INHOUDSOPGAVE | TERUG

Interview met voorzitter Peter Vogtländer van de algemene energieraad

'We moeten de energie-intensieve industrie Europa niet uitjagen'

Hoe moet Nederland de komende decennia zijn energievoorziening veilig stellen en tegelijkertijd zijn ambitieuze doelstellingen op milieugebied waarmaken? Een van de instellingen die daarop studeert, is een door de Nederlandse regering ingesteld orgaan, de Algemene Energieraad, die onder leiding staat van Peter Vogtländer (70). 'Ik sta volledig achter het emissiehandelssysteem.'

TEKST ANTON BUYS | FOTO'S STEFAN DEWICKERE

De Nederlandse regering laat zich traditioneel bijstaan door gespecialiseerde adviesorganen. De Algemene Energieraad voorziet in het bijzonder de ministers van Economische Zaken en Milieu op gezette tijden gevraagd en ongevraagd van advies. De huidige leden zijn alle vooraanstaande onafhankelijke deskundigen die geen directe binding (meer) hebben met politiek of bedrijfsleven. Sinds 2002 is Peter Vogtländer voorzitter. Voordat hij in 2000 als politiek adviseur begon (als voorzitter van de Commissie CO2-handel), was hij onder meer president-directeur van Shell in België en Luxemburg en stond hij aan het hoofd van Shell's wereldwijde chemie-organisatie.

We interviewden Peter Vogtländer niet ver van de beslissingscentra van de Nederlandse politiek, in het statige kantoor van de Algemene Energieraad in Den Haag, waar hij samen met zijn medeleden en de staf studeert op oplossingen die vooral realistisch en haalbaar moeten zijn.

De belangstelling voor energievraagstukken, en dan vooral voor milieuaspecten, is de laatste jaren enorm toegenomen. Geldt dat ook voor de kennis van deze ingewikkelde materie?

'Ik bespeur bij partijen de neiging om het vraagstuk simpeler voor te stellen dan het is. Ik zie het als onze rol om een evenwichtig beeld te schetsen en daarnaast ook de complexiteit van het geheel duidelijk te maken. Er zijn geen eenvoudige oplossingen. Zeggen dat je "gewoon" meer duurzame bronnen moet inzetten of "gewoon" meer kernenergie moet opwekken om het probleem uit de wereld te helpen, is in wezen boerenbedrog. Vandaar dat het belangrijk is om de realiteitszin, de nuance, een beetje terug te brengen in het debat.'

U zegt in feite dat er geen ei van Columbus is. We hebben alle instrumenten nodig. Maar aan elk van die instrumenten kleven ook nadelen. Van fossiele brandstoffen weten we – los van de politieke en ecologische context – dat er voldoende voorraden zijn om aan de energievraag te voldoen en dat ze nog altijd relatief goedkoop zijn. Dat kunnen we van de meeste alternatieven niet zeggen.

'Correct. Maar we moeten nu al ver vooruitkijken. Gewoonlijk nemen wij 2050 als richtjaar. Waarschijnlijk zal duurzame energie tegen die tijd veel goedkoper zijn dan het nu is. Je ziet die ontwikkeling nu al. De prijs van elektriciteit uit wind op land bijvoorbeeld is inmiddels concurrerend. Ik verwacht dat over enkele decennia zonne-energie ook op eigen benen kan staan en dat we methoden zullen hebben ontwikkeld om grootschalig energie op te slaan.'

'De vraag die wij moeten beantwoorden is hoe je de periode tussen nu en dat moment moet overbruggen. Daarbij moeten we beseffen dat het onvermijdelijk is dat we meer voor energie gaan betalen. Dat geldt niet alleen voor de alternatieve maar ook voor de conventionele bronnen. Zie de hoge olieprijs, die naar mijn mening structureel is. En als we kolen willen blijven gebruiken, zullen we een hoop geld moeten uitgeven aan CCS, het afscheiden en opslaan van CO2. Kernenergie lijkt goedkoop maar is het niet. De variabele kosten en de uranium misschien wel, maar de bouwkosten zijn de laatste tijd juist enorm gestegen.'

Energiebesparing, zo erkent ook de Energieraad, is zeker op korte termijn de effectiefste methode om het energie en klimaatvraagstuk aan te pakken. Tegelijkertijd constateert u dat we hiervoor niet meer bij de energie-intensieve industrie moeten zijn maar bij de kleinverbruikers. Die zijn echter moeilijk tot energiebesparing te bewegen. Hoe kunnen we dat veranderen?

'In elk geval niet pijnloos, zoals overheid en politici het liefst zouden willen. Aanvankelijk dacht ik dat CO2-beprijzing zoals in het emissiehandelssysteem ook consumenten en niet energie-intensieve bedrijven vanzelf zou aanzetten om zuiniger te worden. Daar heb ik me in vergist. Burgers en kleine bedrijven worden hierdoor niet geprikkeld, tenzij je de prijs hoog genoeg maakt. Maar dat kan weer niet omdat je daar de energie-intensieve sector mee om zeep zou helpen. Voor de industrie is een prijs van 50 euro per ton CO2 enorm veel, voor een automobilist is dat een halve cent per kilometer.

<De keuzevrijheid van de consument moet aan banden>

Kortom, de keuzevrijheid van de consument moet aan banden. De verkoop van inefficiënte apparaten moet worden verboden. In het verlengde daarvan is het ook noodzakelijk zuinigheidsnormen aan de auto-industrie op te leggen.'

Heeft het ETS, emissiehandelssysteem, aan de verwachtingen beantwoord?

'Ik sta volledig achter het emissiehandelssysteem. Deze aanpak deugt voor de grote emitters van CO2. Er zaten vanaf het begin wel weeffouten in. Eén daarvan is dat de elektriciteitsbedrijven de kosten van CO2 in de elektriciteitsprijs konden doorberekenen, hoewel ze gratis rechten hadden gekregen en niet internationaal hoeven te concurreren. Zo ontstonden de beruchte windfall profits, waar iedereen terecht bezwaar tegen maakt.'

Volgende stap: emissieveiling in Europa. Is dat zo verstandig? Dat is toch vragen om concurrentienadeel voor de Europese energie-intensieve industrie ten opzichte van de rest van de wereld?

'Op zich vind ik het veilen van rechten prima. Je bent in één klap van het allocatieprobleem af, waarbij je voortdurend moet nadenken over wie hoeveel emissierechten nodig heeft. En door het op Europees niveau te doen, creëer je een echt gelijk speelveld. Maar we moeten de energie-intensieve industrie, die hier heel efficiënt is, Europa niet uitjagen. Je kunt industriesectoren die mondiaal moeten concurreren én energie- intensief zijn, uit de wind houden door ze (een deel van) de rechten gratis te geven. Zo houden ze hun incentive om CO2-emissies naar beneden te brengen, maar blijft hun concurrentiepositie gewaarborgd. De verdeling van die rechten per bedrijf kunnen de sectoren het beste zelf uitvogelen, bijvoorbeeld via benchmarking-systemen. Nogmaals, de elektriciteitsbedrijven horen daar niet bij, want die concurreren niet internationaal. Ik heb het over staal, aluminium, raffinage, bulkchemie.'

Ik ben dus relatief positief over de voorstellen van de Europese Commissie. Het is veel beter dat dit echt op Europees niveau wordt geregeld, want anders geeft de ene lokale overheid weer meer rechten weg dan de andere met concurrentievervalsing als gevolg.'

Waarom moet het zo ingewikkeld eigenlijk, met emissiehandel, veilen van emissierechten, aanvullende beschermingsmaatregelen? Het is toch veel praktischer en goedkoper om een CO2tax in te voeren?

Met emissiehandel forceer je dat het meeste wordt gedaan op plekken waar dat het goedkoopst is. Dat lukt niet met een gewone belasting, want die is niet verhandelbaar. Bovendien weten we niet hoe hoog de prijs van CO2 moet zijn om de uitstoot met zeg 20 procent terug te dringen. In het ETS is de prijs het resultaat van je doelstelling en niet andersom. Vanaf het moment dat een tax wordt ingevoerd, moet de overheid voortdurend in de gaten houden of de heffing wel hoog genoeg is of juist te hoog. Elke verhoging roept het beeld op van een onbetrouwbare overheid. Nee, het is echt beter dit aan de markt over te laten.'

In een recent advies pleit de Energieraad voor de bouw van kolenvergassingscentrales. Waarom kolenvergassing in plaats van normale steen ­ koolverbranding?

'Als je kolen wilt verbranden en tegelijkertijd CO2-emissies wilt terugbrengen, dan kun je niet zonder CCS. Het vervelende is dat dit in combinatie met gewone poederkoolverbranding duur en energie-intensief is. Maar als je kolen eerst vergast met zuurstof dan hou je CO2 en waterstof over. Die zijn vrij gemakkelijk te scheiden, waardoor de CCS-technologie veel eenvoudiger is. Een ander aspect is dat je meer flexibiliteit in het energievoorzieningssysteem brengt. Naarmate je meer alternatieve bronnen inzet, heb je extra flexibel vermogen nodig om dalen in de productie van duurzame energie op te kunnen vangen. Windmolens leveren maar 30 procent van hun opgestelde vermogen, omdat het soms niet of weinig waait. Voor die overblijvende 70 procent moet je flexibel vermogen hebben dat je aan en uit kunt zetten. De enige brandstof waarmee je dat kunt, is gas. Wil je én flexibel zijn én kolen gebruiken, dan moet je het vergassen. Het treft dat we in Nederland met die technologie al veel ervaring hebben opgedaan. De infrastructuur en voorzieningen zijn er al en daarnaast beschikken we ook nog eens over de nodige reservoirs waar we CO2 in kunnen opslaan.'

Er is overvloedig veel aardgas in de wereld. Door het aan de bron vloeibaar te maken, kunnen we het tegenwoordig ook net als olie over grote afstanden transporteren. Hebben we kolen en kolenvergassing wel echt nodig?

'Aardgas is natuurlijk een heel belangrijke transitiebrandstof, dat staat vast. Dat we ons op lange termijn toch enige zorgen over deze energiedrager moeten maken, heeft te maken met geopolitieke factoren. Tachtig procent van de wereldvoorraad bevindt zich in Rusland en het Midden-Oosten. De Russen leggen meer distributiecapaciteit aan dan er gas is. Dat geeft ze de mogelijkheid om afnemers tegen elkaar uit te spelen. Bovendien moeten we er toch rekening mee houden dat aardgas net als olie op den duur steeds schaarser zal worden. Het wordt een sellers market, wat betekent dat de prijs in feite door de grootste producenten, vooral Rusland, wordt bepaald. Dat doet allemaal niets af aan het grote belang van aardgas, maar je moet er op lange termijn dus niet al te afhankelijk van willen zijn.'

<Je moet de moed hebben om onpopulaire maatregelen te nemen>

Moeten we onszelf niet gewoon meer tijd gunnen om het energie en klimaatvraagstuk structureel op te lossen? Het staat immers vast dat, wat we ook doen, de komende dertig, veertig jaar grote hoeveel heden CO2 in de atmosfeer zullen verdwijnen.

'Ik vind dat we de druk op de ketel moeten houden. Zo moeten we meer energie besparen. Dat zegt de Energieraad trouwens al heel lang, maar het heeft tot 2007 geduurd, voordat in het regeerakkoord een concrete doelstelling werd opgenomen, van twee procent per jaar. Dat is ambitieus maar niet te ambitieus. Aan het werk nu, zou ik zeggen. En daarbij moet je de moed hebben om ook onpopulaire maatregelen te nemen, anders zeg je in feite dat je een hoger niveau van CO2-uitstoot accepteert. Ook dat is een politieke keuze, maar wees daar dan eerlijk over.'

 Print

INHOUDSOPGAVE | TERUG