Synthetisch rubber en WO II
Na eerdere pogingen in Duitsland om met isobuteen bruikbare rubberachtige polymeren te maken slaagden W.J.Sparks en R.M. Thomas van de Standard Oil Development Co. (nu ExxonMobil) er in 1937 in om een mengsel van monomeren isobuteen en diolefin te polymeriseren tot een bruikbaar synthetisch rubber.
Standard Oil bouwde een proeffabriek naast de raffinaderij in Baton Rouge, Louisiana, eigenlijk al voordat er sprake was van commerciële toepassingen van het synthetische rubber. Toen na Pearl Harbor de aanvoerroute van natuurlijke rubber als gevolg van de oorlog in de Stille Oceaan de facto afgesneden was, werd de fabriek door de vooruitziende Amerikaanse regering genationaliseerd en fors uitgebreid. Bovendien werd een tweede grotere installatie bij de humble oil & refining co (inmiddels eveneens Exxon) in Baytown, Texas gebouwd. In 1943 kwam de productie op gang, zodat de Verenigde Staten konden blijven voldoen aan de behoefte aan rubber die door de oorlogsinspanningen alleen maar gestegen was. Pas in 1953 werd het mogelijk door de Rubber Disposal Act om de, inmiddels enorm uitgebreide, fabrieken weer terug te verkopen aan ExxonMobil.
|