INHOUDSOPGAVE | TERUG

Eén bedrijf, twee partners, drie lokaties

Fina Antwerp Olefins (FAO)

ExxonMobil en Total hebben in het Antwerpse havengebied een gezamenlijke onderneming: Fina Antwerp Olefins of FAO, zoals het fabriekscomplex in Antwerpen in de wandeling wordt genoemd. FAO is een van de grootste producenten van ethyleen in Europa. Daarnaast worden er aromaten en polyethyleen geproduceerd. ExxonMobil is sinds 1996 mede-eigenaar van de joint venture.

TEKST JAN WOLTERS EN ANTON BUYS | FOTO'S STEFAN DEWICKERE

FAO ontstond in 1954 onder de naam Petrochim als joint venture van de Belgische oliemaatschappij Petrofina en het Amerikaanse Phillips Petroleum. Voor een geplande capaciteitsuitbreiding zocht Fina in de jaren tachtig naar een partner met specifieke technologisch kennis. Die werd gevonden in Neste, het latere Borealis. In 1996 nam Exxon Chemical het aandeel van Borealis over. De belangrijkste reden voor ExxonMobil om destijds deel te nemen aan deze joint venture was de wens om in Antwerpen zelf ethyleen – het hoofdproduct van FAO – te produceren. Een gouden greep naar achteraf is gebleken. ExxonMobil heeft twee polyethyleenfabrieken in het Antwerpse, bij Zwijndrecht en in de gemeente Meerhout aan het Albertkanaal, die beide ethyleen als grondstof gebruiken en hun behoefte hieraan in de loop van de tijd als gevolg van diverse capaciteitsuitbreidingen alleen maar hebben zien toenemen.

Directeur Shared Services Martin de Beer (links)
en Algemeen directeur Henk De Munck.

Sinds de fusie van Fina en Total in 1999 zijn de oorspronkelijke eigendomsverhoudingen niet veranderd. ExxonMobil heeft 35 procent van de aandelen, Total 65 procent. Alleen bij de ethyleenterminal van FAO aan de Schelde, die zowel voor opslag als voor in- en doorvoer wordt gebruikt, ligt de verhouding anders: die is voor ruim 60 procent eigendom van ExxonMobil.

Drie sites | De hoofdvestiging van FAO ligt aan de Scheldelaan, ingeklemd tussen de raffinaderijen van ExxonMobil en Total. Daarnaast zijn er nog twee andere productielocaties: een deel van de Total-raffinaderij en een terrein op de linkeroever van de Schelde. Er werken in totaal circa 1000 mensen, van wie 640 eigen FAO-personeel en 360 aannemersmedewerkers. Zodra één van de twee partners personeel voor de gezamenlijke onderneming levert, zijn deze werknemers in dienst van FAO. Het bedrijf heeft ook een eigen CAO. Hoewel FAO een joint venture is, waarvan de twee partners een eigen bedrijfsstrategie hebben, lopen de doelstellingen voor FAO grotendeels parallel. 'Volgens de joint venture-overeenkomsten moeten belangrijke investeringen samen worden gedragen', verklaart algemeen directeur Henk de Munck. De recente debottlenecking en capaciteitsuitbreiding van een van de kraakinstallaties was zo'n investering. Als een mogelijk project echt alleen in het belang van of Total of ExxonMobil wordt geacht, kunnen beide ondernemingen besluiten zelf te investeren. Van de strategische en cultuurverschillen tussen beide ondernemingen is alleen in de bestuurskamers iets te merken. Directeur Shared Services Martin de beer, zelf afkomstig van ExxonMobil, kan erover meepraten: 'In de dagelijkse operaties heeft iedereen een FAO-pet op.'

Het hart van FAO wordt gevormd door drie stoomkrakers. De twee oudste staan op de hoofdlocatie, de nieuwste, die in 1992 is gebouwd, bevindt zich op het terrein van de Total-raffinaderij. 'Dat had alles te maken met synergie', vertelt De Munck. 'Een alternatieve locatie was het FAO-terrein aan de overzijde van de Schelde, maar dat bleek economisch een minder aantrekkelijke optie.' En hoewel deze kraker niet op de eigen site staat, ligt de verantwoordelijkheid voor het eindproduct ervan uiteraard wel bij FAO. 'We stellen samen met Total productiedoelstellingen op en bekijken dagelijks de resultaten. Het is misschien geen ideale situatie – je werkt nu eenmaal liever op één locatie – maar we leven er mee.'

Alle drie krakers gebruiken voornamelijk nafta als grondstof. Dit is een lichte benzinefractie die van de beide buurraffinaderijen wordt betrokken of, als dat economisch interessant is, van derden. Daarnaast worden afhankelijk van de marktomstandigheden ook butaan en ethaan als grondstof gebruikt.

Het hoofdproduct is zoals gezegd ethyleen, maar FAO maakt ook aromaten en - een activiteit die voor 100 procent in handen is van Total - polyethyleen met een hoge densiteit, afgekort HDPE. Dit in tegenstelling tot ExxonMobil's fabrieken in Zwijndrecht en Meerhout, die verschillende soorten polyethyleen met een lage densiteit, LDPE, produceren.

Productieproces | In de kraakinstallaties vindt een thermisch proces plaats. De nafta wordt in zeer korte tijd opgewarmd tot circa 850 graden Celsius en vervolgens met behulp van water sterk teruggekoeld. Het water wordt omgezet in stoom dat voor de diverse productieprocessen op de locaties wordt ingezet (vandaar: stoomkraker). De naftamoleculen worden gekraakt tot kortere moleculen. Vervolgens wordt door middel van distillatie de ethyleen waar het FAO om gaat, gescheiden van de andere moleculen die in het kraakproces zijn ontstaan.

De geproduceerde ethyleen heeft een zuiverheid van 99,9 procent. 'Deze zeer hoge zuiverheid is van groot belang voor onze afnemers', benadrukt De Munck. Een geringe onzuiverheid van slechts enkele ppm's kan al vergif zijn voor de latere productieprocessen.' De ethyleen wordt onder atmosferische omstandigheden vloeibaar opgeslagen bij een temperatuur van min 100 graden Celsius. De methaan en waterstof die nodig zijn voor de koeling, zijn bijproducten van de productieprocessen.

Veilig werken staat voorop | De eerste prioriteit van FAO ligt bij veiligheid: het doel is géén incidenten. 'Als je dat fundament niet goed op orde hebt, kun je er geen toren op bouwen', vindt De Munck. 'Ik wil niet dat iemand die hier werkt, met op het werk opgelopen kwetsuren het terrein verlaat.' De algemeen directeur geeft aan dat er op veiligheidsgebied al veel stappen voorwaarts zijn gezet, met een positief effect op het totale bedrijfsresultaat. 'Wie veilig werkt, werkt vanzelf ook professioneel. Als het op veiligheidsgebied nu nog misgaat, heeft dat voor het merendeel te maken met persoonlijke attitude. Het juiste gedrag is kennelijk nog niet overal vanzelfsprekend. We werken er voortdurend aan om hier verbetering in te brengen.'

<Wie veilig werkt, werkt vanzelf ook professioneel.>

Respect voor het milieu noemt De Munck een tweede centrale uitgangspunt. 'We hebben de maatschappelijke verplichting na te denken over de wereld van morgen.' FAO heeft te maken met emissies naar de lucht, water en bodem en met geluid. CO2 en NOx en het zoveel mogelijk beperken van het affakkelen van overtollig gas vormen momenteel de belangrijkste aandachtspunten. 'De uitstoot van koolwaterstoffen hebben we goed onder controle. De wijze waarop we dat hebben aangepakt, heeft zelfs de interesse gewekt van andere bedrijven.' FAO heeft op de locaties een netwerk van 160.000 meetpunten die jaarlijks op eventuele lekkages worden gecontroleerd. 'We zijn daar behoorlijk ver in', stelt De Munck vast. 'Ook is een energiereductieprogramma opgezet, waardoor de CO2-uitstoot verder zal verminderen.

Maximale capaciteitsbenutting | De bedrijfszekerheid van de installaties is van groot belang; een allesomvattende factor, zoals De Munck het noemt. Hij ziet het eveneens als een belangrijk fundament onder FAO. Het doel is de volledige capaciteit te benutten. 'Als we op dit punt niet slagen, verliezen we veel. Het uitvallen van een fabrieksinstallatie kost veel capaciteit. Het weer opstarten is geen kwestie van een knop omdraaien; er gaat dus veel tijd mee verloren. Daarom moeten we ervoor zorgen dat installaties zo min mogelijk uitvallen, het liefst helemaal niet uiteraard. Veel in de fabrieken is daarom dubbel uitgevoerd; we doen aan pro-actief onderhoud en monitoren veel. Je moet de fabriek als het ware kunnen "voelen".'

FAO's controlekamer

Zorgen maakt De Munck zich over de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel. De productieprocessen van FAO vragen om deskundig en goed opgeleide medewerkers. 'Het is momenteel moeilijk de juiste mensen te krijgen. Er is krapte op de arbeidsmarkt en het imago van onze bedrijfstak is onvoldoende positief. We moeten de jeugd vertellen hoe het hier werkelijk toegaat, zodat ze "goesting" krijgen in het werken in de petrochemische industrie en zich gaan realiseren dat er veel toekomstmogelijkheden liggen.' FAO's controlekamer

 Print

INHOUDSOPGAVE | TERUG