INHOUDSOPGAVE | TERUG

Redactioneel

Het hachelijke van voorspellen

De Amerikaanse schrijver en humorist Mark Twain (1835-1910) schijnt eens gezegd te hebben dat voorspellen moeilijk is, vooral als het om de toekomst gaat. Naast een intelligente grap is dit een waarheid als een koe. Alle toekomstvoorspellingen, met uitzondering van de (meeste) weersverwachtingen misschien, hebben namelijk gemeen dat ze niet (helemaal) uitkomen. Desondanks voorspellen we wat af. Het klimaat, de beurs, de verkiezingen, de economische ont wikkeling en – steeds vaker, want de zorgen nemen toe – de manier waarop we straks aan energie zullen komen.

Instellingen zoals het Internationaal Energie-Agentschap en de Europese Commissie doen dit laatste. Sommige ondernemingen ook. ExxonMobil geeft al decennia lang jaarlijks een Energy Outlook uit. De meest recente editie van dit rapport (2007) bevat naast analyses van demografische en economische ontwikkelingen een gedetailleerde kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving hoe de wereldenergiehuishouding zich tot 2030 zal ontwikkelen.

Voortbouwend op de uitspraak van Mark Twain is het leerzaam om de energierapporten van de laatste jaren naast elkaar te leggen. Plegen de samenstellers hun visie op de toekomst bij te stellen? Antwoord: ja, dat doen ze. Met andere woorden, de onderzoekers geven impliciet toe dat hun toekomstvoorspellingen uit het verleden niet meer (volledig) kloppen. Dit feit brengt ons natuurlijk direct op de volgende vraag: waarom doen ze dan al die moeite?

Het antwoord hierop is eenvoudig: omdat we niet zonder toekomstprojecties kunnen. Elke beleidsmaker, of het nu een ondernemer, een bestuurder of een politicus is, weet dat het onverantwoord is belangrijke beslissingen te nemen over investeringen, wetten, bestuurlijke maatregelen, en dergelijke zonder vooruit te zien, dus stil te staan bij de toekomst. En dat kan je alleen maar op een zinnige manier doen als je uitgaat van verifieerbare feiten en cijfers, dus van het heden.

Vertaald naar het energiebeleid betekent dit dat we op basis van de omstandigheden die we nu kennen, moeten vaststellen dat we de komende decennia grotendeels afhankelijk zullen blijven van fossiele brandstoffen, als we tenminste aan de snel groeiende energiebehoeften van de wereldbevolking willen blijven voldoen. Elke andere conclusie is op dit moment wishful thinking. Dat betekent natuurlijk niet dat de omstandigheden en verwachtingen die ten grondslag liggen aan die voorspelling, onveranderlijk zijn. Het is daarom dat beleidsmakers en investeerders volgend jaar en de jaren daarna weer nieuwe goed gefundeerde ramingen nodig zullen hebben om verstandige beslissingen te kunnen nemen.

Wat is de afgelopen jaren eigenlijk veranderd? Vergelijken we daarvoor de twee laatste energieprognoses van ExxonMobil. Dan valt op dat in de Energy Outlook van 2007 de hernieuwbare energiebronnen (wind, zon en biobrandstoffen) sneller groeien dan in de editie van 2006. Dat heeft vooral te maken met overheidsingrijpen, zoals het financieel bevoordelen van wat in het beleidsjargon 'duurzame alternatieven' heet. Ook de energie-efficiëntie neemt sterker toe, maar dat is behalve aan stimuleringsmaatregelen primair te danken aan de technologische vooruitgang. Opmerkelijke staaltjes daarvan vindt de lezer in een tweetal artikelen in dit blad. In ons technologieverhaal op pag. 14 wordt beschreven dat de chemische tak van ExxonMobil sinds enige tijd een nieuw type kunststoffilm produceert, waarmee de effectiviteit en capaciteit van de nieuwste generatie accu's – zogenaamde lithium-ion-accu's – enorm kan toenemen. Gevolg: milieuvriendelijke elektrische en hybride auto's kunnen zelfstandig, zonder hulp van de belastingbetaler, een plaats op de markt veroveren. En op pagina 21 leest u hoe hetzelfde bedrijfsonderdeel recentelijk een nieuw soort rubber heeft ontwikkeld waarmee autobanden beter op spanning blijven, waardoor ze veel minder brandstof gebruiken. Dat dit vandaag mogelijk zou zijn, wisten we gisteren nog niet.

Anton Buys, hoofdredacteur

 Print

INHOUDSOPGAVE | TERUG