INHOUDSOPGAVE | TERUG

Interview met vlaams minister Hilde Crevits

Energie-efficiëntie hoort bovenaan de agenda

Sinds een jaar is Hilde Crevits (41) Vlaams minister van energie, leefmilieu, natuur en openbare werken. Ze nam na de federale verkiezingen van vorig jaar de plaats in van Kris Peeters, die Yves Leterme opvolgde als ministerpresident. Aanvankelijk twijfelde ze, maar één jaar later voelt de juriste en politica Crevits zich als een vis in het water. 'De materies interesseren me enorm.'

TEKST ANTON BUYS FOTO'S STEFAN DEWICKERE

Hilde Crevits blijkt als Vlaams minister van (onder meer) leefmilieu ook milieubewust. Dat valt op als we na afloop van het interview voor de ingang van haar kantoor in de Koning Albert II Laan in Brussel staan, waar onze fotograaf nog enkele buitenopnamen wil maken. De taxi staat er te wachten, met draaiende motor. De minister wijst op het voertuig en stelt vast dat daar on nodig een hoeveelheid CO2 in de lucht verdwijnt. Niets tegen in te brengen en, inderdaad, alle beetjes helpen. Tijdens het vraaggesprek laat Hilde Crevits zich ook kennen als een gedreven politica, die eerst en vooral resultaten wil boeken. En dat is geen overbodige luxe in een wereld die in toenemende mate worstelt met haar energiebevoorrading, energieprijzen en natuurlijk het klimaatvraagstuk.

Eén jaar ministerschap: viel het mee of viel het tegen?

'Het valt me goed mee, al is het wel heel anders dan wat ik voorheen heb gedaan. Ik was gewoon drie jobs te gelijk te doen: schepen in Torhout, Vlaams parlementslid en dan ook nog advocaat. Momenteel maak ik minstens evenveel uren als vóór mijn ministerschap, maar het is voor het eerst in mijn leven dat ik me kan beperken tot één job. De materies interesseren me enorm, een mooie mix met een grote samenhang tussen de beleidsterreinen.'

Toch heeft u gezegd dat u deze post eerst niet als een cadeau be schouwde. En dat terwijl u zich op lokaal niveau met vergelijkbare dossiers bezighield.

'Ik dacht bij mijn aantreden vooral aan de grote verantwoordelijkheid. De dag van de eedaflegging was ik daarom nogal gestresst. Ik stelde mezelf een misschien heel vrouwelijke vraag: zal ik het aankunnen? Daar kwam nog bij dat ik in de tweede helft van de legislatuur begon. Maar terugkijkend – en dat heeft me verschrikkelijk veel plezier gedaan – wordt vrijwel unisono aanvaard dat de wissel Leterme-Peeters plus de be noeming van twee nieuwe ministers bijzonder vlot verlopen is.'

Twee jaar geleden zaten wij hier aan deze zelfde tafel met Kris Peeters. We spraken onder meer over de complexiteit van de besluitvorming in België. Zijn reactie was nogal laconiek: we moeten het ermee doen. Heeft u wensen die de besluitvorming efficiënter zouden moeten maken?

'Het gaat er vooral om de inefficiënties uit het systeem te halen. Een eenvoudig voorbeeld: het economiebeleid is een regionale bevoegdheid, maar het opwekken van energie een federale, behalve als het gaat om hernieuwbare energie. Maar als je windmolens op zee wilt plaatsen, moet je weer bij de federale overheid zijn. Dat is niet uit te leggen. Vandaar dat ik bepleit dat ook de vergunningen voor windmolens buiten de kust door het Vlaamse gewest worden uitgegeven, aangezien dit aan zee grenst. Het vervelende is dat dit dan weer door sommigen wordt gezien als een Vlaamse "annexatie" van de Noordzee. Onzin. Voor mij is dit gewoon een kwestie van efficiëntie. Ik zie niet waarom het vergunningenbeleid voor windmolens op land anders zou moeten zijn dan op zee.' 'Het is ook heel belangrijk dat de gewesten hier onderling over praten. Ik heb, toen ik minister werd, meteen aangegeven dat ik periodiek met mijn Waalse en Brusselse collega's wil overleggen. Het is niet omdat iets een regionale bevoegdheid is dat het in elk gewest anders moet. Ik kan u daar verschillende voorbeelden van geven. We hadden hier in Vlaanderen een aantal maatregelen genomen hoe we met pieken van luchtverontreiniging wilden omgaan. Reed je op de Brusselse ring en nam je de afslag naar Namen, dan golden die maatregelen ineens niet meer. Met mijn Brusselse collega van leefmilieu heb ik hierover gepraat en binnen anderhalve uur waren we eruit. Zij hebben onze maatregelen grotendeels overgenomen en als er een calamiteit is, zoals laatst met die zwavelwolk boven Brussel, dan helpen we elkaar. Zo kan het dus ook: samenwerken om resultaten te boeken.'

Het KyotoProtocol vraagt van België grote inspanningen om de broeikasgasemissies terug te dringen. Opvallend is dat de industrie de afgelopen jaren in die missie is geslaagd. De vraag rijst nu wat zij nog meer kan doen. Gaat hier niet de wet van de afnemende meeropbrengst gelden?

'Het klopt dat de energie-intensieve industrie de afgelopen jaren al veel heeft bereikt. Je hebt van die onheilsprofeten die beweren dat de industrie niets doet, maar als de transport- en huizensector hetzelfde voor elkaar hadden gebracht als de industrie, dan hadden we de doelstellingen van het Kyoto-Protocol nu al gehaald. Aan de andere kant is het natuurlijk ook eenvoudiger om afspraken over emissiereductie te maken met een groep bedrijven dan met zes miljoen Vlamingen, die allemaal een huis hebben, een auto waarmee ze willen rijden, enzovoort.'

<De benchmark-convenanten hebben zich bewezen>

'De benchmark-convenanten hebben zich bewezen. Deze hebben bedrijven geholpen om van zichzelf een energieröntgenfoto te nemen en de zwakke punten te verbeteren. Ik was nog maar zes maanden minister, toen we van Europa te horen kregen dat ons nationaal allocatieplan* niet ambitieus genoeg was. Er moest nog 4,8 miljoen ton CO2 af. Ik kreeg direct een batterij microfoons onder mijn neus. Zie je wel, zeiden ze. Die conventanten werken niet; u gaat uw doelen niet halen. Maar we kunnen onze verplichtingen wel nakomen. Vlaanderen is er voor het eerst in geslaagd om onder het niveau van 1990 te geraken. Zoals u ziet in deze tabel: Elektriciteitssector: min 2235 megaton CO2, industrie: min 2972, landbouw: min 2280, gebouwen: plus 1926, transport: plus 3608.

Tonen deze cijfers niet aan dat het van het grootste belang is om de meeste inspanningen te richten op juist die sectoren die slecht presteren?

'Maar dat gebeurt ook. De normering voor vrachtwagens wordt steeds strenger; er komt een kilometerheffing waarin sowieso milieucomponenten zijn inbegrepen. Voor de gewone wagens heeft de regering al twee jaar geleden de principiële beslissing genomen om de autofiscaliteit te hervormen op basis van milieunormen. Dat betekent dat het financieel voordeliger wordt om wagens met een lage uitstoot aan te schaffen. Dus het beleid is er, maar we kunnen dit uiteraard niet allemaal zomaar van de ene op de andere dag regelen.' 'De huishoudens vormen een heel diffuse groep. We hebben ook voor die sector al maatregelen genomen, waaronder een niet zo populaire: de verplichting om elke twee jaar de stookinstallatie een onderhoudsbeurt te geven. Ik geef toe, dit soort ingrepen verloopt wat trager – zo moeten er voldoende vakbekwame installateurs zijn om die controles ook uit te voeren – maar u ziet: er zitten al heel wat maatregelen in de pipeline.'

De overheid zet tegelijkertijd veel verschillende middelen in om de emissies terug te dringen. Toch is het ene instrument veel doelmatiger dan het andere. Niets is bijvoorbeeld effectiever dan energiebesparing. Is het dan niet verstandiger om kritisch naar het rendement van elk van die instrumenten te kijken en vervolgens keuzes te maken?

'Ik denk toch echt dat het een en-enverhaal is. Dat is eigen aan ons bestel! Je kunt een sector als landbouw niet vergelijken met de industrie, met particulieren of transport. Daarom moet je een waaier van instrumenten aanreiken. Maar u hebt gelijk dat energie-efficiëntie bovenaan de agenda hoort. Vlaanderen had daarom drie jaar geleden al een energierenovatieprogramma, dat tot doel heeft het energiegebruik bij gezinnen tegen 2020 met 30% te verminderen. Voor de bestaande w oningen bevorderen we betere isolatie. Dat gaat niet één-twee-drie, want we hebben in Vlaanderen veel oudere woningen. Daar komt nog bij dat je mensen niet gemakkelijk overhaalt om in bijvoorbeeld dakisolatie te investeren. Nieuwe gebouwen zijn veel energiezuiniger dan voorheen dankzij de strenge normen waaraan bouwers moeten voldoen.'

Minister Crevits, Anton Buys, (hoofdredacteur Reflex) en Nikolaas Baeckelmans
(Public Affairs Manager ExxonMobil in de Benelux) buigen zich over een tabel
met Vlaamse CO2emissies.

Dit zijn alle voorbeelden die de energieefficiëntie bevorderen, maar hoe zit het dan met die andere instrumenten?

'Als je energie bespaart, wordt het eenvoudiger om de doelstellingen te halen, zoals de nieuwe voorgestelde Europese norm voor België om 13 procent duurzaam op te wekken in 2020. Het totale energieverbruik daalt immers. Maar we kunnen niet wachten tot de laatste kilowattuur is bespaard. Rationeel energieverbruik en hernieuwbare energiebronnen moeten dus hand in hand gaan. Door initiatieven zoals het leggen van zonnepanelen op daken en het bouwen van windmolens nu financieel te steunen, dragen we eraan bij dat deze technologieën wijd verspreid raken. De kosten kunnen dan dalen. Dat zien we in feite nu al gebeuren.'

Eén middel hebben we nog niet genoemd en dat is eigenlijk merkwaardig in een gesprek over energie en milieu: kernenergie. Hoe denkt u over de toekomst van die bron?

'Als we kijken naar de kosten en de benodigde bevoorradingszekerheid van energie dan stel ik vast dat we niet zonder kunnen. Het wordt tijd dat we daarover meer duidelijkheid scheppen. Meer moet ik er niet over zeggen, want dit is een federale bevoegdheid.'

<Ik wil niet de geschiedenisboekskes
in als de madam met veel
doelstellingen maar geen resultaten>

Op energiegebied staat de wereld voor enorme opgaven door de almaar sneller stijgende energievraag in combinatie met steeds strengere milieunormen. Bent u in dit kader optimistisch of pessimistisch?

'Natuurlijk er is de nodige scepsis. Maar zelfs de grootste scepticus kan niet ontkennen dat er ook resultaten zijn. Het aandeel van warmtekracht is fenomenaal gestegen, net als de productie van groene stroom, die in drie jaar is verdrievoudigd! We zijn goed bezig. Er komen hier iedere dag wel voorstellen binnen voor nieuwe projecten. Alle grote bedrijven investeren in energieefficiëntie. Hoe duurder de energie, hoe intensiever men zal zoeken naar alternatieven. De trein is echt vertrokken en het zal afhangen van hoe vlug hij rijdt of de doelstellingen gehaald kunnen worden.' Zegt u nu niet in feite dat het belangrijker is dat er iets gebeurt, dan dat de doelstellingen gehaald worden? 'Ik wil niet de geschiedenisboekskes in als de madam met veel doelstellingen maar geen resultaten. Wat ik op dit moment het belangrijkste vind, is dat we de dingen in beweging zetten.'

* Inmiddels heeft de Europese Commissie het nationaal allocatieplan van België goedgekeurd.

 Print

INHOUDSOPGAVE | TERUG