Redactioneel
Hoe echt is kunst?

In een niet eens zo ver verleden waren alle materialen, instrumenten en producten uit natuurlijke grondstoffen gemaakt. Kleding was van wol, katoen of zijde; gebruiksvoorwerpen waren van hout, metaal of glas, meubels van hout, dozen van karton, boeken van papier, gebouwen van steen, enzovoort. Deze situatie veranderde vanaf de industriële revolutie in de 19e eeuw, eerst geleidelijk, daarna versneld. Nu kunnen we ons geen wereld zonder kunststoffen meer voorstellen. Zij hebben zich een onmisbare positie naast de traditionele, natuurlijke stoffen verworven en rukken steeds verder op.
Ondanks de enorme vooruitgang die de chemie de laatste decennia heeft doorgemaakt, heeft kunststof – of 'plastic' zoals veel mensen het nog altijd noemen – een imagoprobleem. Het blijft toch imitatie en dan zwijgen we nog over de povere milieureputatie die de chemische sector, ondanks alle succesvolle inspanningen om milieuvriendelijk te produceren, in delen van de samenleving heeft. Die slechte reputatie komt voor een deel voort uit onbekendheid met de bedrijfstak en met de grote economische en maatschappelijke betekenis die kunststof heeft, maar ook met een soort oergevoel dat elke discussie over technologische vooruitgang lijkt te overschaduwen: de opvatting dat wat de mens maakt en uitvindt op de keper beschouwd inferieur is aan wat moeder natuur te bieden heeft. Sommige duiders van de menselijke geest herkennen hierin een verlangen naar het denkbeeldige verloren paradijs, de goede oude tijd of grootmoeders pure wereld, andere menen er (ook) angst voor het onbekende in te ontdekken.
De bedenkers en makers van al die 'nep' hebben het dus niet gemakkelijk. Tegenover gevoel kunnen zij alleen feiten en cijfers stellen. Dat de enorme welvaartsgroei van de afgelopen halve eeuw nooit had kunnen plaatsvinden zonder de ontdekking en massaproductie van al die betere en goedkopere alternatieven voor de schaarse natuurlijke grondstoffen. Dat de meeste hedendaagse ondernemingen, producten en diensten zonder chemie niet eens zouden kunnen bestaan. En dat wie met zijn rug naar de toekomst staat nooit een oplossing voor wat dan ook zal weten te bedenken.
Er is overigens troost voor de natuurliefhebbers die vrezen voor het verdwijnen van hun geliefde producten. Innovaties verdringen zelden maar vullen bijna altijd aan. De markt voor natuurlijke grondstoffen en materialen zal niet snel verdwijnen, deels omdat (nog) niet alles vervangen kan worden door een kwalitatief gelijkwaardige of betere kunststof en deels omdat de consument hecht aan traditie en nostalgie. Dus hebben we naast de plastic ballpoint de metalen vulpen behouden, naast de laminaatvloer het parket, naast het plastic zakje de papieren verpakking, naast het kunststof- het houten kozijn en naast de nylon kous de wollen sok. Dat bedrijven de meeste 'natuurzuivere' producten alleen massaal kunnen produceren, doordat er zoiets als chemie bestaat, ach, laten we daar maar niet teveel nadruk op leggen.
Kunst is alleen maar echt in het museum.
Anton Buys, hoofdredacteur
|