field nodig. Ik denk dat we in dit opzicht naar een vorm van centrale sturing moeten. Zoiets is natuurlijk altijd heel delicaat, maar afstemming van wetgeving en beleid op dit gebied is echt noodzakelijk. Europa moet veel meer rekening houden met de verschillende mogelijkheden die landen hebben om emissies terug te dringen.' 'Een ander punt is dat we in kleine regio's als Vlaanderen niet de ambitie moeten hebben om een absolute voortrekkersrol op dit gebied te spelen. We hebben hier het tweede grootste cluster van chemische bedrijven ter wereld, een energie-intensieve industrie. Als wij aan het Europees gemiddelde van energieverbruik zouden moeten voldoen, kost ons dat de grootste moeite. Daarom vind ik dat we alleen bij hoge uitzondering verder mogen gaan dan de Europese richtlijnen, bijvoorbeeld wanneer dat duidelijk toegevoegde waarde heeft. Dit principe is ook in het Vlaams regeerakkoord opgenomen. Het is beter dat we elk jaar met voldoening slagen dan dat we het eerste jaar met hoge onderscheiding eindigen en in latere jaren in de problemen komen.' |