Redactioneel
Boerenbedrog

Een van de maatregelen die de Europese Unie heeft genomen om de uitstoot van CO2 terug te dringen is het actief bevorderen van biobrandstoffen in het wegverkeer. Zo is het in verschillende lidstaten waaronder Nederland sinds enige tijd verplicht om een percentage van deze plantaardige vloeistoffen bij te mengen in de conventionele fossiele brandstoffen. Dankzij deze politieke interventie neemt de vraag naar biobrandstoffen momenteel fors toe. Goed gedaan denk je dan, want daar was het de dames en heren beleidsmakers toch om begonnen? Kan zijn, maar het echte doel is en blijft natuurlijk het volume aan CO2-emissies substantieel te verminderen zonder de energievoorziening in gevaar te brengen en zonder andere maatschappelijke prioriteiten op het spel te zetten.
Voldoen biobrandstoffen aan die voorwaarden?
Dat staat te bezien. Er kleven namelijk nadelen aan het gebruik van biobrandstoffen in het verkeer, zowel milieutechnisch als economisch. Een onbedoeld effect van de toegenomen vraag is bijvoorbeeld dat de prijzen van landbouwproducten erdoor worden opgedreven. Dat is prettig nieuws voor de Europese boeren, die begrijpelijkerwijs al heel lang steen en been klagen over hun toekomstperspectieven in een door overcapaciteit, productiequota, subsidieafhankelijkheid en veeziektes geplaagde sector. De rest van de samenleving is hier echter minder blij mee, want die moet in de supermarkt steeds meer neertellen voor de basisbehoefte bij uitstek: voedsel. Dat geldt trouwens niet alleen voor het rijke Westen, maar – zoals de Verenigde Naties onlangs gealarmeerd bekend maakten - ook of misschien wel juist voor arme landen die voedsel moeten importeren. Zij hebben verhoudingsgewijs immers het meeste last van hoge voedselprijzen.
Terug naar de blije boeren. Die hebben namelijk nog een tweede argument waarmee zij de lof van biobrandstoffen zingen. Het verbouwen van de tarwe, maïs en koolzaad die als grondstof van benzinevervangende ethanol en (de laatste) biodiesel kan dienen, is, betogen zij, een prachtig voorbeeld van een win-win-oplossing. Boeren krijgen zo enerzijds de kans een goed belegde boterham te verdienen met andere dan de slecht renderende activiteiten die hun momenteel de lust tot werken benemen, terwijl de samenleving anderzijds profiteert in de vorm van duurzame producten die een bijdrage leveren aan het oplossen van waarschijnlijk het belangrijkste milieuvraagstuk van deze tijd: klimaatverandering.
Dat van die goed belegde boterham klopt, maar het milieuverhaal helaas niet. De biobrandstoffen waarvoor onze boeren de grondstoffen leveren, zijn om te beginnen niet CO2-neutraal. Om biobrandstoffen te maken is energie nodig, in het geval van de gewassen waarop onze landbouwers hun hoop gevestigd hebben, tarwe en koolzaad, zelfs veel energie. De CO2- emissie is daardoor wel lager dan die van fossiele brandstoffen, maar nog steeds aanzienlijk. Een tweede punt van zorg zijn de enorme landbouwarealen die benodigd zijn om biobrandstoffen te kunnen fabriceren. Sommigen menen dat er nog voldoende braak ligt, anderen wijzen op de verontrustende tendens om wouden te kappen in ontwikkelingslanden om ruimte te maken voor biobrandstoffen.
Kortom, wie bio-energie wil inzetten om het klimaatvraagstuk aan te pakken, doet er goed aan niet teveel nadruk te leggen op het gebruik van biobrandstoffen in het wegverkeer. Dat die een ecologisch en economisch verantwoorde bijdrage leveren aan het terugdringen van CO2-emissies is eigenlijk … boerenbedrog.
Anton Buys, hoofdredacteur
|