Interview met gouverneur Paulus van Antwerpen
"We zijn nooit uitgeleerd"
Camille Paulus (64) is sinds 1993 gouverneur van de Provincie Antwerpen. Van huis uit is hij jurist. Vóór hij zijn benoeming accepteerde, was hij onder meer advocaat, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, onder voorzitter van de Universitaire Instelling Antwerpen en burgemeester van zijn woonplaats Aartselaar. Als gouverneur is hij niet alleen het gezicht van de provincie, maar speelt hij ook een centrale rol in de rampenbestrijding. 'Bedrijven kunnen met hun knowhow veel onheil voorkomen.'
TEKST ANTON BUYS | FOTO'S STEFAN DEWICKERE

In België hebben de gouverneurs van de provincies bijzondere verantwoordelijkheden op het moment dat een ramp plaatsvindt. Zij moeten namelijk de hulpverlening coördineren. Eén van hen, gouverneur Camille Paulus van de Provincie Antwerpen, heeft op dit gebied volop van zich doen spreken. Hij nam verschillende initiatieven om de samenwerking tussen hulpdiensten, in het bijzonder de brandweerkorpsen, te verbeteren en de beschikbare expertise te bundelen. De minister van Binnenlandse Zaken, Patrick Dewael, benoemde hem in 2004 tot voorzitter van de Begeleidingscommissie voor de Hervorming van de Civiele Veiligheid, kortweg de Commissie Paulus, die op 20 januari 2006 haar eindrapport aanbood. Het werk van de Commissie spitste zich toe op brandbestrijding en vormde de basis van een wetsontwerp dat – naar de minister hoopt – in mei door het parlement zal worden goedgekeurd. Belangrijk element hierin is de versteviging van de zogeheten hulpverleningszones, die een reeks taken van de gemeenten moeten overnemen.
We spraken met gouverneur Paulus over zijn ervaringen als rampencoördinator, het werk van de commissie en zijn opvattingen over de organisatie van de brandbestrijding.
Als rampenbestrijding in de publiciteit komt, in een oefening of bij een echte ramp, ligt de nadruk vaak op datgene wat niet goed gaat. Hulpdiensten die te laat opdagen, communicatieproblemen, verwarring over verantwoordelijkheden. Is dat een juist beeld van rampenbestrijding?
'Ik moet zeggen dat ik daar in de ruim dertien jaar dat ik nu gouverneur ben, toch weinig last van heb gehad. Ik denk dat het de verdienste is van mijn voorganger, ere-gouverneur Kinsbergen, dat Antwerpen altijd voorop heeft gelopen op dit vlak. Hij was het die een rampenplan liet opstellen, toen dat nog helemaal niet verplicht was. Door de initiatieven die we sindsdien hebben ge nomen, hebben we effectief kunnen anticiperen op het soort kritiek dat u noemt.'

< Antwerpen heeft altijd voorop gelopen
op het vlak van rampenbestrijding.>
'Je kunt natuurlijk niet altijd alles voorzien. Ooit werd ik, in Ravels, met een brand geconfronteerd die de plaatselijke brandweer niet zelf kon beheersen, voornamelijk door een gebrek aan bluswater.
Bovendien waren er gevaarlijke stoffen in het spel, maar was niet precies bekend om welke stoffen het ging. De brandweer van de stad Antwerpen moest er aan te pas komen om een speciale, acht kilometer lange lijn naar het dichtstbijzijnde kanaal te trekken. Dit heeft ons geleerd dat samenwerking tussen de korpsen cruciaal is. Nu is de kans dat we ooit nog met een tekort aan bluswater geconfronteerd zullen worden, veel kleiner geworden, mede dankzij de akkoorden die sindsdien tussen de verschillende korpsen zijn gesloten.'
Je krijgt bij elk incident te maken met nieuwe problemen, waar je dan weer een oplossing voor moet bedenken. Het is nooit af, zou je zeggen.
'Nee, maar daarom oefenen we ook enkele malen per jaar. We zijn nooit uitgeleerd. Er ontstaan ook nieuwe mogelijkheden die we graag willen benutten. We willen daarbij graag een pioniersrol vervullen. We moeten niet vergeten dat Antwerpen de belangrijkste economische regio van het land is en dat het petrochemische centrum in de haven na dat in Houston het op een na grootste ter wereld is.'

U was tot voor kort voorzitter van de commissie die de hervorming van de civiele veiligheid moest voorbereiden. Waarom speciaal de gouverneur van de provincie Antwerpen?
'De minister van Binnenlandse Zaken vond het uiterst belangrijk dat, vóórdat het parlement ernaar zou kijken, voldoende maatschappelijk draagvlak zou worden gecreëerd voor deze hervorming. Hij heeft mij gevraagd daarvoor te zorgen. Waarom ik? Ik denk omwille van het economisch gewicht van Antwerpen, en omdat wij met al onze industrie het meest gebaat zijn bij de hervorming, maar ook omwille van het baanbrekend werk dat hier al is geleverd.' 'Nu moet u niet denken dat het een cadeautje was. Het was niet eenvoudig om alle betrokken partijen op dezelfde golflengte te krijgen: steden en gemeenten in Vlaanderen, Wallonië en Brussel, de twee brandweerfederaties, de administratieve diensten van de minister zelf, enzovoort.
Had u het gevoel dat u in een communautair labyrint terecht was gekomen?
'Dat viel eigenlijk goed mee. De Vlaamse en Waalse brandweerfederatie spraken in de commissie met één stem. De Vlaamse en Waalse verenigingen van steden en gemeenten hadden wat meer moeite om tot elkaar te komen, maar goed, dat is geschiedenis. Er ligt nu een advies en het parlement is aan zet. Het is wel duidelijk dat de minister met financiële toezeggingen op de proppen moet komen. Onze studie heeft aangetoond dat de steden en gemeenten 80 procent van de brandweerkosten betalen. Zij blijven bereid daarmee door te gaan, maar leggen er geen cent méér bij. Voor de meerkosten zal Binnenlandse Zaken een serieuze bijdrage moeten leveren. Anders maakt het wetsontwerp geen kans in de Kamer.'
Wat beschouwt u als de belangrijkste elementen van het advies?
'De commissie heeft drie grote principes geformuleerd. Het eerste is dat territoriale grenzen ondergeschikt moeten zijn aan de snelheid van de hulpverlening. Met andere woorden: de brandweer die het snelst ter plaatse kan komen, moet ook als eerste uitrukken.
Dit principe, waarover in Antwerpen al via akkoorden tussen de brandweerkorpsen afspraken zijn gemaakt, is overgenomen in het wetsontwerp. Het tweede beginsel is dat elke burger eenzelfde bedrag moet betalen voor eenzelfde interventie. Dat is nu niet het geval. Er zouden daarom objectieve criteria moeten worden geformuleerd die dit rechttrekken. Ten slotte – en dat is het gevoeligste punt – pleiten we voor schaalvergroting, omdat de huidige impact van mogelijke incidenten dermate groot is dat we specialisten nodig hebben die in een klein korps niet aanwezig zijn. Denk aan adviseurs gevaarlijke stoffen, meetploegen, duikers, deskundigen op het gebied van brandpreventie.'
'In het verlengde daarvan is het de bedoeling grotere hulpverleningszones te vormen. Ook dat is in het wetsontwerp opgenomen. Die zones zouden rechtspersoonlijkheid krijgen en in de plaats van de gemeentebesturen de brandweer aansturen. Zij bepalen ook hoe de hulpposten eruitzien en hoe het materiaal over die posten verdeeld wordt. En zij zijn verantwoordelijk voor benoemingen en promoties binnen de brandweerkorpsen. Dat is nogal wat. De grote vraag is natuurlijk hoeveel zones er moeten komen, hoe groot die zones moeten zijn en waar de grenzen getrokken moeten worden. Hierover is het laatste woord nog niet gezegd '. 'Probleem is dat de stad Antwerpen dermate groot is dat niemand er één zone mee wil vormen. Misschien is het daarom wel het beste om van de Provincie Antwerpen één zone te maken.
Dat zou ertoe kunnen leiden dat de provincie op het stuk van brandbestrijding belangrijke nieuwe mogelijkheden krijgt. Maar zover zijn we voorlopig nog niet. Eerst moet de wet goedgekeurd worden.'
Specialismen, zei u, zijn in deze tijd belangrijker dan ooit. Hoe ziet u in dit verband de samenwerking met vooral de grote bedrijven, die vaak juist deskundigen in dienst hebben die de brandweer goed kan gebruiken? Denk aan de bedrijfsbrandweer, arbeidshygiënisten en medisch personeel.
'Die samenwerking is essentieel. Om een voorbeeld te noemen: geen enkele toxicoloog kan alle gevaarlijke stoffen kennen die op een bepaalde plaats aanwezig zijn. Die mensen hebben dus hun eigen netwerken, contacten met de chemische industrie, specifieke chemische bedrijven en instellingen, enzovoort.
Trouwens, veel mensen die werkzaam zijn bij bedrijfsbrandweerkorpsen zijn ook bij de vrijwillige brandweer in hun woonplaats aangesloten. Zij delen zo automatisch hun kennis met anderen.' 'Ik ben heel blij met de inspanningen van een aantal grote bedrijven, vooral in het Antwerpse havengebied. Zij kunnen met hun knowhow al zoveel onheil voorkomen, vóórdat de brandweer ter plaatse komt.'

< Ik ben heel blij met de inspanningen van een aantal grote bedrijven, vooral in het Antwerpse havengebied. >
De provincie is een van de vele bestuurslagen in België. Zou u de provincie als zij niet bestond, alsnog uitvinden?
'Ik ben een overtuigd provincialist. En niet omdat ik gouverneur ben, want vroeger dacht ik er net zo over. Ik denk dat een bestuurslaag zoals de provincie onmisbaar is. De gemeenten staan het dichtst bij de burger, maar hebben een beperkte draagkracht. Het federale en gewestelijke niveau zijn er om te normeren. Maar niet alles kan op dezelfde manier uitgevoerd worden voor elke regio. Antwerpen is anders dan Limburg of Oost-Vlaanderen. Daarvoor is het tussenniveau ideaal.'
'Ik besef natuurlijk dat de meeste mensen weinig afweten van de provincie. Wie weet dat wij het Sportpaleis in Antwerpen enkele jaren geleden van de ondergang hebben gered? Ik vind wel dat het takenpakket van de provincies moet veranderen. Enige jaren geleden is een debat over de kerntaken van de verschillende bestuurslagen gevoerd. Daar is niets uitgekomen, omdat men daarbij te weinig aan de burger heeft gedacht en te veel aan de eigen belangen. Je moet niet bang zijn om iets af te staan. Ik vraag me bijvoorbeeld af waarom we provinciaal onderwijs nodig hebben naast het gemeenschaps- en vrij onderwijs. Maar op andere ge bieden zou de provincie juist waarde kunnen toevoegen: denk aan de drinkwaterverdeling, het ophalen en verwerken van afval, ziekenhuisvoorzieningen en veiligheid. Wat dat laatste betreft, gaat het trouwens de goede richting uit. Vroeger deed de provincie weinig tot niets voor veiligheid. Mijn voorganger heeft dat veranderd. Zo is hij begonnen met een brandweerschool. Er zijn nu ook provinciale opleidingen voor de politie en voor ambulancepersoneel. Ik hoop dat die instellingen op termijn samen één groot veiligheidsopleidingscentrum zullen kunnen vormen onder de provinciale vlag.'
|