INHOUDSOPGAVE | TERUG

'We mogen niet te laat komen'

Jan Juffermans, adviseur De kleine Aarde

In elk nummer van Reflex verschijnt een interview met een beslisser of opiniemaker. In deze vraaggesprekken geven vooraanstaande politici, bestuurders, wetenschappers of vertegenwoordigers van de milieubeweging hun visie op vraagstukken die de energie-industrie raken.

Volgens invloedrijke organisaties als het Wereldnatuurfonds en vooraanstaande wetenschappers moeten de westerse, geïndustrialiseerde landen hun productiemethoden en consumptiegedrag drastisch veranderen als we de wereld leefbaar willen houden. Onlangs verscheen het boek Nut & Noodzaak van de Mondiale Voetafdruk, waarin deze gedachte praktisch is uitgewerkt. Een goede aanleiding voor een gesprek met de auteur, Jan Juffermans, over de afstand tussen droom en daad.

TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: STEFAN DEWICKERE

Milieugroepen, overheden en energiebedrijven zijn eendrachtig van mening dat we veel bewuster en zuiniger met energie moeten omgaan als we het klimaatprobleem serieus willen aanpakken. Sommigen gaan verder. Zij zijn van mening dat het energievraagstuk niet losstaat van andere milieukwesties. De kwaliteit van lucht, water en bodem, de biodiversiteit en voedselvoorziening zullen – als we zo doorgaan – zo ernstig te lijden krijgen van onze levensstijl, dat we onafwendbaar op een reeks van ongekende, grootschalige natuurrampen afstevenen.

Een van hen is Jan Juffermans, adviseur van De Kleine Aarde in Boxtel, en milieuman van het eerste uur. Hij bepleit al sinds de jaren zeventig dat we duurzamer met onze natuurlijke hulpbronnen moeten omgaan. Uitgangspunt van zijn opvattingen is een theorie die onder meer in een serie rapporten van het Wereldnatuurfonds, de Living Planet Reports, wordt gebruikt om de impact van de mens op de natuur te meten. Volgens deze theorie laat ieder individu een 'voetafdruk' achter op aarde. De grootte van die afdruk wordt bepaald door allerlei factoren zoals de hoeveelheid energie die we in onze huizen gebruiken, de manier waarop die energie wordt opgewekt, de hoeveelheid en het soort genuttigd voedsel, de manier waarop we ons verplaatsen, de afstanden die we afleggen en de afvalstoffen en emissies die we produceren. Deze factoren worden volgens een door de bedenkers van de theorie bedacht computermodel omgerekend naar de ruimte die ieder individu op aarde inneemt: de mondiale voetafdruk. De berekening is bijzonder gedetailleerd. Elke consumptieve handeling kost ruimte. Het drinken van een glas bier staat bijvoorbeeld voor 1,7 vierkante meter, een glas wijn voor 'slechts' 0,9 vierkante meter.

Het WNF heeft berekend dat de aarde aan elke bewoner een ruimte van 1,8 hectare biedt. De gemiddelde Nederlander neemt bijvoorbeeld een ruimte in van 4,7 hectare (Belgen en Luxemburgers nog iets meer). Bij de huidige stand van zaken zouden we, aldus nog steeds het WNF, bijna drie 'aardes' nodig hebben.

We spraken op een symbolische warme novemberdag in het Bezoekerscentrum van de Kleine Aarde met Jan Juffermans over de achtergronden van de mondiale voetafdruk, het realiteitsgehalte van de mentaliteitsverandering en voetafdrukverkleining die hij nodig acht en de kansen op een echt wereldwijde aanpak van klimaatverandering.

Robert Malthus voorspelde al aan het einde van de achttiende eeuw dat de economische groei de bevolkingsgroei niet kon bijbenen. In de jaren zeventig was het de Club van Rome, die waarschuwde dat de grondstoffen snel uitgeput zouden raken. Deze voorspellingen blijken kennelijk altijd weer ingehaald te worden door de werkelijkheid. Bent u de zoveelste onheilsprofeet in een lange reeks?

Nee, want de vraag is niet of de voorspellingen precies kloppen, maar of we de signalen serieus moeten nemen. In die zin had en heeft de Club van Rome gewoon gelijk: ongebreidelde economische groei leidt uiteindelijk tot roofbouw op onze natuur en versnelde uitputting van grondstoffen. Zo is er momenteel terecht veel aandacht voor de alsmaar groeiende uitstoot van kooldioxide als gevolg van het verbranden van fossiele brandstoffen. We weten niet wat daarvan de exacte gevolgen zijn, maar het is duidelijk dat het klimaat erdoor opwarmt en het natuurlijk evenwicht wordt verstoord. Malthus, de Club van Rome en het recente Britse klimaatrapport van Nicholas Stern hebben één ding gemeen: ze doen self destroying prophecies. Door nadelige gevolgen van ongecontroleerde groei aan de orde te stellen vergroten ze de kans dat we op tijd in actie komen. We mogen niet te laat komen. Daarom hebben we schone energiedragers nodig zoals zon en wind. Daarom ook moeten we de mondiale voetafdruk verkleinen.'

Hoe wordt de voetafdruk bepaald?

Daar hebben we een formule voor: Bevolking x Technologie x Leefstijl. Deze drie factoren bepalen de omvang van onze voetafdruk. Hoe groter de bevolking hoe meer menselijke invloed op de natuur. Door het gebruik van schonere technologie en een milieubewuster levensstijl wordt de voetafdruk juist kleiner.'

Een formule suggereert dat het exacte wetenschap is, maar klopt dat wel? Het blijft toch een model met aannames die moeilijk te bewijzen zijn.

We pretenderen niet dat de cijfers precies zijn. Het zijn de verhoudingen die wetenschappelijk zijn. Die geven ons namelijk de mogelijkheid consumptiegedragingen en productiemethoden objectief met elkaar te vergelijken. De manier waarop wij in Europa grootschalig voedsel produceren en consumeren is bijvoorbeeld bijzonder inefficiënt en heeft mede daardoor een enorme negatieve invloed op de mondiale voetafdruk. Een berucht voorbeeld is de Parmaham. We exporteren varkens naar Italië. Daar worden ze tot ham verwerkt en vervolgens over grote afstand in dieselstokende vrachtwagens vervoerd om bij ons opgegeten te kunnen worden. Dat is uit een oogpunt van milieuzorg volstrekt onverantwoord. Wij van de Kleine Aarde bepleiten daarom allang om uit eigen regio te eten. En dan minder vlees en zuivel en meer biologisch geteeld voedsel, omdat dat een veel minder grote voetafdruk achterlaat.'

Hoe realistisch is dat streven? We hebben vrije markten en open grenzen. Als de consument Parmaham wenst en ervoor wil betalen, zullen de Italianen dat product ook verkopen. en geef ze eens ongelijk.

Dat kan alleen maar, doordat de prijs niet de reële kosten weergeeft. Wij zeggen al dertig, veertig jaar dat de vervuiler moet betalen, maar dat gebeurt nog steeds niet. De milieuschade die ontstaat door het vervoer over grote afstanden van voedselproducten is niet in de prijs verdisconteerd. Ten onrechte. Iets dergelijks geldt voor fossiele brandstoffen. Die zijn veel te goedkoop, doordat de negatieve effecten van het gebruik niet of nauwelijks in de prijs zijn verwerkt. Zie daarvoor bijvoorbeeld het Sternrapport en andere schadeberekeningen. Er is daardoor geen eerlijke concurrentie. Een echt level playing field ontstaat alleen als met alle kostenfactoren dus ook met deze rekening wordt gehouden.'

De markt zelf zal dat niet doen. Prijzen worden immers primair bepaald door productiekosten, vraag, aanbod en concurrentieverhoudingen.

Vergeet de belastingen niet. Wat wij nodig hebben is een mondiale duurzaamheidsbelasting op activiteiten met een te grote voetafdruk, die landen als China en India helpt om zich echt duurzaam te ontwikkelen. Een footprint tax zou producten met een kleinere voetafdruk kunnen bevoordelen en zo eerlijker handelsstromen tot stand brengen. Als het echt nodig is, worden de juiste maatregelen genomen. Destijds heeft de wereld bij het Verdrag van Montreal besloten schadelijke drijfgassen in de ban te doen om de aantasting van de ozonlaag een halt toe te roepen. Ik besef dat dit relatief eenvoudig was, doordat er een alternatief voorhanden was, maar waarom zouden we iets dergelijks niet kunnen herhalen om klimaatverandering aan te pakken?'

Wellicht omdat het gevoel van urgentie ontbreekt? klimaatverandering is in zekere zin ongrijpbaar. De gemiddelde burger zal niet snel een verband zien tussen zijn consumptief gedrag en het trage klimaatveranderingsproces.

Dat is het verhaal van de kikker. Als die in water rondzwemt waarvan de temperatuur langzaam stijgt, blijftie daar tot de dood erop volgt. Als je diezelfde kikker in heet water gooit, springtie er onmiddellijk uit. Het klopt dus dat we eigenlijk een schokeffect nodig hebben. Maar het zou zover niet moeten komen. We weten wat er aan de hand is en we weten wat we eraan kunnen doen. Wat we dus nodig hebben, is verantwoord beleid en meer educatie. Dat moet zowel van onderop als van bovenaf komen.

<Het natuurlijk evenwicht op onze planeet is uiterst delicaat; kleine ingrepen leiden tot grote gevolgen.>

Politici zijn gewoonlijk niet geneigd veel te investeren in thema's14:38 17-1-2007 die op de dag van de verkiezingen weinig stemmen opleveren. De recente verkiezingscampagne in Nederland was wat dat betreft illustratief. Milieuthema's speelden een bijrol. Zet u niet teveel kaarten op de politiek?

We mogen, nee moeten van moderne politici en bestuurders eisen dat ze de belangrijkste vraagstukken van deze tijd oppakken. Samen met bedrijven en consumenten dragen zij een zware verantwoordelijkheid voor de toekomst van de aarde. Het natuurlijk evenwicht op onze planeet is uiterst delicaat; kleine ingrepen leiden tot grote gevolgen. Als dat besef doordringt, zijn we op de goede weg. Hopelijk heb ik daar met mijn boek aan bijgedragen.'

Nut & Noodzaak van de Mondiale Voetafdruk:
Over de mondiale gebruiksruimte, duurzaamheid
en mensenrechten, door Jan Juffermans, uitgave
in samenwerking met Lemniscaat, Rotterdam 2006,
ISBN 90 5637 839 2, 160 pag., prijs 14,50
(ook gratis te downloaden op www.janjuffermans.nl).

Meer informatie over de activiteiten en doelstellingen van De Kleine Aarde zijn te vinden op www.dekleineaarde.nl.

 Print