Gasgigant in Groningen
Door de liberalisering van de aardgasmarkt is de aardgasbusiness in Nederland de laatste jaren stap voor stap veranderd. De laatste grote hervorming dateert van 2005. Gasunie werd in juli van dat jaar juridisch gesplitst in een transport- en handelsonderneming. De laatste kreeg eind augustus een nieuwe naam: GasTerra.'Al meer dan 45 jaar is dit de meest succesvolle publiek-private samenwerking van Nederland.'
TEKST ROB VISSERS | FOTO'S GASTERRA EN ROB VISSERS

Nederland is al tientallen jaren een van de belangrijkste aardgasproducenten van Europa. De NAM, een gezamenlijke onderneming van ExxonMobil en Shell, haalt veruit het meeste gas uit de grond, vooral uit het megaveld in Groningen. Tot voor kort verkocht Gasunie, waarin zowel de Nederlandse staat als ExxonMobil en Shell een aandeel hadden, het gas aan grootafnemers in binnen- en buitenland en transporteerde het via zijn 12.000 kilometer lange netwerk van pijpleidingen. Dat is niet meer zo. De liberalisering van de aardgasmarkt dwong Gasunie zijn netwerk open te stellen voor derden, vervolgens werd de onderneming gesplitst in een handels- en transportdivisie en ten slotte, op 1 juli 2005, volgde de volledige juridische splitsing in twee zelfstandige ondernemingen: NV Nederlandse Gasunie, de transporteur, en Gasunie Trade & Supply, het handelsbedrijf.
Twee Gasunies, dat werkte natuurlijk verwarrend, reden waarom Gasunie Trade & Supply op 31 augustus van het vorige jaar zijn naam veranderde. Het werd GasTerra.
Samenwerking bleef | Ook de eigendomsverhoudingen zijn veranderd. Gasunie is nu honderd procent eigendom van de Nederlandse staat. In GasTerra neemt het Rijk voor 50 procent deel (waarvan 40% via Energie Beheer Nederland B.V.) en Shell Nederland B.V. en Esso Nederland B.V. beide voor 25 procent. De samenwerking tussen de staat en de particuliere sector bij de verkoop van het gas is dus ondanks de liberalisering in stand gehouden. Volgens de Chief Executive Officer (CEO) van GasTerra, Gertjan Lankhorst, is dat ook goed te begrijpen. 'De manier waarop Nederland de gaswinning en –marketing heeft georganiseerd is al 45 jaar de succesvolste publiek-private samenwerking in Nederland'.
Sinds de opdeling in 2005 is GasTerra niet meer en niet minder dan een belangrijke afnemer van transportdiensten van Gasunie. In Nederland verkoopt de onderneming gas aan grootafnemers, energiedistributiebedrijven en centrales – niet rechtstreeks aan consumenten. Daarnaast levert zij gas aan klanten in Duitsland, Frankrijk, Italië, Zwitserland, België en het Verenigd Koninkrijk. De omzet over 2006 bedroeg 18,4 miljard euro. In totaal werd 78,8 miljard kubieke meter aardgas verkocht. De totale export vertoonde een lichte stijging van 48,4 miljard kubieke meter in 2005 naar 49,0 miljard kubieke meter in 2006.

Kleineveldenbeleid | De voorganger van GasTerra, de NV Nederlandse Gasunie, werd opgericht in 1963. In de begintijd betrok het bedrijf voornamelijk gas uit het grote gasveld bij Slochteren in Groningen. De inhoud daarvan bedroeg bij de ontdekking liefst drieduizend miljard kubieke meter. De veelal later ontdekte kleinere gasvelden in Nederland en op het Continentaal Plat bevatten – uitgaande van de situatie vóór gebruik – gezamenlijk toch nog duizend miljard kubieke meter.
In de jaren '70 besloot de Nederlandse regering nadruk te leggen op de winning uit de kleinere velden om Slochteren te sparen. Dit beleid werd in 2000 in de gaswet neergelegd en daarmee kreeg Gasunie een wettelijke verplichting om het kleineveldengas bij voorrang af te nemen. Inmiddels is de helft van de totale gasproductie hieruit afkomstig. Je zou je kunnen voorstellen dat dit voor GasTerra eigenlijk niet aantrekkelijk is. De vrijheid om het product daar in te kopen waar je dat wilt, wordt op deze manier beperkt.
Gertjan Lankhorst, die vóór hij in 2005 aantrad bij GasTerra directeur-generaal Energie was bij het ministerie van Economische Zaken, corrigeert dit beeld en niet alleen omdat het in het Nederlandse belang wordt geacht het bestaan van Slochteren zo lang mogelijk te rekken. 'Als je kijkt naar de korte termijn, dan zou je er logischerwijs voor kiezen om het gemakkelijkst te winnen gas eerst te produceren – met andere woorden het Groningen-veld – en pas als dat op is te beginnen met het veld dat dán het makkelijkst winbaar is, enzovoort. Maar de flexibiliteit van het Groningen-veld bleek van grote waarde om juist de productie uit kleine velden aantrekkelijk te maken. Vooral vanwege de schommelingen in de vraag per dag, per jaar en per seizoen; die kun je met het Groningen-veld opvangen.' Hij legt uit: 'Als men destijds niet de keuze had gemaakt voor het kleineveldenbeleid, dan was de Groningse gasbel nu op geweest en hadden we tegen veel hogere kosten moeten investeren in infrastructuur om gas uit de kleine velden te winnen. Nu zijn die kosten verspreid over een groter aantal jaren.'
Financieel directeur Maarten Blacquière vult aan: 'Het gaat daarbij niet alleen om de opbrengsten, maar ook over volume en beschikbaarheid. De reserves die we hebben opgebouwd, zijn belangrijk om te kunnen voldoen aan onze langetermijncontracten. Wij willen immers een betrouwbare leverancier zijn.'

Chief Executive Officer Gertjan Lankhorst en Financieel Directeur Maarten Blacquiere
Zekerheden creëren | De 'oude' Gasunie werkte lang tijd voornamelijk met langetermijncontracten. Dat was ook logisch. Je investeert niet in een dure infrastructuur, als je er niet zeker van bent dat er klanten zijn die er lange tijd gebruik van gaan maken. Mede tengevolge van de liberalisering en door de wensen van de afnemers, die onder meer om sneller te kunnen reageren op prijsveranderingen steeds flexibeler overeenkomsten willen, is het aantal kortetermijncontracten echter gegroeid. Lankhorst: 'In feite gaat het hier om security of supply versus security of demand. In het eerste geval redeneer je vanuit de klant, die zeker wil weten dat hij gas kan afnemen, in het andere geval vanuit de producent die zeker wil zijn van een afzetmarkt. De security of demand is voor GasTerra een vrij zekere factor. Alle voorspellingen laten wereldwijd een forse groei van de vraag zien. Het zal heel veel inspanning kosten om daaraan te voldoen. Daarom krijgt bij mij de security of supply voorrang. Welke investeringen moeten we op welk moment doen om het gas – dat er zeker is – op tijd bij die markt te gaan brengen? Daar heb je een mix van grote partijen voor nodig, die in staat zijn om zekerheden te creëren en grote contracten te financieren.'

Zal er voor GasTerra veel veranderen als er in het buitenland meer gasbedrijven opgesplitst worden en er dus meer concurrenten bij komen? De Europese Commissie heeft immers in januari 2007 een plan ontvouwd over verplichte opsplitsing van transmissiebedrijven en handelsbedrijven. 'Als bestaande partijen zoals Gaz de France worden opgeknipt, dan verandert er voor ons niet veel', verwacht Maarten Blacquière. 'Indien meer partijen tot de markt toetreden, dan zou dat kunnen betekenen dat we onze huidige afzet over meer klanten moeten verspreiden. Maar het blijft een markt van heel grote spelers, simpelweg omdat de investeringen die ermee gemoeid zijn erg hoog zijn. Daarom kun je niet verwachten dat er significant meer spelers bij komen.'
Verlies en compensatie | GasTerra heeft natuurlijk zelf al aan den lijve ondervonden wat de gevolgen van een opsplitsing zijn. Vóór de liberalisatie leverde de commerciële poot van het oude Gasunie vrijwel honderd procent van het gas op de Nederlandse markt, terwijl hij daarnaast nog eens dezelfde hoeveelheid gas exporteerde. Intussen zijn meer partijen op de markten in binnen- en buitenland actief. 'In Nederland hebben we zo'n dertig procent van ons marktaandeel verloren', vertelt Lankhorst. 'In het industriesegment daalden de inkomsten met de helft en in het kleinverbruiksegment wat minder, maar overall bedroeg het één derde van de markt. Dat verlies hebben we gecompenseerd door meer gas af te zetten in de exportlanden en een nieuwe exportmarkt aan te boren, het Verenigd Koninkrijk. Daar verkopen we inmiddels acht miljard kubieke meter per jaar via een nieuwe pijpleiding. De gevolgen van de liberalisering vallen voor ons dus al met al wel mee.'
Naar verwachting kan GasTerra tot 2025 blijven produceren op het huidige niveau. Daarna neemt de druk in het Groningse gasveld af en loopt de opbrengst geleidelijk terug. Vervolgens duurt het nog zo'n vijftig jaar voor het veld helemaal leeg is. 'Iedereen weet dat de fossiele brandstoffen langzaam op raken', zegt Lankhorst. 'Aangezien tachtig procent van ons energieverbruik hiermee gevoed wordt, zijn we hard aan het nadenken over nieuwe manieren om energie op te wekken. In Nederland bestaat een transitietraject waaraan verschillende partijen meewerken, waaronder GasTerra. Daar doen behalve grote energiebedrijven grote industriële ondernemingen en materiaalleveranciers aan mee, maar ook de milieu beweging. Samen kijken we naar de mogelijkheden van duurzame energieproductie.'
< Aardgas speelt een belangrijke rol in het transitie proces naar duurzame energie. >
Transitiebrandstof | Aardgas speelt een belangrijke rol in het transitieproces naar duurzamer energie. Van alle fossiele brandstoffen is aardgas immers de schoonste. GasTerra heeft dan ook verschillende projecten geïnitieerd op het gebied van duurzame gastoepassingen, -kennis en -innovatie. 'Een goed voorbeeld hiervan is de hoogrendementsketel die door ons bedrijf ontwikkeld is. In Nederland is deze ketel intussen al de standaard en in de rest van Europa dringt het apparaat nu ook door. Een volgende stap is de micro-warmtekrachtinstallatie, ook een hoogrendementsketel maar eentje die daarnaast elektriciteit opwekt. Deze verlaagt het totale energieverbruik met ongeveer vijftien procent en vermindert bovendien de CO2-uitstoot. De ketel kan een CO2-reductie bereiken van meer dan zestig procent ten opzichte van de traditionele elektriciteitsopwekking.

Het ontwikkelen van een hoogrendementsketel is een van de projecten
van GasTerra op het gebied van duurzame gastoepassingen.
'Hoe ziet de CEO van GasTerra de energievoorziening in de toekomst? 'Ik ben ervan overtuigd dat er over vijftig jaar energievormen zijn waar we nu nog niet aan denken. Je moet bedenken dat we vijftig jaar geleden in Nederland nog geen aardgas hadden! Nu lijkt het alsof we niet meer zonder kunnen. Daarnaast zullen de bestaande energievormen zich verder ontwikkelen. De omzetting van zonne-energie naar warmte of elektriciteit heeft nu bijvoorbeeld nog een laag rendement, maar in het verleden is gebleken dat de technologie zich vaak in sprongen ontwikkelt. Een duurzame toekomst is misschien veel dichterbij dan we denken.'
Zie verder:
Gas volgt olie
|