INHOUDSOPGAVE | TERUG

Rotterdam - Antwerpen pijpleiding

60 miljoen liter olie tussen Rotterdam en Antwerpen

De raffinaderij van ExxonMobil in Antwerpen ontvangt haar voeding sinds 1971 via een pijpleiding vanuit het Rotterdamse Europoortgebied. De Schelde heeft namelijk onvoldoende diepgang om olietankers in de directe nabijheid van de productielocaties te kunnen laten afmeren. In 1969 werd besloten tot de aanleg van deze verbinding tussen de twee wereldhavens, de Rotterdam Antwerpen Pijpleiding (RAPL). Sindsdien is het onderhoud bijzonder succesvol gebleken. 'De pijpleiding ziet er als nieuw uit'.

TEKST: JAN WOLTERS | FOTO'S: KEES STUIP

Jaarlijks wordt in de Rotterdamse haven circa 100 miljoen ton ruwe olie aangeleverd. Hiervan verpompt RAPL 30 procent naar Antwerpen, 20 procent wordt doorgevoerd naar Duitsland en de andere helft is bestemd voor raffinaderijen in Nederland. Voor de tijdelijke opslag van de ruwe olie wordt gebruik gemaakt van de verschillende terminals in het havengebied.

De Rotterdam Antwerpen Pijpleiding is een joint venture van ExxonMobil en Total. 'De pijpleiding is de aorta van de raffinaderijen in Rotterdam en Antwerpen', zegt Pieter van den Hoogen, General Manager van RAPL. 'Het is onze taak de leiding in perfecte conditie te houden en te zorgen voor een continue stroom ruwe olie.' RAPL krijgt van de raffinaderij door op welk tijdstip welke hoeveelheid van welke soort crude nodig is.

Pieter van den Hoogen, General Manager van RAPL:
Niet alles is voor 100 procent te voorkomen, maar je
kunt wel voor 100 procent zeker zijn van je zaak.

Veilig transport | Door de leiding wordt een constante stroom ruwe olie gevoerd; 24 uur per dag, zeven dagen in de week en 365 dagen per jaar. Op elk moment bevindt zich 60.000 kubieke meter ruwe olie (60 miljoen liter) in de pijpleiding. Dat is te vergelijken met een colonne van 1100 tankwagens die constant onderweg is tussen Rotterdam en Antwerpen; een aardige file dus. Het grote voordeel van de RAPL-pijpleiding is dan ook dat er geen transport over de weg plaatsvindt, wat beter is voor het milieu. Daarnaast is pijpleidingtransport een geruisloze vorm van goederenvervoer. Maar een pijpleiding is vooral een veilige manier van transport. Zeker als het wordt afgezet tegen het aantal ongevallen met vrachtwagens. 'Niet alles is voor 100 procent te voorkomen', zegt Pieter van den Hoogen. 'Maar je kunt wel voor de volle 100 procent zeker zijn van je zaak; dat je er alles aan hebt gedaan om mogelijke problemen te voorkomen'. Het net van preventieve maatregelen is in theorie volledig sluitend. 'Op lekkages of andere calamiteiten zijn we goed voorbereid. Onze missie met betrekking tot het onderhoud van de pijpleiding en het waarborgen van veiligheid, gezondheid en milieu komt op de eerste plaats, vóór het economisch belang.'

In de 35 jaar dat de pijpleiding er nu ligt, heeft zich slechts één incident voorgedaan. Dat was in 1988. Uit onderzoek bleek dat de las die de lekkage veroorzaakte, van oorsprong al niet perfect was. Daarnaast is in de afgelopen jaren op enkele plaatsen de coating van de pijpleiding vervangen. De noodzaak van vervanging was steeds door controle en inspectie feilloos vastgesteld. Controle op de pijpleiding vindt op diverse wijzen plaats. 'We zijn er continu mee bezig', zegt Pieter van den Hoogen. 'We moeten er altijd rekening mee houden dat er wat kan gebeuren; daarom verrichten we correctief onderhoud door preventie.' De general manager doelt op de 800 controlepunten die jaarlijks voor inspectie worden nagelopen. 'Die punten zijn vastgesteld aan de hand van een in het verleden opgebouwde stewardshiplist.'

Katodische bescherming | De pijpleiding staat continu onder katodische bescherming (KB). Ter voorkoming van corrosie aan de buitenzijde is de pijpleiding onder lichte spanning gebracht. Regelmatig wordt gecontroleerd of die spanning correct is. Geeft de check geen afwijkingen te zien, dan zal de leiding niet door corrosie worden aangetast. Naast de KB-controle kan eveneens een beschadiging aan de beschermende coating worden geconstateerd. De betreffende plaats is tot op een halve meter nauwkeurig vast te stellen. De conditie van de coating wordt door een zogenoemde DCVGtest vastgesteld. De meetmethode, die over de volledige lengte van de pijpleiding wordt toegepast, speelt zich boven de grond af, maar geeft een exact beeld van de pijpleiding onder de grond. 'Aan de hand van deze test kan worden vastgesteld waar de coating niet in orde is. Op de bewuste plekken heeft de beschermende laag zich dan meestal niet goed op de leiding gehecht. Onlangs hebben we weer eens kunnen zien dat de katodische bescherming perfect werkt. De pijpleiding zag er als nieuw uit; er was geen enkele vorm van corrosie zichtbaar', verklaart Pieter Van den Hoogen.

Elke twee maanden gaat er vanuit Europoort naar Antwerpen een zogenoemde cleaning pig door de pijpleiding. Deze wordt met de stroom olie meegevoerd en verwijdert eventuele wax die aan de binnenzijde van de leiding is achtergebleven. Daarnaast wordt ongeveer om de vijf jaar een 'intelligente' pig ingezet. 'Met deze pig wordt de pijpleiding inwendig en uitwendig gecontroleerd. Op deze manier worden mogelijke problemen vroegtijdig opgespoord. Het rapport dient ook als basis voor het bepalen van de tijdsduur voor volgende inspecties.'

Monsters | Voor de pompen, afsluiters en alle andere installaties van de pijpleiding bestaat eenzelfde programma van inspectie- en controlepunten. Desondanks worden in natuur- en waterwingebieden maandelijks monsters genomen om er absoluut zeker van te zijn dat het milieu niet wordt aangetast. Pieter van den Hoogen: 'Om de twee jaar zitten we om tafel met de gemeenten waar de pijpleiding zich in het grondgebied bevindt. Dat is vooral bedoeld om de contacten te onderhouden en ze te wijzen op de aanwezigheid van de pijpleiding. Zolang er geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd, merken gemeenten in de praktijk namelijk niets van de pijpleiding.'

Een speciaal systeem moet voorkomen dat zonder medeweten van de RAPL in de nabijheid van de pijpleiding werkzaamheden worden uitgevoerd. De nutsbedrijven en andere eigenaren van pijpleidingen zijn ook op dit systeem aangesloten. België heeft een vergelijkbaar systeem. 'Elke grondroerder is verplicht zijn werkzaamheden, waar dan ook in Nederland, in het systeem aan te melden. Binnen 24 uur laten wij dan weten of ze zonder meer aan het werk kunnen of dat het onder toezicht van RAPL moet gebeuren. Binnen een bepaalde afstand van de pijpleiding mag niet machinaal worden gewerkt, er moet dan gewoon met de hand worden gegraven. Ervaring heeft geleerd dat als er iets met een pijpleiding gebeurt, dit erg vaak het gevolg is van grondwerkzaamheden.'

De RAPL-pijpleiding is 107 kilometer lang
en heeft een diameter van 86 centimeter.

Helikoptervluchten | RAPL neemt uiteraard het zekere voor het onzekere. Wekelijkse helikoptervluchten over het tracé brengen aan het licht wat onbekend of nieuw is in de omgeving van de pijpleiding. 'Het is onmogelijk om alles te voorkomen. We zijn er echter op gericht om elk risico uit te sluiten. Vergelijk het met de NASA die een lancering van de Discovery een aantal malen uitstelt omdat het vanwege het weer of storingsmeldingen minder verantwoord is om het veer de ruimte in te sturen. Als er ook maar enige twijfel is of er iets mis is met onze pijpleiding, dan wordt de doorvoer van de ruwe olie acuut stopgezet. Beter tien keer voor niets ingegrepen, dan één keer te laat.'

<Beter tien keer voor niets ingegrepen, dan één keer te laat.>

 Print