Het Interview: Colette Alma
Tegenstellingen niet opkloppen
Sinds 2004 is dr. ir Colette Alma (54) algemeen directeur van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, VNCI, een belangenorganisatie waarvan de meeste Nederlandse chemische bedrijven lid zijn. Daarvóór werkte zij onder meer voor Shell en de NAM en was zij directeur van het Nationaal Initiatief voor Duurzame Ontwikkeling. We spraken met haar over de rol en betekenis van de VNCI en over de toekomstperspectieven van een industrietak die gouden tijden beleeft, maar met een imagoprobleem kampt. 'De ExxonMobils van morgen worden vandaag opgericht!'
TEKST ANTON BUYS | FOTO'S STEFAN DEWICKERE

Het gaat goed met de chemische industrie. De bedrijfsresultaten bevinden zich – uitzonderingen daargelaten – al enkele jaren op een hoog niveau. De nabije toekomst ziet er ook veelbelovend uit. Zowel in Nederland als in België zijn eerdere groeiramingen naar boven bijgesteld. Het productievolume stijgt, evenals de afzetprijzen. De volgehouden omzetstijging van de afgelopen jaren breekt met een traditie. Insiders weten dat de chemie een cyclische business is. Magere jaren worden gevolgd door periodes waarin de meeste bedrijven uitstekende rendementen weten te behalen. In dit licht is de huidige trend opvallend. Analisten verwachten al jaren een neerwaartse correctie, maar die is tot nu toe uitgebleven. Deze ontwikkeling wordt toegeschreven aan de voortgezette groei van de wereldeconomie en de steeds belangrijkere rol die het Verre Oosten hierin speelt.
Zijn er alleen maar positieve berichten van het chemiefront? Of bestaat er toch reden tot zorg voor wie ook naar de middellange termijn kijkt? Om daar meer over te weten te komen maakten we een afspraak met de algemeen directeur van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), Colette Alma. Ze houdt samen met 30 andere medewerkers van de VNCI kantoor in een opvallend gebouw in Leidschendam: het Castellum.
Valt er nog wel iets te lobbyen in Den Haag? De belangrijkste besluiten die de chemische industrie raken, worden tegenwoordig toch in Brussel genomen?
'Dat is op zich juist, maar wat is Brussel? De Europese Unie bestaat uit lidstaten met nationale overheden. Via die overheden beïnvloeden we het besluitvormingsproces in de Europese Unie. Daarnaast mogen we het Europese Parlement niet uitvlakken. Daarin zitten nationale vertegenwoordigers waarmee we ook spreken en niet zelden, als er een specifiek nationaal belang in het geding is, ook samen optrekken. Er zijn nu eenmaal lokale omstandigheden waarop de Brusselse regelgeving niet berekend is. Een voorbeeld is luchtkwaliteit. Nederland is zeer dichtbevolkt en we hebben hier op bepaalde plaatsen flexibelere milieuwetten nodig om de industrie de gelegenheid te geven te investeren. Via de Europese belangenbehartigers, zoals CEFIC en de werkgeversorganisatie Business Europe, die direct met de Europese Commissie overleggen, oefenen we ook invloed uit. De nationale organisaties verdelen daarbij onderling de taken. Zo doe ik het Europese stoffenbeleid.'
<We hebben op bepaalde plaatsen flexibeler milieuwetten nodig>

De VNCI vertegenwoordigt veel bedrijven van verschillende omvang die op uiteenlopende markten actief zijn en er ook niet altijd dezelfde mening op na houden. Toch probeert de VNCI als een eenheid te opereren. Lukt dat altijd?
'De VNCI ziet het als haar taak met respect voor de onderlinge verschillen gemeenschappelijke doelstellingen na te streven. In de praktijk blijkt dat ook niet zo moeilijk. We komen in het algemeen vrij eenvoudig tot gezamenlijke standpunten. Wij houden ons natuurlijk ook primair met algemene vraagstukken bezig die op al onze leden een vergelijkbare impact hebben. Denk aan het stoffenbeleid, energie-efficiency, milieuregels. Het kan voorkomen dat bedrijven een specifiek eigen belang willen behartigen. In zulke gevallen kunnen ze het lobbywerk beter zelf ter hand nemen. En dat gebeurt dan ook.'

Het lobbyen blijkt niet altijd even succesvol. Neem de discussie over bepaalde soorten weekmakers in speelgoed, die schadelijk heten te zijn voor kleine kinderen die erop sabbelen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dit niet klopt; toch is er wetgeving gekomen die het gebruik beperkt en de verkoop aan banden legt. Exploiteert de milieubeweging de angst voor het onbekende?
'Soms verlies je de strijd, dat is juist. Sommige stoffen zijn daardoor ten onrechte verboden. Dat heeft inderdaad te maken met de manier waarop de milieubeweging opereert. Soms zijn ze heel opportunistisch bezig, maar in het algemeen baseren de organisaties zich wel op de feiten. Hoe dan ook, ze hebben een eigen agenda. Toch is het essentieel dat de chemische industrie zoveel mogelijk met de milieubeweging samenwerkt. Voorop moet staan dat elk vraagstuk een optimale uitkomst voor de samenleving oplevert. Dat lukt alleen als we minstens even slim en gewiekst zijn als de milieuorganisaties waarmee we te maken krijgen en goed en open samenwerken. Zodra zich een issue voordoet, moeten we een actieplan opstellen, dat rekening houdt met alle betrokkenen, het gemeenschappelijk belang en de productieketen.'
Wat is de milieubeweging voor de chemische industrie eigenlijk: natuurlijke vijand of antenne van de samenleving?
'Zeker geen vijand. Ik vind dat de tegenstellingen niet moeten worden opgeklopt. De gedachte dat de industrie alleen iets wil doen als ze daartoe gedwongen wordt, komt niet overeen met de feiten. Bedrijven bestaan ook uit mensen, vergeet dat niet.'
Over milieu gesproken: in het jaarverslag van de VNCI lezen we dat de sector haar afhankelijkheid van fossiele stoffen in de komende decennia wil halveren. Dat is behoorlijk ambitieus. Hoe denkt u dat waar te maken?
'Hier zitten twee kanten aan. Chemische fabrieken gebruiken fossiele brandstoffen voor hun energievoorziening en fossiele grondstoffen om kunststoffen te maken. Om met het eerste te beginnen: als we minder energie gebruiken, hoeft er minder gestookt te worden. Dat is belangrijk, want energiebesparing en beperking van de CO2-uitstoot is een belangrijke doelstelling voor onze industrie. Het is ook mogelijk, zoals verschillende VNCIleden daadwerkelijk doen, over te schakelen op biomassa als brandstof.

Wat de tweede optie betreft, het vervangen van fossiele grondstoffen door alternatieven – biologisch of gerecycleerd – wordt met name in marktniches vooruitgang geboekt. Al deze initiatieven dragen bij aan het halen van deze doelstelling.'
Ondanks de toegenomen afhankelijkheid van kunststoffen laat het imago van de chemische industrie nog altijd te wensen over. Veel mensen denken bij chemie nog altijd aan rokende schoorstenen, verouderde technologie en vervuilende productieprocessen. Hoe kunt u de samenleving ervan overtuigen dat dit beeld achterhaald is?
'Waar het op aankomt, is dat we als sector de buitenwereld beter kennis laten maken met de chemie en de rol van de sector in onze maatschappij. Transparantie is heel belangrijk. Daarnaast moeten we scheikunde, chemie een betere plaats in het onderwijs geven.
< Het onderwijs in de exacte vakken moet aansprekender worden. >
Dit is een van de belangrijkste doelstellingen van ons imagoproject. We willen mensen in het onderwijs en de wetenschap ervan doordringen wie wij zijn en wat we doen. Het is ook cruciaal dat het onderwijs in de exacte vakken aansprekender wordt. Het ultieme doel is de toekomst van de chemische industrie veiligstellen als motor van de economie. Daarvoor hebben we in samenwerking met een aantal vertegenwoordigers uit bedrijfsleven en wetenschap een speciale werkgroep opgericht, de Regiegroep Chemie. In het business plan van de Regiegroep, dat vorig jaar is gepresenteerd, staat een aantal actiepunten, zoals bevordering van de instroom in chemische beroepen, verbetering van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en stimulering van loopbaanontwikkeling. We moeten gevarieerdere carrières in de chemie bieden, vooral in de kleinere bedrijven; jongeren ambiëren tegenwoordig meer dan één baan voor het leven. We willen jonge mensen ook aanzetten tot het starten van een eigen onderneming in onze bedrijfstak. De ExxonMobils van morgen worden vandaag opgericht!'
|